Keuze dreigt voor Europa: stimuleren of de geldpers

De ECB wil dat landen met begrotingsruimte meer doen om de economie te stimuleren. De kans daarop is klein.

Een staaltje van ironie. Zo moet de Franse minister van Economische Zaken Arnaud Montebourg de aankondiging van zijn ontslag maandag hebben ervaren. Voor president Hollande was de maat vol toen Montebourg dit weekend wederom felle kritiek uitte op de bezuinigingen, die volgens hem het economisch herstel van Frankrijk in de weg zitten. Maar in datzelfde weekend pleitte ook Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank, ervoor dat regeringen beter gebruik maken van de begrotingsruimte die ze hebben, om de vraag in de eurozone te laten groeien.

De vraag is hoe de gisteren gepresenteerde vervanger van Montebourg, Emmanuel Macron, en de aangebleven minister van Financiën Sapin, Draghi’s woorden zullen aanwenden in de begrotingsonderhandelingen voor komend jaar. En hoe politieke partijen in de andere grote economieën van de eurozone dat doen.

Draghi baarde afgelopen vrijdag opzien met zijn toespraak op de jaarlijkse conferentie voor centrale bankiers in het Amerikaanse Jackson Hole, toen hij zei dat het voor het economisch herstel goed zou zijn als „het begrotingsbeleid een grotere rol krijgt”. Volgens hem „is daar ruimte voor”. In dezelfde toespraak merkte hij op dat de ECB „alle beschikbare instrumenten” zou inzetten om de lage inflatie – die nu met 0,4 procent verontrustend laag wordt – te bestrijden.

Met dat laatste doelde Draghi op kwantitatieve verruiming, het paardenmiddel dat Amerika, Japan en Groot-Brittannië de afgelopen jaren hebben ingezet. Door grote hoeveelheden (staats)leningen op te kopen pompten de centrale banken daar geld in de economie, in de hoop de vraag en de inflatie te laten toenemen. Duitsland, de grootste economie van de eurozone, is in beginsel tegen kwantitatieve verruiming, omdat het ervan overtuigd is dat ook zwakkere landen alleen met strenge bezuinigingen en structurele hervormingen uit de crisis kunnen komen.

Draghi’s boodschap leek vrijdag dan ook vooral aan Duitsland gericht, dat met een begroting die in evenwicht is, de meeste bestedingsruimte heeft. Als Berlijn wil voorkomen dat de ECB naar kwantitatieve verruiming moet grijpen, moet het eenvoudigweg meer uitgeven, en daarmee de vraag uit andere eurolanden laten groeien.

De vraag is hoe omvangrijk de begrotingsruimte in de gehele eurozone is. Samen hebben de eurolanden van in 2015 een begrotingstekort van iets meer dan 2 procent van het bruto binnenlands product. Dat is redelijk bescheiden. Het Amerikaanse tekort wordt geschat op ruim 5 procent. Maar achter het lage Europese gemiddelde gaan grote verschillen schuil. Tegenover het Duitse evenwicht staan landen als Spanje, Ierland en Frankrijk die ook in 2015 het Europese maximum van 3 procent overschrijden.

Een andere benadering gaat via het zogenoemde structurele tekort. Dat is het begrotingstekort dat zou zijn opgetreden als de economie normaal zou zijn doorgegroeid. Met het structurele tekort wordt duidelijk gemaakt in hoeverre het tekort te wijten valt aan economische tegenvallers, in plaats van beleid. Zo berekend zijn de tekorten in de eurozone vrij laag: gemiddeld maar 0,9 procent van het bbp. Nederland zit volgend jaar bijvoorbeeld structureel al op een begrotingsevenwicht. Dat geldt ook voor Italië.

De kans bestaat dat, als de economie in de eurozone verder blijft tegenvallen, het begrotingsdebat via deze structurele tekorten zal worden gevoerd. Voorstanders van economische stimulering kunnen met deze cijfers in de hand wijzen op de verborgen ruimte die er is.

In Nederland zal Draghi’s oproep bij de coalitie van VVD en PvdA vermoedelijk weinig gehoor vinden. De PvdA, die er ideologisch gezien de minste moeite mee zou hebben, heeft zich in het regeerakkoord met de VVD vastgelegd op streng bezuinigingsbeleid.

De meevallers op de begroting die er nu zijn, zijn in de begrotingsonderhandelingen (met oppositiepartijen D66, CU en de SGP) al ‘uitgegeven’. Voor het grootste deel, 1 miljard euro, gaat het om een lastenverlichting. Alleen aan Defensie, Zorg en Ontwikkelingssamenwerking wordt meer geld uitgegeven dan begroot, in 2015 naar verwachting bijna 800 miljoen euro. Maar die uitgaven waren al afgesproken voordat Draghi zijn uitspraken deed. Meer zit er niet in. Als ook Duitsland weigert, dan heeft Draghi straks misschien geen keuze meer. Kwantitatieve verruiming – ofwel het aanzetten van de geldpers door de ECB – is dan dichterbij dan ooit.

    • Hanneke Chin-A-Fo
    • Maarten Schinkel