Kavakos toont zwarte afgronden in Brahms

Zeldzaam zijn de violisten die een warme klank durven inruilen voor schurende snaren en vervaarlijk vals spel. Maar de Griekse violist Leonidas Kavakos weet: schoonheid staat niet altijd gelijk aan esthetische perfectie.

Daarom is het opwindend dat hij komend seizoen artist-in-residence is bij het Koninklijk Concertgebouworkest. In vertrouwde partituren toont Kavakos opeens pikzwarte afgronden. Dat zal ze leren bij de Robeco Summernights. Het moderne vioolconcert Lichtes Spiel van Wolfgang Rihm zal wellicht als te moeilijk voor die zomerserie zijn afgekeurd. Maar het vervangende Vioolconcert van Brahms bleek zwaar, ongemakkelijk, ontwrichtend.

Meteen in het openingsdeel ontketende Kavakos verschroeiende tonen. De grote solocadens sneed dwars door het Concertgebouw. Vol stil verdriet waren de zachte klanken waarmee daarna weer moed werd verzameld.

Mariss Jansons en het Concertgebouworkest konden hem nauwelijks bijhouden. Het orkest moet nog warmlopen; inzetten waren te vaak ongelijk, de blazers te weinig homogeen. In het tweede deel bood hoboïst Alexei Ogrintchouk wel de troost waar grote behoefte aan was. Zijn fenomenale solo leverde hem na afloop de bos bloemen van Kavakos op. Waarna de violist ook het cliché van Bach-als-toegift naar het hoogste plan tilde.

Na de pauze volgden Tod und Verklärung en Till Eulenspiegel van Richard Strauss. Het is kernrepertoire voor zowel dirigent als orkest en dat hoorde je aan de zinderende rode gloed – al heeft dit team eerder voor nog briljanter uitvoeringen gezorgd.

    • Floris Don