Facebook pakt artikelen aan die gebruikers naar andere sites lokken

Facebook komt met een nieuw algoritme dat clickbait moet ontmaskeren: berichten met verleidelijke koppen (‘Wat er vervolgens gebeurt, zal u shockeren!’), die zomaar op de tijdlijn van gebruikers verschijnen. Dat maakte het sociale netwerk deze week bekend.

Gebruikers van Facebook ergeren zich aan de clickbait-koppen, blijkt uit onderzoek van het bedrijf. Vooral nieuwssites als BuzzFeed (gemiddeld 150 miljoen bezoekers per maand) staan bekend om het verspreiden van berichten met clickbait.

Op Facebook geldt: hoe populairder een bericht, hoe meer het wordt verspreid. Voorheen keek het sociale netwerk alleen naar het aantal clicks dat een artikel ontving om de populariteit ervan te beoordelen. Op die manier werd bepaald waar het artikel in de tijdlijn van gebruikers verscheen. Nieuwsberichten van familie en vrienden verdwenen naar de achtergrond. Volgens het onderzoek lezen mensen zulke berichten juist het liefst.

Verder bleek ook dat 80 procent van de gebruikers eerst wilde weten waarover een artikel ging voordat ze erop klikten. Vaak hebben de berichten van BuzzFeed en andere clickbaitwebsites zoals Mashable en Upworthy ten onrechte een spannende kop. Inhoudelijk vallen zulke artikelen vaak tegen.

Facebook gaat bestuderen wat er precies gebeurt als iemand op een link klikt. Als opvalt dat een gebruiker meteen terugkeert naar de algemene Facebookpagina, gaat het waarschijnlijk om een bericht dat de lezer niet kan bekoren. Facebook schat het bericht dan voortaan minder hoog in.

Daarnaast gaat het sociale netwerk kijken naar de verhouding tussen clicks en likes. Klikken veel gebruikers op een artikel, maar zijn er weinig likes, dan gaat het vermoedelijk om een verdacht artikel.

De nieuwe aanpak heeft gevolgen voor populaire websites zoals Buzzfeed. Van alle sociale netwerken zorgt Facebook voor het meeste verwijsverkeer – verkeer dat via links op een andere website terecht komt.

In juni was het verwijsverkeer van Facebook 23 procent. Via Twitter werd er slechts 1,03 procent doorverwezen.