De redders van Burger King zijn gemiddeld 31 jaar oud

Foto Burger King, bewerking NRCQ

34, 28, 36 en 29. Zo jong zijn bestuursvoorzitter Daniel Schwartz , financieel directeur Joshua Kobza , directeur Noord-Amerika Alexandre Macedo en hoofd relatiebeheer Sami Siddiqui nog maar. Toch zijn ze nu al de vier belangrijkste mensen van Burger King.

En ze zijn succesvol: de Amerikaanse hamburgerketen opende afgelopen jaar bijna 1.500 nieuwe filialen en heeft er nu in totaal 13.667. Op de beurs is de koers in een jaar tijd met 34 procent gestegen. En toen het bedrijf gisteren bekend maakte de Canadese koffie- en donutketen Tim Hortons over te nemen, schoot die opnieuw flink omhoog.

Dankzij de overname kan Burger King zijn hoofdkantoor van Miami naar Canada verplaatsen – daar waar de belastingwetgeving veel voordeliger is. En passant krijgt de hamburgerketen er zo’n 4.500 winkels en 3 miljard dollar (2,2 miljard euro) aan jaarlijkse omzet bij.

Het verschil met vijf jaar geleden kan niet groter. Burger King was verwikkeld in een rechtszaak met zijn franchisenemers over de goedverkopende maar verliesgevende dubbele cheeseburger van één dollar. De resultaten van het bedrijf waren slecht.

Dat veranderde toen de Braziliaanse investeringsmaatschappij 3G in oktober van 2010 Burger King overnam en een groep jonge honden aan het hoofd van het bedrijf zette. Met een serie trucs kregen ze de hamburgerketen er weer bovenop. De overname van Tim Hortons is de laatste slimme zet in dat rijtje. Dit zijn er nog drie:

1. Alle winkels de deur uit

In 2010 heeft Burger King 11 procent van de dan ruim 12.000 restaurants in eigen handen. Dat past bij het traditionele verdienmodel dat de meeste fastfoodketens handhaven: inkomsten deels uit royalties van franchisehouders en deels uit de omzet van eigen winkels.

Schwartz en zijn kompanen - geen van allen met enige fastfoodervaring - besluiten dat het anders moet. Niemand is beter in het runnen van een Burger King dan ervaren franchisehouders, redeneren ze en besluiten vervolgens bijna alle winkels te verkopen.

Daardoor zijn nu nog maar 52 filialen - allemaal in de buurt van Miami - in bezit van de hamburgerketen. Ze worden gebruikt voor personeelstrainingen en het testen van nieuwe producten. Op die manier kon het aantal Burger King-filialen de afgelopen jaren overal ter wereld stijgen - met name in China, Brazilië en Rusland - terwijl het aantal werknemers afnam: van 38.884 naar 2.425. Resultaat: het bedrijf verdient nog altijd aan royalties, maar draait niet meer op voor bijvoorbeeld verbouwingskosten.

2. Minder ingrediënten, meer Skype

Schwartz wordt in de zomer van 2013 gepromoveerd tot bestuursvoorzitter. De eerste paar maanden daarna brengt hij door in de restaurants van Burger King. Hij dweilt vloeren, boent wc’s en maakt hamburgers klaar. Tijdens de lunchdrukte valt hem op dat de broodjes te ingewikkeld zijn. Dus verandert hij het menu naar makkelijk samen te stellen burgers met weinig ingrediënten.

Samen met zijn jonge collega’s brengt hij ook de cultuur van extreme kostenbesparingen van 3G mee naar Burger King. De privéjet van het bedrijf wordt verkocht en de dure kantoren van de top worden omgetoverd tot basale werkvloeren. Werknemers moeten voortaan communiceren via Skype, dat scheelt telefoonkosten.

3. Weg van de beurs en weer terug

Investeringsmaatschappij 3G betaalt in 2010 in totaal 4 miljard dollar voor Burger King - 1,6 miljard dollar in aandelen en geld, de rest in door Burger King zelf geleend geld. Voorwaarde is dat het bedrijf van de beurs verdwijnt.

Vervolgens wordt de hamburgerketen weer winstgevend gemaakt. In 2012 volgt een terugkeer naar de beurs. De prestaties zijn dan al zo goed dat 3G 30 procent van de aandelen kan verkopen aan een investeringsmaatschappij uit New York. Opbrengst: 1,5 miljard dollar. 3G verdient bijna in één keer de hele eigen investering terug. En is intussen grootaandeelhouder in een succesvolle fastfoodketen.

    • Sam de Voogt