De diepere zin van altijd maar wachten

Tussen het moment dat de eerste rechter van het Indonesische Constitutionele Hof vorige week donderdag het woord nam en het moment dat de klacht van de verliezende presidentskandidaat Prabowo Subianto van tafel werd geveegd zat zeven uur. Pas na het voorlezen van 300 kantjes concludeerden de rechters dat er niet op grote schaal met de verkiezingsuitslag was gefraudeerd en dat de zege van Joko Widodo onherroepelijk is. De eindeloze voordracht en pauzes waren frustrerend, maar effectief. Toen de rechters begonnen was de sfeer te snijden op straat. De politie bestookte pro-Prabowo relschoppers met waterkanonnen en traangas. Toen de rechters eindelijk waren uitgesproken, waren de straten leeg. Betogers waren verveeld afgedropen. Het is een schoolvoorbeeld van een tactiek die ik vaak tegenkom in Indonesië. Wachten komt niet voort uit inefficiëntie maar is een middel met een duidelijk doel.

Natuurlijk is het correspondentschap Zuidoost-Azië avontuurlijk. Op een zinkend vlot naar een Birmees dorp varen, vind ik spannend. Net als op Sumatra van dichtbij de aswolken van een vulkaan zien razen. Maar wat wordt er veel gewacht! Op reportage wordt er vaak gewacht in het huis van het dorpshoofd. Dit is frustrerend. Ik wil niet anderhalf uur wachten in het huis van een man die nooit mijn verhaal zal halen. Ik wil naar de mensen voor wie ik ben gekomen om te praten over illegale goudwinning, hoe het is om als dienstmeisje in Saoedi-Arabië te werken of wat dan ook. Maar gastvrij zoete thee drinken of samen een stukje betelnoot kauwen met het dorpshoofd is onvermijdelijk.

Dit is het wachten om eerbied te tonen aan het dorpshoofd. Maar zo heeft het dorpshoofd ook de kans er achter te komen wie die blanke man is. Het dorpshoofd beschermt zijn bewoners en toont tegelijkertijd zijn macht - zijn goedkeuring is nodig.

Lang wachten staat vaak gelijk aan afgepoeierd worden. Ik was op reportage bij de stranden van Java waar vluchtelingen aan boord van bootjes stappen richting Australië. Aan het eind van de dag wilde ik de politiecommandant spreken. Op het politiebureau werden wij door zijn assistent hartelijk ontvangen met het verzoek te wachten. De commissaris, zou ons binnen tien minuten te woord staan.

Drie kopjes thee en twee uur verder bleek dat hij in een provinciestad 50 kilometer verderop zat. Wij besloten effectief te wachten en in de buurt een gegrild visje te eten, want de commandant zou zeven uur ’s avonds terug zijn. Om half acht was hij onderweg, verzekerde zijn assistent. Binnen tien minuten zou hij er zijn, tenzij hij eerst nog even naar de kapper ging voor een massage. Dan zou het een half uurtje worden. Of half tien ’s avonds vertrokken wij. Even vriendelijk als vijf uur eerder zei zijn assistent dat de commandant er ieder moment zou zijn. „Het zou zonde zijn als jullie hem mislopen”, zei de assistent. Zonder een keer nee te horen en zonder één onvriendelijk woord dropen wij af.

Soms moet ik wachten omdat men dat beleefd vindt. Toen in juli de kiescommissie Joko Widodo uitriep tot winnaar, wachtte ik drie uur in een tourbus die geparkeerd stond in de haven van Jakarta. Het plan was simpel. Joko zou zijn overwinningstoespraak geven vanaf een traditioneel schip in de haven - dat levert mooie plaatjes op. Journalisten zouden per bus van het perscentrum naar de haven worden gebracht. Bijna aangekomen stonden wij stil. De chauffeur en politie waren niet te vermurwen. We bleven er staan, tot vlak voor de toespraak die om zeven uur gepland stond maar pas na tienen begon. Later hoorde ik van een campagnemedewerker wat de reden was. Het regende en het pr-team had geen overkapping opgezet om te schuilen. „We willen niet dat jullie ziek worden, dus dachten we dat het beter was om in de bus eventjes te wachten.”

    • in Jakarta
    • Melle Garschagen