Amerikaanse rellen luchten Nederland op

Amerika kan lachen om Zwarte Piet maar heeft zelf ook problemen, aldus Matt Steinglass

Illustratie boligan

Dinsdag stond op de voorpagina van Die Welt een foto van de begrafenis van Michael Brown, de zwarte jongeman die drie weken geleden werd doodgeschoten door een politieagent in het Amerikaanse stadje Ferguson. De dag daarvoor was de Franse regering gevallen, had het raketten geregend in Gaza en Zuid-Israël, had het Oekraïense leger Russische parachutisten gevangengenomen die op zijn grondgebied vochten en had een sjiitische zelfmoordterrorist in een soennitische moskee in Bagdad dertien gelovigen gedood. Toch koos Die Welt de begrafenis van Brown als het beeld van de dag.

Dit was geen uitzondering – zelfs tijdens de gewelddadige crises die in augustus Oost-Europa en het Midden-Oosten teisterden, waren er dagen dat de voorpagina van bijna elke grote krant in Duitsland, Nederland, Frankrijk en Spanje werd gedomineerd door de protesten en rellen in Ferguson. De protesten, en de discussie over de aanhoudende rassenvooroordelen en het politiegeweld in de Verenigde Staten, zijn belangrijk. Maar ze zijn vooral een Amerikaans verhaal en ik verbaas me over de aandacht die het in Europa krijgt.

Een verklaring is dat Europeanen graag zien dat Amerika op zijn nummer wordt gezet. Tijdens de Amerikaanse burgerrechtenstrijd in de jaren zestig prees Europa zich gelukkig met de relatieve afwezigheid van rassentegenstellingen. Afgelopen twintig jaar zijn de rollen omgedraaid en is Europa door de Amerikanen op de korrel genomen omdat het verzuimt zijn immigranten te integreren. De kritiek werd vooral sterk na de aanslagen van 11 september 2001, grotendeels uitgevoerd door in Hamburg geradicaliseerde moslimimmigranten. De Amerikaanse moslimgemeenschappen hebben nooit het soort maatschappelijke vervreemding en spanning gekend die in Duitsland, Nederland en Frankrijk wijdverbreid zijn en veel Amerikanen keken verbijsterd toe hoe overal in Europa boerka’s en minaretten werden verboden. Nederland werd extra uitgelachen toen de Amerikanen vorig jaar lucht kregen van de Zwarte Piet-discussie. Wie kan het de Nederlanders kwalijk nemen als ze wat opgelucht zijn nu Amerika laat zien dat zijn eigen geschiedenis van rassengeschillen nog lang niet voorbij is?

Een positievere uitleg is dat de Europeanen juist omdat hun samenlevingen minder homogeen werden, een verwantschap voelen met Amerikaanse rassenproblemen. De oplossing van etnische spanningen is zo moeilijk omdat het veel vergt om het perspectief van de andere groep te zien. Het is gemakkelijker om mee te voelen met andere etnische groepen in verre landen, die geen bedreiging zijn voor de eigen identiteit, dan met etnische minderheden in eigen land. De empathie in de ene context kan het ook gemakkelijker maken om elders de kloof te overbruggen. Zo namen de Amerikanen afstand van het antisemitisme nadat ze getuige waren geweest van de Europese holocaust. Het Europese begrip voor de zwarte betogers in Amerika kan begrip kweken voor de klachten van de eigen minderheden.

De interessantste verklaring heeft niet zozeer met het raciale aspect van de protesten in Ferguson te maken, als wel de technologie. Het schokkendste visuele aspect van de protesten in Ferguson en de reden dat deze vaak de conflicten in Oekraïne, Irak en Gaza van de voorpagina’s verdrijven, is dat ze allemaal zo op elkaar lijken. Net als bij de eerste botsingen op Maidan in Kiev krijgen ongewapende betogers met hun leuzen te maken met een oproerpolitie die zo zwaar is bewapend dat het wel een leger lijkt. De Amerikaanse SWAT-teams die de betogers in bedwang moeten houden, met hun traangas, hun pantservoertuigen, geweren en kogelvrije vesten, zijn niet te onderscheiden van de troepen waarmee Amerika Bagdad binnenviel. Veteranen hebben zelfs vastgesteld dat de politie in Ferguson zelfs te zwaar bewapend is voor de gevechtstactiek die Amerika gebruikte tijdens de zogeheten ‘surge’ in Irak, die ten doel had om steun van de bevolking te verkrijgen. De politie riep grove bedreigingen naar verslaggevers, arresteerde in het wilde weg en tuigde betogers af, vuurde traangasgranaten en rubber kogels af en gedroeg zich als een vijandelijke bezettingsmacht.

In een belangrijk opzicht hadden de gebeurtenissen in Ferguson niet zozeer betrekking op de omgang van de Amerikaanse overheid met de zwarte gemeenschap, als wel op de omgang van alle hedendaagse overheden met weerspannige gemeenschappen. Of het nu in Ferguson, Gaza of Oekraïne is, de grenzen tussen ‘politionele acties’ ter bestrijding van internationale dreigingen en ‘politionele acties’ ter beteugeling van binnenlandse onrust lijken steeds onduidelijker. Vooralsnog heeft Europa minder van zulke confrontaties en het ontbreken van wijdverbreid vuurwapenbezit helpt voorkomen dat het geweld uit de hand loopt. Maar hoe meer ik erover nadenk, hoe minder het me verbaast dat de Europeanen zoveel aandacht aan de protesten in Ferguson hadden. Ze zijn niet helemaal hetzelfde als bijvoorbeeld de protesten inzake Gaza en ISIS in de Schilderswijk, maar er is een zekere gelijkenis.

    • Matt Steinglass