Ze wachten terwijl het verpleeghuis leeg staat

Duizenden ouderen wachten op plek in het verpleeghuis van hun keuze. Ze willen niet naar een ander huis waar wel plek is, bijvoorbeeld omdat het te ver van hun familie is.

Ruim 10.000 ouderen, die officieel recht hebben op een plek in een verzorgings- of verpleeghuis, staan maandenlang op een wachtlijst, meldde Nieuwsuur gisteravond. Ondertussen zijn 350 van de 2.000 verzorgings- en verpleegtehuizen bezig te sluiten.

1 Hoe kan dat?

Vraag en aanbod in de ouderenzorg sluiten niet meer goed op elkaar aan. Oorzaak zijn de bezuinigingen op de AWBZ, de wet op grond waarvan ouderenzorg de afgelopen decennia werd betaald. Alleen ouderen die heel zwak, verward of ziek zijn mogen nog in een tehuis worden opgenomen. De rest moet zo lang mogelijk thuis blijven wonen.

Het Centrum Indicatiestelling Zorg bepaalt wie recht heeft op een plek op grond van de regels die de overheid stelt en de gebreken van de persoon in kwestie. Zij geven die persoon een ‘indicatie’; variërend van I tot X (palliatief). Iedereen met een indicatie tot en met III moet voortaan thuis blijven wonen.

De zorgkantoren (onderdeel van de zorgverzekeraars) sluiten contracten met verpleeghuizen en kopen zo zorg in. Ze anticiperen daarbij op de bezuinigingen van het rijk: zij verwachten dat zij volgend jaar minder geld kunnen besteden en willen dus minder plekken bij zorginstellingen inkopen, en bovendien tegen een lager tarief. Zo ontstaat leegstand: een aantal mensen in het huis sterft en er komt niemand voor in de plaats. Want het zorgkantoor heeft minder plekken ingekocht. En de zorginstelling heeft dus minder geld om personeel van te betalen. Als er te veel lege kamers zijn, wordt de instelling gedwongen de deuren te sluiten.

2 Wie zijn die 10.000 wachtenden?

Dat zijn, volgens de ‘zorgkantoren’ en de overheid, mensen die per se naar één bepaald verzorgings- of verpleeghuis willen. Ook al is er in de regio een ander verpleeghuis met een plek vrij. Ze worden in jargon ‘wenswachtenden’ genoemd: ze kunnen wel ergens terecht maar willen een specifieke plek en moeten daar dus op wachten.

3 Waarom gaan zij niet gewoon naar die andere plek?

Die plek kan soms wel 20 kilometer verderop zijn. Voor zwakke ouderen en hun partner of kinderen is dat vrij ver.

Bovendien weten sommige wachtenden en hun familie niet dat elders wel een plek vrij is. Zowel de weigerende zorginstelling als het zorgkantoor moet dat zeggen tegen die persoon, vertelt een woordvoerder van Actiz, die de zorginstellingen vertegenwoordigt. „De familie van de oudere kan dat natuurlijk ook zelf vragen.” Per 30 april van dit jaar stonden er 4.663 mensen langer dan een jaar op een ‘wenswachtlijst’ voor een verpleeg- of verzorgingshuis.

4 Heeft het zorgkantoor niet de plicht om te zorgen voor de ouderen?

Ja. Het zorgkantoor heeft een wettelijke ‘zorgplicht’ voor alle officieel geregistreerde zwakke ouderen in zijn regio. Het moet dus zorgen dat er, in zijn regio, verpleeghuisplekken genoeg zijn voor die mensen. Nederland is daarvoor in 32 regio’s verdeeld.

Voor mensen op een harde wachtlijst (dus géén wenswachtenden), moeten instelling en zorgkantoor ‘overbruggingszorg’ regelen: adequate thuiszorg.

Probleem in het algemeen is dat zorgkantoren altijd met aannames werken, op basis van de statistiek: zij nemen aan dat er volgend jaar een X aantal mensen zal sterven en X aantal ouderen ziek en zwak genoeg zal worden voor een plek in een verpleeghuis. Op grond daarvan kopen ze plekken (kamers) in. Soms komen die aannames niet overeen met de werkelijkheid. Daarnaast kopen ze nu minder plekken in voor 2015 dan ze inkochten voor 2014. En tegen lagere tarieven, zegt Actiz.

    • Frederiek Weeda
    • Jeroen Wester