Yogaposeurs

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

De laatste tijd kom ik steeds meer vrouwen tegen in trendy yogakleren. Strakke zwarte broeken en scherp gesneden topjes in lichtgevende kleuren. Met een zelfvoldane blik maken ze mij duidelijk dat zij wél aan hun conditie werken. Dit alarmerende verschijnsel bezorgt mij een steeds groter schuldgevoel, omdat ik mij liefst in huis verschans met een stapel boeken en een laptop.

Totdat ik deze week een bericht in The Wall Street Journal las. Statistieken laten zien dat de aanschaf van yogakleren sneller toeneemt dan het aantal yogalessen. De krant signaleert een interessant verschijnsel: de yogaposeur.

Zoals we allemaal weten is sporten hard werk. Elke minuut duurt een eeuwigheid. Uiteindelijk doen al je spieren pijn en ben je doordrenkt van het stinkend zweet. Waarom al dit ongemak? Natuurlijk om met een goed gevoel de sportschool te kunnen verlaten. Maar evenzeer om in de nieuwste sportkleding minder actieve buurtgenoten in hun burgerkloffie een slecht gevoel te geven.

Steeds meer Amerikanen denken: waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan? Ze spoelen direct door naar de laatste scène. Ze beseffen dat het dragen van de nieuwste sportkleding een even prettig gevoel geeft als het sporten zelf. Het bezoek aan de sportschool is daarmee optioneel geworden. Zo kun je zonder spierpijn toch je vrienden en buren imponeren. Zoals de krant meldde: waarom sporten als je gewoon de kleren kan kopen en doen alsof?

Sinds ik dit alles weet, begrijp ik ook mijn buurvrouw veel beter. Zij draagt de meest trendy outfits, maar is zo stijf als een hark. Ze zou niet weten waar ze yogales kan volgen, laat staan wat ze daar allemaal zou moeten doen.

Deze nepsporterstrend brengt wel zijn eigen problemen mee. Zo behoren de prijzige yogabroeken van het merk Lululemon – de naam is een grappig bedoeld verzinsel om vooral Aziatische klanten over hun tong te laten struikelen – tot de favorieten van vele vrouwen. Maar het merk kwam vorig jaar in grote problemen toen bleek dat hun broeken net iets te transparant waren, wat dragers bij gevorderde yogaposes in verlegenheid kon brengen. Deze gênante taferelen verbleekten echter bij de publiciteitsstorm die de oprichter over zichzelf afriep, toen hij vervolgens uitlegde dat zijn broeken eenvoudigweg niet gemaakt waren voor vrouwen met een bepaalde maat, het lag dus aan de billen van de draagster en niet aan zijn broeken dat er ineens van alles zichtbaar was geworden. De aanval bleek niet de beste verdediging en het merk ging bijna kopje-onder.

Maar zelfs deze faux pas zal de opkomst van de yogaposeur niet stoppen. In dit land, dat altijd als eerste bereid is om ergens de bocht af te snijden, zal de markt voor nepsporters en doe-alsof-atleten alleen maar verder groeien. Het zal het begin van een wereldwijde trend zijn. Uiteindelijk lopen we allemaal als olympisch kampioenen over straat. En waarom stoppen bij sporten? Er moeten ongekende mogelijkheden liggen in het aannemen van andere nepidentiteiten door het dragen van de juiste kleding en attributen. Naast de doe-het-zelver krijgen we de doe-als-offer.

Het stuk in The Wall Street Journal eindigt met de getuigenis van een jonge moeder die nauwkeurig samenvat waar het om gaat: „Als je je sportkleren aandoet, denk je: ‘Misschien moet ik vandaag gaan sporten.’”

Precies, je denkt eraan, en die gedachte op zich is al helemaal genoeg.