Holland Acht naar herkansing voor finaleplek

Boot geniet een fraaie reputatie, maar stelde gisteren hevig teleur met een laatste plek.

Een gouden medaille op de Olympische Spelen van Atlanta. Dat is wat er nog altijd met sierletters prijkt achter de Holland Acht. Een roeicombinatie die sindsdien een bijna mythische reputatie geniet. Zelfs niet-kenners gaan ervoor zitten als deze boot aan de start verschijnt. De trots van het Nederlandse roeien. In dat licht bezien is het teleurstellend dat de boot met acht Nederlandse toproeiers gisteren bijna hopeloos acteerde op het WK in eigen land.

Op de Amsterdamse Bosbaan moest de equipe aantreden in de kwalificatierace voor de finale. Meestal plaatst het team zich probleemloos en is het bijna vanzelfsprekend dat Nederland mee strijdt om een medaille, maar ditmaal eindigde de combinatie op een teleurstellende zesde en laatste plaats. Met een achterstand van maar liefst vijftien seconden op Polen, dat zich glansrijk kwalificeerde voor de eindstrijd die later deze week wordt gehouden.

Wat ging er mis? Allereerst was er een zogeheten ‘snoek’. Geen grote vis die een peddel dwars zit, maar een mishaal, waarbij de riem van een roeier te lang in het water blijft hangen. Het gevolg: vertraging van de snelheid. Balen, maar volgens coach Mark Emke mag dat geen reden tot falen zijn. In dat geval is het de kunst je te herpakken, vindt hij, zonder stil te staan bij wat er niet goed gaat. „Maar nu dachten ze veel te lang: wat gebeurt er allemaal”, zei hij tegenover de NOS.

Hoewel Emke het zelf amper kon bevatten, komt het zwakke optreden niet onverwacht. Tijdens de wereldbekerfinale in het Zwitserse Luzern, vorige maand, eindigde de Holland Acht als zevende. Bepaald geen prestatie die roeifans naar Schiphol lokt voor een hartelijk ontvangst. „Het is vallen en opstaan”, zei roeier Govert Viergever toen. Maar momenteel is het vooral vallen.

En dat is schrikken voor de bondscoach, die vol verwachting had plaatsgenomen tussen de weinige toeschouwers die gisteren op het WK waren afgekomen. Voor de NOS-microfoon zei hij: „Op een gegeven moment wordt het hopeloos. Ze gaan weg met een aantal opdrachten, maar dat zien we voor geen meter terug.”

De week ervoor was de Holland Acht op dezelfde afstand nog tien seconden sneller. Reden genoeg om de begeleiding gisteren te laten concluderen dat de roeiers „maar wat doen” en dat ze bij „zichzelf te rade” moeten gaan waarom de kwalificatierace zo zwak kon verlopen. Teksten die je zou verwachten van een analist langs het water en niet van een coach die de sporters intensief begeleidt. Maar ze werden gisteren toch echt zo uitgesproken.

Gelukkig bestaat er in de roeisport een herkansing. Morgen moet de Holland Acht daarin aantreden. Van de vijf landen die meedoen, moet Nederland bij de bovenste twee eindigen om nog uitzicht te houden op een plaats in de finale. De roeiers zelf denken dat het mogelijk is, zeiden ze nadat ze schuld hadden bekend voor hun matige prestatie. Er is dus hoop.

Ook andere Nederlandse formaties stelden teleur op de tweede dag van het WK roeien. Zes van de negen boten zijn aangewezen op herkansingen. De lichte vrouwen dubbel-vier plaatsen zich wel voor de finale, evenals de lichte mannen twee-zonder en lichte mannen vier-zonder. Zij vormden de lichtpunten op een dag die het gros van de Nederlandse roeiers graag snel zou vergeten.