Het strakke ritme van het arbeidscontract knelt hier niet

Vanaf 05.00 uur ‘s morgens halen busjes werknemers op. Eerst de mannen uit Bulgarije of Oezbekistan. Dan de Polen. De Poolse supermarkt opent om 06.15 uur. Om 07.00 uur verschijnen de eerste autochtonen op straat.

Spoorwijk, even voor 06.00 uur in de ochtend. Foto’s Peter de Krom

Om 09.00 uur zak je in je verende bureaustoel. Om 09.01 uur kleurt je beeldscherm blauw. 09.10: automatencappuccino. 09.15: vergadering. 15.30 wandelingetje door de kantoortuin. 17.10: hollen naar de trein.

Dit is het strakke bioritme van de gemiddelde Nederlander op een gemiddelde werkdag. Aangedreven door het arbeidscontract, gelijk gezet op de lunchpauze.

De middenklasser die werkt als de zon ruim op is en rust ruim voor deze weer ondergaat.

Niet in Spoorwijk, de wijk die alle arbeidsgemiddelden tart. Hier is het bioritme uren verschoven of in de war gegooid, een permanente jetlag.

Een lege straat, de tramhalte is verlaten, dan komt het busje aanscheuren

05.00. Een tanige man met een verweerd gezicht staat te wachten aan de Goeverneurlaan, de brede straat met middenstand langs Spoorwijk. De straat is leeg, de tramhalte verlaten. De zon raakt de grond nog niet. De man spreekt geen woord Nederlands, Engels of Duits. Een zwart busje zonder opdruk komt aangescheurd. Hij komt uit Oezbekistan, zegt de net zo verweerde bijrijder door het raampje, hij gaat beton storten. En weg zoeven ze.

05.15. IJzervlechten, zegt de jongen voor de Albert Heijn. Bulgaria. En weg.

05.30. Op de stoep staan Hanna en Stella, allebei 28, uit Polen. Op hun tweede dag in Nederland zijn ze gaan zwemmen in de zee bij Scheveningen. Vandaag bloemen sorteren, gisteren paprika’s. Ze kennen veel jonge mensen uit Polen die hier in de zomer willen werken. In Nederland verdien je 7,50 euro per uur, thuis 1,50. Stella is secretaresse in Polen, haar vader woont in Scheveningen en regelde een huisje voor haar in Spoorwijk. Hanna zoekt werk op een school in Polen. Tot dat lukt wil ze geld verdienen in het Westland.

De Goeverneurlaan ontwaakt. De 9-persoonsbusjes zoemen door de straat, als bijen over een veld bloemen. Nu wel met opdruk: Selecta, Agroflex, UZB Konak, PLVerpakkingen, Jobcenter Haaglanden, Flexibel. Als stuifmeel verzamelen ze plukjes mensen, die zich op sportschoenen en in joggingpak bij de tientallen anderen op de stoep voegen. Er zit geen Nederlander tussen, geen Surinamer, geen Marokkaan.

05.45. Een Bulgaarse jongen wacht op zijn rit naar de pakketfabriek. Een Pools meisje gaat naar een paprikafabriek. Fabriek Snaaipoent, zegt ze, Snijpunt. Voor ze haar verhaal kan doen, is ze al meegegrist door PLVerpakkingen.

06.00. De schaduwen worden korter, de busjes frequenter. Eurostart, Detaconcept, Flamingo, Duijndam, Easy-Job. De Oezbeken en Bulgaren en Oekraïeners en Litouwers zijn al meegenomen. Alleen de Polen die zich hebben opgewerkt in de productieketen, van fruitinpakker tot heftruckchauffeur, wachten nog. Aan de Goeverneurlaan geldt de wet: hoe later op straat, hoe beter af je bent.

De gemiddelde Nederlander verdient meer dan de gemiddelde Spoorwijker

Zelfs al knelt het wat, de gemiddelde Nederlander laat zich graag voortdrijven door het strakke ritme van het arbeidscontract. Hij verdient er zijn geld mee, gemiddeld 1.933 euro per maand per huishouden. De gemiddelde Spoorwijker heeft zo’n inkomen niet. Hier verdient een huishouden 1.500 euro, 433 euro per maand minder. Het aantal uitkeringen is hardnekkig hoog. Hier wonen de contractlozen. Flexwerkers, zwartwerkers, niet-werkers, gelukszoekers.

06.15. De Poolse supermarkt aan de Goeverneurlaan is al open. Voor de deur staat Maziek, 25 jaar. Hij woont al drie jaar in Spoorwijk met zijn vriendin. Hij spreekt goed Nederlands en heeft geen plannen om terug naar Polen te gaan. Maziek heeft een prima baan als orderpicker in Waddinxveen, een huisje, vrienden met wie hij in café New Eldorado hangt aan het einde van de straat. Poolse vrienden. En Nederlandse en Surinaamse. Geen Bulgaren of Roemenen, hoewel er daar wel heel veel van zijn bijgekomen de laatste tijd.

Zijn leven had er heel anders uitgezien als zijn moeder geen kanker had gekregen. Dan was hij naar de hotelschool gegaan. Maar hij vluchtte naar Nederland toen ze doodging. En nu blijft hij hier, ook als hij straks kinderen krijgt.

06.45. Lege stoepen. Bij de tramhalte staan wat mensen. Hindoestanen van middelbare leeftijd die gaan schoonmaken bij de hoge gebouwen verderop. Jiawan kijkt ongeduldig in de richting van lijn 17. Hij doet Pathé en daarna het ministerie van EZ. Wijzend naar een man verderop: „Die daar doet Sociale Zaken.” Jiawan begint een klaagzang over de Polen, „pikken onze banen in”. Hij stopt direct bij het horen van hun uurloon. Jiawan verdient het dubbele, 14,50 euro per uur.

07.00. Een busje van een Nederlandse aannemer zoeft langs. De eerste autochtonen vertonen zich op straat. Mannen van de bouw met verfspatten op hun spijkerbroek. Dan vrouwen met kinderen op de fiets, mannen in gezinsauto’s.

08.30. Veronica brengt haar zoontje naar de Jeroenschool. Op het plein voor de basisschool staan meer Poolse moeders. Ze trokken naar Spoorwijk vanwege de betaalbare huren en het aanbod van werk in het Westland. De Poolse gezinnen die het zich kunnen veroorloven, trekken later weer weg. Die kopen een huis met tuin in Naaldwijk, weg van de criminaliteit, drank en drugs in de stad.

Veronica heeft geen werk, vertelt ze in het Engels. Toen het Poolse oppasmeisje met 1.500 euro uit haar spaarpot verdween, is ze weer zelf voor haar kinderen gaan zorgen. Ze wil weer gaan werken als de tweede naar school is. Maar de Poolse vakantiewerker die ’s ochtends aan de Goeverneurlaan staat, is concurrerend. Van de gevestigde Polen zit een deel weer thuis. Te duur, te oud voor het zware, slecht betaalde pluk- en sorteerwerk.

Dan gaat de bakkerij open. Bakker De Groot, overgenomen door een Turk

09.00. De middenstand open zijn deuren. Bakkerij Aad de Groot, overgenomen door een Turk. Een Nederlandse bedankjeswinkel voor trouwerijen in vele culturen. Een Pools-Bulgaarse supermarkt met een etalage vol blikken bier. De jonge Polen aan de Goeverneurlaan beginnen vroeg en drinken tot laat. Ze zijn ook op vakantie.

11.00. De Schaepmanstraat vol Nederlandse gezinnen wordt wakker. Moeders zetten hun tuinstoel met voetenbankje op de stoep. Ze strekken hun benen, de hielen van hun blote voeten rustend op een kussentje. Aan de overkant opent Ties, een Nederlander met lange grijze staart, zijn garagebox met tweedehands spullen. Hij gaat zitten en kijkt uit over de straat, omgekeerd op zijn stoel.

„Hey”, zegt een jonge vrouw die haar glimmende autootje parkeert. Ze slaat het portier dicht.

„Mooie auto!” zegt Ties.

„Hard werken, hè”, zegt ze, op het punt van doorlopen. „Ja, nu effe niet hoor.” Ze houdt stil en wappert met haar hand in het gips. „Effe een ziektewetje.”

12.00. In het theehuis mopperen Marokkaanse jongens dat ze geen stage kunnen krijgen, geen werkcontract. „Die daar heeft een contract. Met z’n bed”, grapt er een. Ze worden er depressief van, lusteloos. Een oudere Marokkaanse man moppert terug. „De Polen staan wél vroeg op.”

    • Freek Schravesande
    • Carola Houtekamer