Het beste van Kees. Vervlogen tijden

Zomaar een middag. In mijn stoel rust ik uit en kijk naar buiten. Aan het zwerk zeilen spierwitte stapelwolken voorbij. Cumulus, denk ik. Thermiek, zweefvliegen. Onder een wolkenpluk zie ik zowaar een zweefvliegtuig cirkelen. Heel klein. Herinneringen komen naar boven. En weemoed. Wat een fantastische tijd heb ik in mijn jonge jaren meegemaakt. Gedurende twintig jaar betekende het zweefvliegen niet alleen een lust, maar ook een liefde in mijn leven.

Op mooie dagen liep ik op een uitgestrekt, stil terrein rond waar zweefvliegtuigen klaarstonden. Met behulp van een lier werden ze één voor één de lucht in getrokken.

Ik stond bij een lange aanhangwagen. Daarin zat in losse delen het zweefvliegtuig waarin ik ging vliegen. Een paar mensen hielpen mij. Uit die wagen haalden we romp en vleugels en bouwden we het toestel op. Gezelligheid en een ontspannen sfeer vierden hoogtij.

In de middag kwam de thermiek los. Opstijgende lucht in de vorm van bellen zonder omhulsel.

Dankzij de thermiek kan de zweefvlieger lange vluchten maken.

Tijd om te starten. In mijn zweeftoestel werd ik door een lierkabel opgetrokken. Een sensatie apart. Alsof ik in een achtbaan zat. Steil achterover, in mijn stoel geperst, werd ik omhooggesleurd tot een hoogte van vierhonderd meter. Daar koppelde ik het vliegtuig los van de kabel. En toen zweefde ik.

Algauw had ik een thermiekbel te pakken en klom moeiteloos naar duizend, vijftienhonderd meter hoogte. Urenlang vloog ik. In alle stilte genoot ik van het prachtige uitzicht en indrukwekkende wolkenmassa’s.

In de loop der jaren ging ik steeds verder en hoger met het zweefvliegtuig. Een afstand van driehonderd kilometer en in de Alpen een klim naar meer dan zeven kilometer hoogte.

Het halen van deze prestaties was het mooiste dat ik had bereikt.

Helaas veranderde de laatste jaren de sfeer op het vliegveld. De mensen met wie ik zulke goede contacten had, zag ik steeds minder. Ik miste ze. Het werd voller en voller en vooral onpersoonlijker. De wachttijden voor een startbeurt liepen op, maar nog veel meer de jaarlijkse kosten voor deze sport. Zweefvliegen was niet meer te betalen.

Op een dag voelde ik me eenzaam op het veld. Te midden van tientallen wachtenden.

Toen ik pas laat op de dag de lucht in ging, sloeg vermoeidheid toe. Ik merkte dat zelfs het vliegen mij geen plezier meer verschafte. Na een uur besloot ik te landen. Behalve moeheid speelden ook spanningen een rol. Ik dacht: zo kan ik niet langer doorgaan.

In 2003 nam ik afscheid van het zweefvliegen. De mooiste jaren had ik gehad.

En toch blijf ik vliegen. Wanneer ik in de huiskamer plaats neem in de stoel en wat in dommel, maak ik diep in mijn hoofd weer heerlijke vluchten.