‘Fransen eten gezond’

Deze zomer kruipen onze correspondenten in de rol van factchecker. Ze behandelen een groot misverstand over hun land. Vandaag: Frankrijk

illustratie marike knaapen

Heerlijk, Frankrijk. Daar weten ze nog van het leven te genieten. Met een glaasje rood onder de platanen, daarna uren aan tafel voor een bœuf bourguignon, blanquette de veau of die moddervette maar oh zo lekkere cuisse de confit de canard. Allemaal huisgemaakt natuurlijk. Want de Fransen, de eeuwige uitzonderingsgevallen in de verder zo gelijkvormige wereld, nemen nog de tijd om te eten.

En het is nog gezond ook! Want zijn niet alle Franse vrouwen elegant en slank? Talloze boeken vol ‘Franse’ dieettips verschenen de voorbije jaren in vooral de Verenigde Staten. French Women Don’t Get Fat, geschreven door de baas van het Amerikaanse filiaal van champagnemagnaat Veuve Cliquot, stond maandenlang aan top in de New York Times Bestseller List.

Maar klopt dat culinaire en vooral culturele ideaalbeeld eigenlijk wel? Nee dus. Hoewel de Fransen zelf ook graag op vele fronten geloven in een exception française, in een land waaraan elke mondiale trend voorbijgaat, heeft ook hier de snelle, moderne en bovenal ongezonde tijd toegeslagen.

McDonald’s groeit hier nog

Dat is het best te zien aan de opmars van fastfood. Na Noord-Amerika is Frankrijk tegenwoordig de grootste en meest rendabele markt voor hamburgergigant McDonald’s. Walste de legendarische Franse boer José Bové in 1999 nog met een bulldozer een nieuw filiaal van ‘McDo’ plat, anno 2014 heeft hij zijn strijd tegen de malbouffe en het Amerikaanse voedselimperialisme jammerlijk verloren. Afgelopen mei gingen in het noorden van Frankrijk zelfs tweehonderd mensen de straat op om te demonstreren voor behoud van een bedreigd McDonald’s-filiaal.

En de groei zit er nog altijd flink in: terwijl McDonald’s wereldwijd onlangs tegenvallende halfjaarcijfers presenteerde, wist de Franse tak nog bijna 5 procent omzetgroei te boeken. Ieder jaar opent het bedrijf veertig tot vijftig nieuwe restaurants.

Dat succes, zei directeur Jean-Pierre Petit onlangs in Le Figaro, komt deels door de manier waarop de Franse restaurants „een synthese tussen het Amerikaanse dna en de Franse cultuur” hebben gevonden. McDo verkoopt in Frankrijk tegenwoordig namelijk ook Franse macarons voor bij de koffie en speciale Franse burgertjes zijn voorzien van Frans charolaise-vlees en Franse kaas met een Frans AOC-keurmerk. Frans, daar houden de Fransen van. Maar het blijft McDonald’s.

Ook de Belgische hamburgerketen Quick en kippenboer KFC doen het goed. Na een vertrek in 1997 keerde vorig jaar zelfs Burger King weer terug op de Franse markt. Op de dag van de opening van het eerste filiaal op Gare du Nord in Parijs was de wachttijd meer dan twee uur. Honderden Fransen stonden in de rij om weer eens een whopper te kunnen wegzetten.

Terwijl de Franse economie maar niet wil aantrekken en de werkloosheid groeit, zijn het vooral de fastfoodketens die nog mensen aannemen. Toch zullen politici niet snel op werkbezoek gaan bij een hamburgerrestaurant om die banenmotors met eigen ogen zien: dat gaat tegen de Franse cultuur in, tenslotte.

Ook Fransen hebben obesitas

En daarbij komen we en passant bij een ander misverstand: liberté, égalité prima, maar Frankrijk is geen egalitaire samenleving. Er is een in het debat zeer dominante bovenklasse, vaak uit Parijs, die bepaalt wat Frans is en wat niet. In gewone gezinnen uit de provincie, waar de vrouw omwille van emancipatie of geld werkt en geen tijd meer heeft om de bœuf bourguignon drie uur te laten pruttelen, is de snelle hap in trek.

Die groep is ook het meest kwetsbaar voor overgewicht, blijkt uit onderzoeken. Woog in 1997 nog ‘slechts’ 38 procent van de volwassen Fransen te veel, in 2012 was dat 48 procent. En die mensen wonen vooral buiten de grote steden, waar je met de auto naar het centre commercial met McDonald’s gaat. In hoog tempo, becijferde de farmaceut Roche in een van de onderzoeken, zouden de Fransen qua overgewicht en obesitas in 2020 de Amerikanen hebben bijgehaald.

    • Peter Vermaas