Frankrijk blijft maar haperen

Toen president François Hollande eind maart aankondigde dat Frankrijk nu een strijdlustig kabinet zou krijgen, „un gouvernement de combat”, zal hij niet hebben bevroed dat zijn ministersploeg dat gevecht voornamelijk intern ging voeren. Met als resultaat dat premier Manuel Valls gisteren het ontslag van het kabinet aanbood.

Valls werd een klein half jaar geleden premier, als opvolger van Jean-Marc Ayrault, die dat ambt toen nog geen twee jaar bekleedde. Ayrault moest van Hollande plaatsmaken nadat hun partij, de Parti Socialiste (PS), bij gemeenteraadsverkiezingen een harde klap had opgelopen. Met de linkse liberaal Valls als eerste minister zou er misschien wat meer terecht kunnen komen van economische hervormingen. Die staan weliswaar haaks op wat Hollande in zijn strijd om het presidentschap in 2012 in het vooruitzicht stelde, ze zijn daarom niet minder noodzakelijk. Valls, de ‘Sarkozy van links’, dikwijls daadkrachtiger klinkend dan hij in de praktijk waarmaakt, kreeg in het kabinet echter te maken met een oude bekende: Arnaud Montebourg. Al sinds 2012 collega-minister van Valls en net als hij een van de vijf kandidaten die het tegen Hollande in 2011 moesten afleggen in de strijd om de socialistische nominatie voor het presidentschap. Montebourg toonde zich bij die gelegenheid de kandidaat van de linkervleugel van de PS, als uitgesproken voorstander van protectionisme en tegenstander van mondialisering. Hij haalde er meer stemmen mee op dan Valls.

Met zijn niet aflatende en publiek geuite kritiek op het economische beleid van Hollande en Valls tekende Montebourg, zelf minister van Economie, voor de val van Valls-1 en voor het einde van de 37ste regering van Frankrijk sinds de stichting van de Vijfde Republiek in 1958. In de nieuwe ministersploeg die premier Valls vandaag al aan de president zou voordragen, ontbreekt Montebourg, en daarmee de grootste tegenstander in de regering van de hervormingen en van de bezuinigingen die volgens hem door Duitsland worden opgelegd.

Gevoegd bij de impopulariteit van Hollande is dit conflict een voorbode van een nieuw gevecht om het leiderschap van de PS, de partij die bij de Europese verkiezingen in mei een nieuwe dreun van het electoraat kreeg toegediend en zo op een dieptepunt belandde.

De president is dus niet te benijden. In 2012, voor zijn verkiezing, beloofde Hollande economische groei. Begin dit jaar stelde hij hervormingen in het vooruitzicht. Van het een noch van het ander is veel terechtgekomen. De Franse economie is nog steeds aan modernisering toe. Het wachten is op een regering die de noodzakelijke stappen zet en impopulariteit op de koop toe durft te nemen.