Eigenlijk kan Turkije niet zonder onze Patriots, maar toch gaan ze

Nederland trekt zijn Patriot-raketten uit Turkije terug. Langere inzet trekt een te grote wissel op het personeel.

Defensie trekt de Patriot-raketten terug die sinds anderhalf jaar in Turkije aan de Syrische grens staan. De Turken hadden via de NAVO gevraagd de luchtafweer daar te behouden, maar Nederland is „niet in staat de inzet van de Patriot-systemen opnieuw te verlengen”, schrijven ministers Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) en Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) in een brief aan de Tweede Kamer.

Er is, al eerder uitgesteld, onderhoud aan de luchtafweer nodig. Ook zijn de schaarse specialisten die het systeem kunnen bedienen te vaak uitgezonden. „Een verdere verlenging zou een te zware wissel trekken op het al veelvuldig ingezette personeel”, aldus de ministers.

In 2012 werden Nederlandse, Duitse en Amerikaanse Patriots aan de Turks-Syrische grens gestationeerd vanwege de Syrische burgeroorlog. Er was angst dat ballistische raketten uit Syrië zouden afzwaaien. Nederland werd daarbij verantwoordelijk voor de bescherming van miljoenenstad Adana.

De Patriots hebben niet in actie hoeven komen – er is geen raket afgevuurd – maar staan wel 24 uur per dag paraat. Bij Defensie werd gehoopt dat Turkije niet om een verlenging van de missie zou vragen. Militairen vroegen zich af hoe reëel de Syrische dreiging voor Turkije werkelijk is. Maar „de dreiging voor Turkije van ballistische raketten vanaf Syrisch grondgebied is echter niet verdwenen”, schrijven de ministers nu.

Het is eigenlijk not done om een verzoek af te wijzen van een NAVO-bondgenoot die vraagt om diens grondgebied te beschermen. De Patriots zijn een specialiteit die maar weinig NAVO-landen hebben en die dus niet van Nederland kan worden overgenomen. Volgens de ministers hebben de NAVO, Turkije, Duitsland en de Verenigde Staten met „begrip” op het besluit gereageerd. In januari 2015 keren de systemen en de militairen definitief terug uit Turkije.