Drie procent van ouders vindt kind autistisch

In Nederland lijken relatief veel kinderen autistisch, maar interpretatie van gedrag blijft subjectief

Bijna 3 procent van de Nederlandse kinderen heeft volgens de ouders autisme of een aanverwante stoornis. Dat blijkt uit een gezondheidsenquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Gisteren publiceerde het CBS deze cijfers over de periode 2011-2013 op haar website. Het is voor het eerst dat het voorkomen van autisme op deze manier in Nederland is onderzocht.

Vergeleken met het buitenland lijkt het Nederlandse percentage autisme onder kinderen erg hoog. Schattingen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk schommelen rond de 1 à 2 procent. Volgens een woordvoerder van het CBS vallen de Nederlandse cijfers mogelijk hoger uit omdat het hier gaat om zelfrapportage: „We vroegen naar het oordeel van de ouders over hun kind, niet of er een medische diagnose was gesteld.”

Uit de behandelstatistieken van 2011 blijkt dat er in Nederland 26.000 kinderen onder behandeling waren voor autismegerelateerde stoornissen. Dat steekt schril af tegen de omgerekend 43.000 kinderen die volgens hun ouders leden aan een stoornis in het autistisch spectrum. Maar een snelle conclusie dat kinderen met autisme en aanverwante stoornissen in Nederland onderbehandeld worden is volgens de woordvoerder van het CBS niet terecht. „Er zitten ook kinderen tussen die eerder wel een behandeling kregen, maar bij wie verdere behandeling niet nodig bleek. En er zijn kinderen met een lichte vorm, die met hun afwijking kunnen omgaan en geen verdere begeleiding nodig hebben.”

Stoornissen in het autistisch spectrum komen ruim twee maal zo vaak voor bij jongens. Zij blijken daar relatief gezien vaker voor behandeld te worden dan meisjes. Er zijn vier maal zoveel jongens met autismegerelateerde stoornissen als meisjes die gebruik maken van de geestelijke gezondheidszorg.

Uit onderzoek in met name de Verenigde Staten blijkt dat autisme onder kinderen jaar op jaar toeneemt. Wat de oorzaak daarvan is, is niet duidelijk. Mogelijk raakt autisme meer bekend en worden symptomen eerder herkend. De diagnose wordt gesteld aan de hand van een aantal vaste gedragscriteria, maar de interpretatie van het gedrag blijft subjectief. Overigens konden de CBS-onderzoekers zo’n stijging in hun driejarige onderzoeksperiode niet ontdekken, mogelijk omdat deze trend zich pas op de langere termijn aftekent.

Uit het onderzoek blijkt ook dat ruim drie procent van de kinderen tussen 4 en 12 jaar oud volgens hun ouders kampt met hyperactiviteit of aandachtstoornissen (ADHD). Dit blijkt vaak samen te gaan met autisme of een aanverwante stoornis. Van de kinderen met een autistische stoornis heeft ruim een kwart ADHD-symptomen, van kinderen zonder autisme 2 procent.

Het CBS doet geen uitspraken over de interpretatie van de gegevens. „Wij leveren alleen de cijfers, het is aan de politiek om er beleid op te maken.”