Deflatie loert naar de eurozone

Wordt het leven alsmaar duurder? In normale tijden wel. Een beetje inflatie wordt gezien als smeerolie voor de economie: zij verleidt mensen aankopen te doen in de verwachting dat spullen morgen een tikje duurder zijn. Ze geeft een gevoel van gecontroleerde vooruitgang. En ze zorgt ervoor dat lonen en prijzen ruimte hebben om ten opzichte van elkaar te variëren zonder te daadwerkelijk te hoeven dalen.

In Europa is de Europese Centrale Bank er lang in geslaagd de inflatie rond de 2 procent te houden. Dat is een percentage dat de bankiers in Frankfurt als ideaal zien. Niet te hoog, zodat er geen opwaartse spiraal van lonen en prijzen kan ontstaan. En niet te laag, zodat deflatie, het dalen van de prijzen, geen gevaar is.

Na zes jaar in de financiële crisis wankelt dit beleid. De inflatie in de eurozone bedroeg in juli nog maar 0,4 procent. Dat is laag genoeg om de alarmbellen te doen rinkelen. Deflatie, het dalen van de prijzen gedurende een lange periode is nog ver weg. Maar dat vooruitzicht is dermate zorgelijk dat er actie moet worden ondernomen. Want als deflatie toeslaat is de weg naar boven moeilijk. Consumenten stellen hun aankopen uit in de verwachting morgen goedkoper uit te zijn, en dat gebrek aan vraag houdt de prijzen op zijn beurt weer laag.

Bovendien heeft de eurozone nog een ander probleem. Herstel van de eurocrisis is alleen te verwachten als de zuidelijke landen, die na de invoering van de euro aan concurrentiekracht verloren, hun positie herwinnen. Dat kan gebeuren doordat de lonen en prijzen daar minder snel stijgen dan in het noorden. Dat gebeurt op dit moment ook.

Maar de gemiddelde inflatie in de gehele eurozone is nu dermate laag, dat de zuidelijke landen gedwongen deflatie moeten doormaken om het evenwicht binnen de eurozone te herstellen. Dat ook Nederland een zeer lage inflatie heeft, is in dit opzicht niet zo verrassend als het lijkt: ook wij maakten een fors verlies aan concurrentiekracht door ten opzichte van Duitsland, dat in sommige opzichten niet zo heel erg veel afwijkt van wat de zuidelijke landen doormaakten. Het geluk is dat Nederland door beleggers intuïtief wordt ingedeeld in het Duitse kamp en daardoor – niet geheel terecht – te boek staat als probleemloos.

Lage groei en geringe inflatie

Een algehele periode van deflatie in de eurozone is er nog niet. Het verschijnsel dat we nu doormaken is al getypeerd als ‘lowflation’ (laagflatie), ‘subflatie’ of ‘seculiere stagnatie’ – een combinatie van lage groei en lage inflatie die lang duurt. Veel respijt uit de economie is niet te verwachten. De groei in de eurozone viel in het twee kwartaal stil, en als de activiteiten stagneren valt ook de opwaartse druk op de prijzen vaak weg.

Japan wordt zo meer en meer het schrikbeeld voor de eurozone. Dat land maakte begin jaren ’90 een implosie van de prijzen van grond, onroerend goed en aandelen door, hetgeen de banksector bijna op de knieën bracht. Tot nu toe is Japan er niet echt in geslaagd om de economische groei te hervinden en een gezonde inflatie te bereiken. Een recent offensief, begonnen onder premier Abe, moet daar verandering in brengen.

De grootste angst van de Europese Centrale Bank in de eurozone is nu dat de verwachting van lage inflatie of zelfs dalende prijzen bij consumenten en beleggers postvat, en zichzelf gaat waarmaken. Beleggers hebben dat vooruitzicht eigenlijk al. Hij is te berekenen uit het renteverschil tussen gewone staatsobligaties en staatsobligaties die zijn beschermd tegen inflatie. Door die twee rentes met elkaar te vergelijken, is het mogelijk te zien welke inflatie beleggers kennelijk verwachten in de eerstvolgende vijf jaar. Die verwachting ligt nu in Duitsland en Frankrijk ver onder de 1 procent.

Een zeer lage inflatie, of kans op deflatie zorgt er voor dat de rentevoeten ook naar beneden kunnen. Op de financiële markten wordt daar naar gehandeld. Vanmorgen bereikte de rente op 10-jarige staatsobligaties in de eurozone diepterecords. Voor Nederland staat deze rentevoet op nog maar 1,107 procent. Dat zijn, letterlijk ‘Japanse toestanden’.

Beleggers dreven de rentes gisteren vooral naar beneden door opmerkingen van ECB-president Mario Draghi tijdens een bijeenkomst van centrale bankiers in het Jackson Hole. Draghi sloot daar geen enkele maatregel uit om de lage inflatie te lijf te gaan.

Daaruit werd geconcludeerd dat de ECB nadenkt over het pompen van grote hoeveelheden geld in de economie. Dat gebeurt door het opkopen van (staats-)leningen, waardoor ‘verse’ euro’s in de economie worden gesluisd. Of dat er van komt? De geesten in Frankfurt lijken er, uit angst voor Japan, langzamerhand rijp voor.

    • Maarten Schinkel