‘De koning moet God noemen’

De religieuze overtuiging van koning Willem-Alexander is onzichtbaar in zijn publieke optredens. „Het was mooi geweest als zijn geloof daarin doorgeklonken had.”

Willem-Alexander en Máxima in Eindhoven, bij de aankomst van de stoffelijke resten van de neergeschoten Boeing. Foto’s ANP

„Wij zijn gelovig, niet kerkelijk.” Zo typeerde koning Willem-Alexander als kroonprins ooit de verhouding van hem en zijn – katholieke – vrouw Máxima tot het christelijk geloof.

Zelf hadden ze een duidelijk godsbeeld, bij Willem-Alexander onder meer ontstaan tijdens zijn opvoeding en de catechisatie bij de Haagse dominee Carel ter Linden. „Het geeft houvast in moeilijke tijden”, zei Willem-Alexander, belijdend lid van de protestantse kerk. En „het is ook iets waaraan ik uiteindelijk verantwoording kan en mag, ja, moet afleggen”. Maar zowel hij als zijn vrouw liep de kerkdeur niet plat om dat beeld te onderhouden of, zo nodig, te intensiveren. Wel zijn ze over een paar weken, op zondag 14 september, te gast bij de viering van het tienjarig bestaan van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) – de fusie van hervormde, gereformeerde en Lutherse kerken.

De religieuze achtergrond van de koning bleef tot nu toe onzichtbaar in openbare optredens. God speelde geen rol in zijn inhuldigingstoespraak in de Nieuwe Kerk. Hetzelfde gold voor zijn eerste kersttoespraak, eind vorig jaar. En na de geheel seculiere herdenking van de slachtoffers van de vliegtuigcrash van de MH17, eind juli, waarbij koning en koningin aanwezig waren, werd in een opiniestuk in deze krant gesteld dat „Nederland definitief een post-christelijk land is geworden”. Joost Röselaers, predikant in Londen, schreef: „Ook zonder het geloof zijn er rituelen waarin mensen uiting kunnen geven aan hun boosheid en verdriet.”

Een en ander roept de vraag op of Willem-Alexander en Máxima afkoersen op het eerste ‘God-loze’ koningschap van Nederland: weliswaar persoonlijk gelovig, maar zonder religieuze referenties of getuigenissen tijdens publieke optredens in een sterk geseculariseerd land. Het verschil met het vorige koningschap is immers aanzienlijk. Beatrix maakte vanaf haar aantreden in 1980 duidelijk dat ze leefde vanuit een goddelijke roeping. Ze sprak van „een vast geloof dat God mijn leven leidt”. Ook was ze een regelmatige bezoekster van kerkdiensten en onderhield ze intensief contact met geestelijken als Ter Linden en de ex-priester Huub Oosterhuis.

Karin van den Broeke (1964), theologe, voorzitter (preses) van de PKN en gastvrouw bij de jubileumbijeenkomst op 14 september, heeft niet lang bedenktijd nodig voor haar antwoord op de vraag naar het God-loze koningschap. „Dat gaat me te ver. Het optreden van Willem-Alexander past in deze tijd, die is zonder twijfel seculier. Maar als we de koning op die manier etiketteren, dan pinnen we hem daar voor de toekomst op vast. Waarom zouden we dat doen?”

Op basis van de optredens in zijn eerste jaar.

„Het is waar: tot nu toe is God niet sterk in zijn toespraken naar voren gekomen, en dat was opvallend. Ieder mens heeft het immers nodig om op een bepaalde manier te wortelen. Dus je gunt het de koning ook dat we kunnen horen hoe dat bij hem is. Het was mooi geweest als zijn geloof daarin doorgeklonken had. Maar ik sluit niet uit – en hoop – dat God ook nog eens in zijn openbare toespraken zal verschijnen.”

Vergeleken met zijn moeder lijkt het geloof van Willem-Alexander minder uitgesproken. Verklaart dat ook niet de afwezigheid van religieuze beelden in zijn openbare optredens?

„Dat hoeft niet. Wat ik namelijk mooi en belangrijk vind aan het godsbeeld van Willem-Alexander is dat hij ooit zei dat hij tegenover God verantwoording wil, ja, zelfs moet afleggen. Ik interpreteer dat als volgt: je bent koning van een land. Je zult luisteren naar het hele volk van dat land, in al zijn pluriformiteit, met al zijn meningen. Maar toch heeft niet dat volk bij hem het laatste woord, maar – wat wij noemen – de Allerhoogste. Het hoogste goed dat wij op aarde hebben is immers niet het menselijke koningschap. Het is de taak van de kerk om de staat te herinneren aan het Koninkrijk van God, en daarom steeds aan de overheid te vragen: waartoe wilt u staat zijn? Daarvan zal de koning ook een bepaald beeld hebben. Het was mooi geweest als hij dat in een openbare ruimte had geformuleerd.”

Wat verwacht uw kerk precies van staat en koning?

„Dat ieder mens in ons land tot zijn recht kan komen. Als staat heb je daarvoor de middelen. De koning heeft die macht niet, maar kan er wel symbool voor staan. Hij heeft in dat kader vorig jaar het omstreden woord participatiesamenleving gebruikt. Op zichzelf vinden wij dat juist een mooi woord. De koning heeft de term in zijn kersttoespraak verder ingevuld en gezegd dat hij een samenleving wil waarin mensen zorgzaam zijn voor elkaar. Maar hij heeft de politieke vertaling daarvan niet in handen. Dat moet het kabinet doen. Daar zijn wij als kerken juist kritisch over. Armoedebeleid en vluchtelingenproblematiek zijn schrijnende voorbeelden van die invulling. Die praktijk is niet altijd even menswaardig, vinden wij.”

Moet de koning zich dan kritischer uitlaten over die praktijk?

„Willem-Alexander staat pas aan het begin van zijn koningschap. Bovendien moet hij uit politiek vaarwater blijven. Hij is duidelijk nog niet kritisch tegenover de politiek. Toch zou dat wel iets meer kunnen, bijvoorbeeld om een woord als participatiesamenleving concreet in te vullen.”

De afwezigheid van God of kerkelijke bindingen van het moderne koningschap geeft anderen dan protestanten – humanisten, islamieten, katholieken – de kans daar het hunne in te leggen. Was de seculiere rouwplechtigheid voor de slachtoffers van de MH17, die alom werd gewaardeerd om de saamhorigheid van de mensen langs de A2, de stilte op vliegveld Eindhoven, de tranen van Máxima, daar juist geen mooi voorbeeld van?

„Ook ik vond die saamhorigheid mooi, al is het wel schokkend dat je als land kennelijk een vliegtuigramp nodig hebt om die te laten zien. Maar ik vraag me ook af waarom we zo concurrerend moeten denken. Waarom moeten we bang zijn dat het één geen plek meer krijgt als je aan het andere aandacht besteedt? Een religieus element had juist iets aan de rouwplechtigheid kunnen toevoegen, bijvoorbeeld omdat het de aandacht vestigt op onze feilbaarheid, en het besef dat je als mens je leven uiteindelijk niet in eigen hand hebt.

„Soms heb ik het gevoel dat we hier zo bang zijn om anderen uit te sluiten, dat we zelf niets meer durven te zeggen. Politici in andere landen hebben daar minder last van. Duitse politici van allerlei pluimage bezoeken gewoon de jaarlijkse Kirchentagen van de Evangelische Kirche. In Engeland begon de herdenking van de Eerste Wereldoorlog in Westminster Abbey, heel krachtig. Natuurlijk moeten we elkaar de ruimte geven, maar ondertussen steken wel antisemitisme en islamofobie in ons land flink de kop op. Zo saamhorig zijn we kennelijk ook weer niet. Voor mijzelf geldt dat mijn wortels en traditie mij oproepen om respectvol met anderen om te gaan. Een moslim put uit een andere traditie. Ik kom in dat contact met hem niet verder, als ik over mijn eigen bronnen zwijg.”

Religie en cultuur zijn tot nu toe minder uitgesproken aanwezig in dit koningschap, economie en handel des te meer. Bent u bang dat de monarchie te plat wordt ingevuld?

„Dat hoeft niet, want ook handelsmissies kun je op verschillende manieren invullen. We zitten midden in een economische crisis. Dan is het juist goed dat de koning daar aandacht aan geeft. Maar ik hoop dat het daar niet bij blijft, dat het niet alleen gaat om de belangen van het eigen bedrijfsleven. Duurzaamheid, bijvoorbeeld, zou ook een belangrijke rol moeten spelen. Ook handelsmissies moeten op dat soort waarden georiënteerd zijn. Ik neem aan dat onze koning, met zijn ruime ervaring in watermanagement, zich bewust is van de rol en verantwoordelijkheid van Nederland in de wereld.”

    • Kees Versteegh