Dan neem ik wel een kip

Mijn beste vrienden zijn geboren Achterhoekers, dus ik wist heus al wel een beetje hoe het er in dat gebied aan toeging. Dat je niet moest denken dat je, omdat je toevallig naar de andere kant van het land was verhuisd, als de kermis in het dorp was thuis kon blijven. Als buitenstaander had je op dat soort aangelegenheden weinig te zoeken, leerde ik toen ik ooit een keer meeging. Ik begreep kortom ‘de westerlingen’ wel die er een huis in het groen kochten en de lokale tradities verder links lieten liggen. Je gaf geen godsvermogen uit voor een lap grond om vervolgens scheten te gaan zitten laten in de dorpskroeg.

Andersom was er minder begrip, ontdekte ik tijdens een bezoek aan Vorden, waar ik was vanwege een trouwerij. De klanten in het dorpscafé daar, die zichzelf de oerbewoners van het gebied noemden, waren allemaal behept met een afkeer van ‘westerlingen’, die de boerderijen opkochten om er vervolgens in te gaan wonen, wat op zich al belachelijk was.

Maten door dik en dun.

De een wat dikker dan de ander, de ander wat gekker dan de een.

Een man ging alle aanwezige vrouwen af met de vraag „Wil je neuken?” om er daarna meteen achteraan te zeggen: „Nee? Oh, dan neem ik wel een kip.”
Ik probeerde me voor te stellen hoe zo’n grap in Amsterdam zou vallen.

Ik leerde veel: vooral welke tradities er door de komst van de westerling naar het gebied allemaal al waren gesneuveld. De jaarlijkse race met motoren rondom het dorp en het jagen op herten vanuit de achterbak van een auto bijvoorbeeld.

Daar was die man weer.

„Wil je neuken? Nee, oh dan neem ik wel een kip.”

Omstanders voegden er nu aan toe dat hij de daad ook wel eens bij het woord had gevoegd. Op het biljart met een diepvrieskip die voor dat doel een half uur in de magnetron had gelegen. Ze zeiden erbij dat er vroeger met hem ‘iets’ gebeurd was waardoor hij ‘prettig gestoord’ was geraakt, voor alle aanwezigen een afdoende verklaring.

Even later kwam het gesprek op de schandalige manier waarop ‘de Achterhoeker’ in de media werd neergezet.

„Alsof wij zo apart zijn”, zei de man die me even tevoren nog had verteld dat een half leeggegeten bak nasi ’s nachts nog hartstikke lekker was als je ’m op de verwarming had bewaard.

    • Marcel van Roosmalen