Afschieten van meeuwen werkt niet

We hebben de meeuw zelf uit de duinen verjaagd. Nu verscheuren ze vuilniszakken, betoogt Nico de Haan.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Nu VVD-Tweede Kamerlid Rudmer Heerema plotseling het geweer wil grijpen om meeuwen af te schieten, is het goed om even in de meeuwenhistorie te duiken. Dan kunnen we daarna, gewapend met die kennis, in de toekomst te kijken.

Dat meneer Heerema het heeft over meeuwen, zonder de soorten te duiden, geeft al aan dat hij zich niet echt in de problemen heeft verdiept. Het is wit, dus is het een meeuw, wat zou het anders zijn? Het gaat in dit verhaal over zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen. De laatste hebben zich sinds 1926 in ons land als broedvogels gevestigd. Na een schuchter begin hebben ze de zilvermeeuwen geheel overvleugeld en nu broeden er ruim 80.000 paar kleine mantelmeeuwen in ons land, tegen 40.000 zilvermeeuwen.

De andere algemene meeuw, de kokmeeuw, kunnen we buiten beschouwing laten, zij sleuren niet of zelden aan vuilniszakken en broeden ook niet op onze daken, maar in kolonies in natuurgebieden, verspreid over het binnenland. Wel pendelen ze dagelijks naar onze steden om daar, net als de andere twee meeuwensoorten, tonnen afval en vuil op te ruimen. Ook hebben ze wel eens een frietje uit mijn handen gegrist, maar dat is gewoon een kwestie van opletten en de frites afschermen.

Wat is er gebeurd? Zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen broedden een halve eeuw geleden nog in grote kolonies in de duinen langs de kust. Het zijn beiden echte kustmeeuwen. In de vorige eeuw en ook nog begin deze eeuw hebben we samen een grootscheeps voederprogramma voor deze vogels opgezet. Door het voedsel het hele jaar door dagelijks in grote hoeveelheden aan te bieden op open vuilstortplaatsen kon de stand explosief groeien. Tegelijkertijd zijn we de duinen gaan gebruiken voor onze waterwinning en vielen veel plassen droog waardoor veilige broedeilanden bereikbaar werden voor de vos. Voor de vos hadden we intussen de loper uitgelegd naar het westen. Via onze snelwegen en een dicht fietspadennet trokken ze ongezien naar onze polders, de grote steden en de duinstreek. Een paar bezoekjes van de vos ontregelde al snel alle meeuwenkolonies langs de kust, dus zochten ze het hogerop.

Vlakke grinddaken van flatgebouwen en industriecomplexen bleken een uitstekend alternatief. Veilig, geen vossen en mensen en voldoende beschutting om te nestelen met voldoende uitloopruimte voor de jongen, geweldig. Onze welvaart deed de rest. Was voedsel in de steden vroeger schaars, na de Tweede Wereldoorlog maakten de meeuwen al snel kennis met de patatgeneratie. Brood voor tussen de middag op school ging het raam uit en in plaats daarvan een frietje, waarbij gelukkig stevig werd gemorst.

Vervolgens werd de vuilniszak uitgevonden. De zware zinken emmers gingen de schroothoop op en in de loop van de dag werd er naadloos omgeschakeld van vuilstort naar vuilniszak of omgekeerd.

Dat openscheuren van die zak sloot goed aan bij het natuurlijk gedrag. Deze grote meeuwen hebben namelijk niet voor niets een zware sterke snavel waarmee ze net als gieren, de huid van dode dieren kunnen openscheuren, waardoor het vlees bereikbaar wordt.

Maar is elke zilvermeeuw of kleine mantelmeeuw nu ook een volleerde zakkenscheurder? Nee, het zijn vaak specialisten die dit gedrag vertonen. Wel is het zo dat de communicatie in meeuwenland onze tijd al ver vooruit was en nog steeds is. Zij hebben geen digitale media nodig om elkaar te informeren. Op strategische observatieplaatsen, niet al te ver bij elkaar vandaan, bezetten ze elke ochtend onze steden en wachten af. Zodra er ergens een voedselbron wordt gesignaleerd vliegt de betreffende meeuw daar op af. Aan het tempo en vlieggedrag zien de andere wachters dat er wat te halen valt. Ook die haasten zich naar deze plek en dat wordt weer gesignaleerd door de volgende ring meeuwen en zo zijn er, in enkele minuten tijd, tientallen meeuwen die zich te goed doen aan het afval. Vroeger vertoonden de zwarte wouwen in grote steden in ons land ditzelfde gedrag, nu zien we het ook nog bij de gieren in landen als India en op het Afrikaanse continent.

Uit deze analyse blijkt wel dat afschieten volstrekt zinloos is. Afschot in de bebouwde kom is sowieso niet toegestaan en ook veel te gevaarlijk. Reductie van de soorten door afschot in het buitengebied lost niets op. De kans dat je juist die individuen afschiet die zich hebben gespecialiseerd in vuilnizakkenroof is minder dan tien procent, het gros van de vogels weet helemaal niet hoe dat moet. Afval in altijd gesloten afvalbakken deponeren is een afdoende oplossing.

Verder is het zaak de daken van woongebouwen onaantrekkelijk voor nestelen te maken, bijvoorbeeld door begroeiing aan te brengen. Tegelijkertijd kun je dan alternatieven bieden op industriedaken waar de meeuwen niet voor overlast zorgen. Dat lijkt me een beter beleid.

Tot slot nog even over de VVD. Ik verbaas me over de ongenuanceerde PVV-achtige uiting van deze partij. Dat is niet altijd zo geweest. Destijds was het de VVD-minister Tuijnman die de spoorlijn om de Oostvaardersplassen liet leggen waardoor een veel groter natuurgebied ontstond. Ook was het de VVD-minister van Aartsen, jazeker de huidige burgemeester van Den Haag, die eind vorige eeuw de jacht op bijna alle vogels verbood, waardoor houtsnippen, wintertalingen, goudplevieren en vele andere onschadelijke trekvogels van de jachtlijst werden gehaald. Geweldig, hij verdient daarvoor, wat mij betreft, alsnog een lintje.

Nu ben ik niet bang dat onze staatssecretaris Dijksma de meeuwenjacht gaat openen, daar is ze veel te betrokken voor. En meneer Heerema? Die krijgt van mij gratis een cursus: vogels leren kennen! Dan veranderen we samen het schieten in... genieten!

    • Nico de Haan