Zomergast Van Reybrouck gemist? Vijf momenten om over mee te praten

De bevlogen schrijver en archeoloog David Van Reybrouck was gisteravond was de laatste Zomergast van het seizoen. Heb je het gemist, maar wil je toch kunnen meepraten en -twitteren? Wij zetten vijf momenten voor je op een rij.

Hij was de laatste Zomergast van het seizoen. De bevlogen schrijver en archeoloog David Van Reybrouck zat gisteravond drie uur aan tafel bij presentator Wilfried de Jong. Heb je het gemist, maar wil je toch kunnen meepraten en -twitteren? Wij zetten vijf momenten voor je op een rij. Inclusief kant-en-klare tweets.

“David Van Reybrouck is de ideale Belg”, zei mediaredacteur bij NRC Wilfred Takken voorafgaand aan de uitzending.

“Hij heeft alles wat wij aan Belgen bewonderen: hij is erudiet, welbespraakt, veelzijdig - hij is schrijver, dichter, journalist, archeoloog én cultuurhistoricus - en een uitstekende performer.”

Leven voor de kunst

Van Reybrouck, internationaal bekroond voor zijn bestseller Congo (€) over de geschiedenis van dat land, kondigde gelijk aan dat hij de “coulissen van mijn schrijverschap” wilde tonen. Dingen die hem motiveren en stimuleren. Fragmenten en gesprekken over geschiedenis, schoonheid en mededogen. En toewijding.

Hoe de intense toewijding aan de kunsten eruit kan zien, bleek uit het fragment dat Van Reybrouck koos over de Belgische kunstenaar Sam Dillemans.

“Wat ik zo bijzonder vind aan het kunstenaarschap van Sam Dillemans is de genadeloze consequentie waarmee hij zijn kunst beoefent. Zonder toegiften. Werkelijk - om het met een cliché te zeggen - leven voor de kunst. En dat is een verademing. In een tijd dat iedereen aan het multi-tasken is, in een tijd dat iedereen wel eens af en toe naar iets anders verlangt, is het een verademing om iemand te zien die op een zeer consequente manier een artistiek project - wat eigenlijk in essentie een artistieke zoektocht is - uitzet.”

“Zulke toewijding. Het woord toewijding komt niet voor in zijn verhaal, maar het gaat over toewijding. Toen ik Congo schreef, zat ik in dat leven.”

Van Reybrouck vertelt over het schrijfproces van Congo. Veertien maanden lang was hij er “als een bezetene” mee bezig. Toen snapte hij waarom Antoni Gaudí aan het eind van zijn leven ging wonen op de bouwplaats van zijn meesterwerk, de Sagrada Família, de basiliek in Barcelona die na ruim honderd jaar bouwen nog steeds niet af is. “Je kan zo opgaan, zo wonen in de tekst die je aan het maken bent, in het kunstwerk dat je aan het creëren bent, dat alle rest in zekere zin betekenisloos wordt.”

“Ik ben een van die auteurs die ervoor gekozen heeft om met zijn schrijven niet buiten de werkelijkheid te staan. Ik ben voornamelijk een non-fictieauteur. Ook als ik theater schrijf, als ik poëzie schrijf, laat ik me nog altijd voeden door het feit dat er een buitenwereld bestaat.

“Het liefst van al zit ik te schrijven in mijn atelier in alle rust, in alle stilte. Maar ik vind het moeilijk te schrijven als het dak lekt. En het dak van onze democratie lekt verschrikkelijk.”

Tweet dit moment

Jazz in het wad

Van Reybrouck liet ons ook kennismaken met een weinig bekende dichter uit eigen land. Hij vertaalde een aantal gedichten van de Friese Tsjebbe Hettinga, zelfs al spreekt hij geen Fries. Hettinga was een “blinde ziener” en de “Homerus van Friesland”.

“Er school veel jazz in het wad. Free jazz.”

We laten het meepraatmoment beginnen met een omschrijving van de dichter door Van Reybrouck. Kijktip: de documentaire over Hettinga, Yn dat sykjen sûnder finen, is vanavond om 21.15 uur te zien op NPO Doc.

Tweet dit moment

De herdenkingsindustrie versus zelfdoding

Van Reybrouck was betrokken bij een tentoonstelling over de Eerste Wereldoorlog. Eigenlijk is het een tentoonstelling die “het herdenken wil herdenken”, zegt hij. Want de enorme industrie die bij de herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog hoort en die op zich goed is, heeft ook iets “wansmakelijks”. Met streekbieren waarvan de marketing inspeelt op de oorlog.

Van Reybrouck zet in dit fragment de herdenking van al die jonge doden een eeuw geleden, af tegen het grote aantal zelfdodingen onder jonge mensen in Vlaanderen. Jonge mensen die “ten prooi zijn gevallen aan het mosterdgas van hun gedachten”.

“Wat mij opvalt is dat wij nu massaal al die jonge doden van honderd jaar geleden gaan herdenken, terwijl West-Vlaanderen vandaag de regio is met het hoogste zelfmoordpercentage van Vlaanderen. En Vlaanderen heeft al één van de hoogste zelfmoordcijfers van heel Europa. Ons zelfmoordpercentage is anderhalf zo hoog als het Europees gemiddelde en twee keer zo hoog als het Nederlandse. En in West-Vlaanderen is het nog hoger. Vooral bij jonge mensen”

Tweet dit moment

Maak kennis met het post-postkolonialisme


Gérard De Boe - Pêcheurs Wagenia (1952)

“Indonesië is gedekoloniseerd, Nederland niet”, stelt Van Reybrouck enkele minuten na het vertonen van een zwart-wit propagandafilmpje. “Het is moeilijk om tegelijk een postkoloniale blik te hebben en een post-postkoloniale blik”. Wat bedoelt hij hiermee? De koloniale en de post-koloniale blik hebben last van zwart-witdenken.

“Ze delen het universum in twee helften in. De ene helft is goed en de andere is slecht. En volgens het koloniale verhaal waren de Belgen goed en volgens het post-koloniale verhaal waren de Belgen grote schurken”.

In dit meekijkmoment legt Van Reybrouck uit wat post-postkolonialisme volgens hem inhoudt.

Tweet dit moment

Herstellende rechtspraak

Eigenlijk is de hele uitzending van Zomergasten het terugkijken waard. Ja, af en toe gebruikte de Vlaming “moeilijke woorden”. Sommige kijkers maakten op Twitter kenbaar dat het af en toe wat ‘koket’ werd. Maar hij laat ons in dit gesprek - eerder een door Wilfried de Jong gestuurde stream of consiousness van Van Reybrouck - telkens weer schoonheid zien. We kozen nog één moment om niet te missen, waarin de schrijver het heeft over de Waarheidscommissie in Zuid-Afrika. En over de idee van herstellende in plaats van straffende rechtspraak.

“Je kan maar beter de vuiligheid, de wonden schoonmaken, om dan proberen verder samen te leven. Dat vind ik zo ongelooflijk knap.”

Tweet dit moment

    • Laura Klompenhouwer