Opinie

    • Hans Beerekamp

Vincent van Gogh is uit de eikel gevallen

Paul de Leeuw met eikel in ‘Roodkapje’ (RTL4).

Afgezien van het na drie afleveringen al klassieke Oudtopia (VPRO) bevatte de dit jaar van vijf naar drie avonden teruggebrachte TVLab (NPO3) weinig verrassingen. Arie Boomsma en een Belgische seksuologe die zich als pop gedroeg praatten empathisch over seks, verschillende groepjes verlate pubers haalden ongein uit, Valerio Zeno en Dennis Storm doolden over de set van een postapocalyptische actiefilm en een jongen en meisje speelden onhandig zes dates na. Alleen als er niet krampachtig jeugdig wordt gedaan, maar men met bejaarden praat, overtuigt de publieke jongerenzender.

De surprise kwam dit weekend uit onverwachte hoek. Het kijkcijfer van de eerste aflevering op de late zaterdagavond van Roodkapje (RTL4) was met 1,2 miljoen precies het dubbele van wat Paul de Leeuw tevoren voorspeld had. Ik snap dat wel, want het als innovatieve kruising van een spel- en talkshow aangekondigde programma is eerder de combinatie van een spelletjesavond à la Ik Hou Van Holland en het soort keet trappen dat De Leeuw vroeger op zaterdag bij de VARA deed: een tot ‘Leuterbos’ omgedoopte studio met live combo en gretig publiek, dat rode puntmutsen heeft opgezet gekregen.

Wat het programma verder met het gelijknamige sprookje te maken had, werd niet zo duidelijk. Of het zou moeten zijn dat de mystery guest (dit keer Humberto Tan) zijn entree maakt onder een rode lampenkap. De Leeuw zwaait permanent met een soort urn in de vorm van een eikel, met briefjes waarop de zes deelnemers elk drie namen schreven. Die moeten geraden worden, eerst met een omschrijving die geen woord met een hoofdletter mag bevatten, daarna in een enkel woord en ten slotte in een pantomime.

Het lijkt opzet dat de spelregels smeken om vals spelen. Vincent van Gogh valt uit de eikel, Charlie Chaplin wordt getypeerd met „bolhoed”, waarna er ruzie ontstaat over de vraag of dat een of twee woorden zijn.

Fascinerend vind ik bij dit soort tv-spelletjes altijd dat zes mensen, zelfs vier BN’ers en twee secondanten, nooit meer over dezelfde soort kennisgebieden blijken te beschikken.

De Leeuw verordonneert bijvoorbeeld dat het wel namen moeten zijn die we allemaal kennen, dus geen Poolse dichteres of zo. Maar zelf schrijft hij ‘Dave Roelvink’ op. Ik ken in principe meer mensen die Szymborska kunnen thuisbrengen dan die weten wie Roelvink jr. is: een jeugdig fotomodel, dat zichzelf heeft laten filmen terwijl hij gepijpt werd in een bubbelbad door een meisje wier huis later werd leeggeroofd door zijn vrienden, waarna het filmpje op internet verscheen. Maar daar kun je dus wel iets over mimen, en dat leek precies de bedoeling van De Leeuw, die het gebaar, nou ja, nogal vet aanzette.

Ook de talloze variaties op Michael Palin („Wie? Die met de voornaam van een dode zanger en de achternaam van een vis zonder laatste letter”) deden weinig bellen rinkelen. Ik ga volgende week weer kijken, om het contact met de tijdgeest vooral niet te verliezen. Misschien is er dan ook iets meer talkshow in te ontdekken.

    • Hans Beerekamp