Roerdompen op vlees eten betrapt

Twee jaar geleden werden negen roerdompen uit het Ilperveld gezenderd. Vier zenders leveren nog steeds nieuwe informatie op.

Roerdompen eten niet alleen vis. Dat werd lang gedacht. Deze roerdomp ving een veldmuis. Foto HH/Ruurd-Jelle van der Leij

Half september maakte Jaap een tochtje naar de Oostvaardersplassen, maar die avond stond hij alweer op zijn vertrouwde stek. Roerloos in het riet, op stramme groene poten, perfect gecamoufleerd. Jaap is verreweg de meest honkvaste van alle roerdompen in het Ilperveld, het uitgestrekte, moerassige veenweidegebied tussen Amsterdam en Purmerend.

Elly bleek een stuk avontuurlijker. Zij overwinterde in Gambia en kwam weer heelhuids terug, jaar in jaar uit. Een vos roofde haar eerste nest leeg, in ondiep waterriet. Daarna vond ze een betere plek in dieper water. Anneke pendelt bij invallende vorst naar Zuid-Engeland. Eerst via Hull, daarna via een slimmere route. Nico zoekt ’s winters altijd de Friese meren op.

„De soort is heel flexibel, maar elk individu heeft zijn eigen overlevingsstrategie”, zegt projectleider Niels Hogeweg van Landschap Noord-Holland. Hij is initiatiefnemer van een onderzoeksproject waarbij tussen 2010 en 2012 negen roerdompen uit het Ilperveld zijn gezenderd. Spijtig genoeg vloog de eerste kandidaat, Niels, zich al na tien dagen te pletter tegen een hoogspanningsleiding. Sommige zenders begaven het na twee of drie jaar, of bleven zenden vanaf de plek waar de drager dood in het riet lag. De zenders van Jaap, Nico, Elly en Anneke werken nog steeds. Het project heeft een schat aan informatie opgeleverd over deze geheimzinnige rietbewoners, waarvan men niet eens wist of het nu trekvogels of standvogels waren.

Te zenderen vrouwtjes werden op het nest gevangen, mannetjes via lokroepen van rivalen in kooien gelokt. De onderzoekers zaten vele voorjaarsavonden hoopvol in een bootje. „Meestal vingen we niks, maar het waren altijd mooie avonden”, zegt Hogeweg. Ecoloog Jan van der Winden van onderzoeksbureau Waardenburg vond de roerdompen soms knap agressief. „Ze proberen met die dolksnavel je ogen uit te pikken. En eenmaal losgelaten vliegen ze niet weg, maar gaan alsnog nijdig in de aanval, met al hun veren omhoog.”

Een zendertje weegt 20 tot 30 gram, inclusief een minuscuul zonnepaneeltje voor de batterij en een tuigje van zacht, soepel materiaal dat eerst op twee roerdompen in het vogelasiel was uitgetest. Elk voorjaar worden in het Ilperveld vier antennes opgesteld. Dan komen ook de opgeslagen data uit de winterperiode binnen.

De roerdomp in het Ilperveld blijkt veel meer een weidevogel dan een rietbewoner. Hij stond bekend als viseter, maar eet hier voornamelijk muizen. In het Ilperveld is hij verzot op de zeldzame Noordse woelmuis. En verder eet hij veel kikkers, blijkt uit zender- en webcamwaarnemingen en uit de braakballen.

Curieus genoeg broedt de roerdomp maar in een klein deel van het leefgebied dat op het eerste gezicht geschikt lijkt. Vooral de fase rond de eileg blijkt een bottleneck. Van der Winden: „Het vrouwtje blijft dan dicht bij haar nest en moet dus veel voedsel vlak in de buurt kunnen vinden. Het mannetje helpt niet mee. Petgaten, zoals men vroeger voor de turfwinning groef, voldoen perfect. De vrouwtjes nestelen tussen riet en lisdodde die in het water groeien. Favoriet zijn petgaten van minstens tien jaar oud, voor driekwart dichtgegroeid. Dat dichte riet vormt dan een kniklaag, waarop ze hun nest kunnen bouwen.” Terwijl hij vertelt, kijkt hij scherp om zich heen. Binnen tien minuten heeft hij een watersnip (‘die donkere vlek daar, met die enorme snavel’) en een krijsende waterral opgemerkt.

We staan in het gras naast een van de nieuwe petgaten die Landschap Noord-Holland hier sinds enkele jaren uitgraaft. In eerste instantie voor kranswieren en andere zeldzame waterplanten, maar roerdompen blijken er dus graag te nestelen. Hogeweg: „Rondom de petgaten moet structuurrijk grasland zijn. Dat is goed voor de Noordse woelmuis en dus voor de roerdomp. Ook in strenge winters, als vissen en kikkers onder het ijs zitten, zijn er nog muizen. Zolang het niet sneeuwt.”

Vooral de roerdompmannetjes zijn veel onderweg. „Ook zomers gaan ze regelmatig naar andere natuurgebieden”, zegt Van der Winden. „Misschien hebben ze daar ook vrouwtjes zitten, ze doen aan veelwijverij.” „Sommige mannetjes hebben geen partner”, zegt Hogeweg, „andere wel drie.” Dit voorjaar hoorde men in het Ilperveld zes of zeven mannetjes hoempen. Maar zeven broedparen is niet genoeg, zegt Hogeweg. Juist vanwege de roerdomp is het Ilperveld aangewezen als Europees beschermd ‘Natura 2000’-gebied. Het doel: minstens 15 broedparen, zoals in de jaren 70. „Toen waren er landelijk nog zo’n 600 broedparen, nu hooguit de helft.”

Veel natuurbeheerders zetten weiland om in rietlanden, voor de roerdomp. „Maar dat gaat ten koste van de grutto”, zegt Hogeweg. Nieuwe petgaten met nat grasland zijn goed voor beide. „Toen we nog aan het graven waren, liep de roerdomp al achter de tractor, muizen zoeken. Over tien jaar broedt hij hier geheid.”