Ook IS-aanhang geen reden voor politisering strafrecht

In tijden van oorlog sneuvelt eerst de waarheid, op de voet gevolgd door burgerlijke vrijheden. Althans zo lijkt het, voor wie de ontwikkelingen rond de strijd tegen de terreurorganisatie IS in het Midden-Oosten volgt. In Nederland woedt een fel debat tussen al dan niet veronderstelde IS-aanhangers en ‘nationalisten’. Daarbij worden IS-vlaggen getoond en leuzen geroepen, die het gezag beschouwt als een inbreuk op de openbare orde. Die vlaggen worden vervolgens geweerd bij demonstraties. In het verlengde daarvan worden demonstraties in woonwijken tegengehouden. Dat is te billijken, zolang zulke demonstraties elders, op neutraal, open terrein kunnen doorgaan. Maar het klimaat wordt er niet beter op.

Het Tweede Kamerlid Klaas Dijkhoff (VVD) ging onlangs een stap verder. Hij vond dat radicale demonstranten die „namens IS zeggen te spreken” een „essentieel onderdeel van de terroristische organisatie worden”. En zij zouden dan ook als terrorist vervolgd moeten worden, hier, in Nederland. Wie vóór IS demonstreert, is volgens het Kamerlid dus meteen een deelnemer aan terreur, of althans iemand die een terroristische organisatie faciliteert. Voor een lid van een fractie die nog niet zo lang geleden in het Tweede Kamergebouw een ‘vrijdenkersruimte’ liet inrichten een wel zeer onliberaal standpunt.

CDA-leider Buma haalde het oude idee van stal om ‘verheerlijking van geweld’ strafbaar te stellen. Gelukkig wees minister Opstelten (Justitie) dat prompt van de hand. Hij meent dat er geen behoefte is aan een gedachtenpolitie – zo is het. Bij deze VVD’er werkt het liberale instinct gelukkig nog wel.

Opruien of haat zaaien bestaan al als delicten en dat is al dubieus genoeg. De maatstaf voor toelaatbare meningsuiting legde het mensenrechtenhof in Straatsburg immers bij shock, offend and disturb – schokken, kwetsen en verontrusten zijn toegestaan. Van politici mag dus nuchterheid en incasseringsvermogen worden verwacht. En vooral het talent om zich verbaal te verweren en niet meteen naar het strafrecht te grijpen. Help, een zwarte vlag, een IS-aanhanger, waar is de officier van justitie?

Politisering van het strafrecht door gelegenheidsmisdrijven moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Bij het vervolgen van jihadreizigers bleek al hoe kwetsbaar strafrechtspleging eigenlijk is. En hoe opportunistisch het kan uitwerken. De ‘Syriëgangers’ die justitie moet verhinderen te vertrekken, dreigen deel te gaan uitmaken van radicaal islamitische groepen die aanslagen plegen – en zouden na terugkeer een gevaar voor Nederland vormen. Voor zover ze een dubbele nationaliteit hebben, wil Nederland ze zelfs verstoten. Hun staat dan eenzijdig verlies van de Nederlandse nationaliteit te wachten. Mogelijk zonder één stap over de grens te hebben gezet.

De geloofwaardigheid van dit beleid neemt verder af, nu het Westen onverwacht de Koerdische PKK, officieel een terroristische organisatie, als bondgenoot militair steunt in de strijd tegen IS. Er zijn dan ook ‘PKK-gangers’ te verwachten. Het lijkt politiek ondenkbaar dat het Openbaar Ministerie ook hen op het vliegveld zal arresteren. De kwestie is theoretisch, maar niet irreëel. Strafrecht als állerlaatste redmiddel was zo gek nog niet.