Kritiek op Israël is nodig, moedig en onontbeerlijk, vond Hajo Meijer

Auschwitz-overlever

Anti-zionist

Hajo Meyer overleefde de Holocaust, maar keerde zich tegen de staat Israël.

Kritiek op Israël, zo vond Hajo Meijer, had niets te maken met antisemitisme. Integendeel, het „ontstaat vanuit dezelfde waarden die bij velen leiden tot kritiek op antisemitisme en andere vormen van racisme”, zo schreef hij in 2009 in NRC. Gisteren overleed hij, hij werd 90 jaar.

Meijer was van Joodse komaf en werd geboren in het Duitse Bielefeld. Hij vluchtte in 1939 naar Nederland, maar werd opgepakt door de nazi’s, die hem naar Auschwitz stuurden. Hij verrichtte dwangarbeid en wist te overleven tot de Russen het kamp bevrijdden. Na de oorlog promoveerde hij in 1954 in de theoretische natuurkunde, maakte carrière bij Philips en werd directeur van het Natuurkundig Laboratorium (NatLab). Na zijn pensioen bouwde hij violen.

Meijer kwam uit een antizionistisch gezin. In 2000 was hij betrokken bij de oprichting van Een Ander Joods Geluid, waarvan hij een van de leidende figuren werd. Deze organisatie keert zich tegen het optreden van Israël in de Palestijnse gebieden.

Hij publiceerde regelmatig in kranten. In NRC Handelsblad nam hij het in 2009 op voor SP’er Harry van Bommel die vanwege aanwezigheid bij een demonstratie tegen Israël niet welkom zou zijn op een Auschwitzherdenking: „Kritiek op de huidige Israëlische politiek is noodzakelijk, moedig en onontbeerlijk voor internationale pressie op Israël om gelijkwaardigheid en vrede toe te staan in zijn relaties met de Palestijnen.”