Ik wil gedichten schrijven die in een behoefte voorzien

Kunnen gedichten troosten? Nee, zegt Dichteres des Vaderlands Anne Vegter in gesprek met zichzelf. Maar poëzie kan wel een dijk slopen vanbinnen.

Illustratie Enkeling

Ze staat op het punt een week op vakantie te gaan. Ik spreek Anne Vegter op het Centraal Station van Rotterdam. Dat is het nieuwste en mooiste station van Nederland, had ze zonder een zweem van bescheidenheid gezegd. „Rotterdammers unlike is het door de stadsbewoners goedgekeurd.” Boven in de stationshal bevindt zich de Stationshuiskamer. Daar neemt ze even tijd voor me.

Waarom wilde je hier afspreken?

„Mijn huis staat op z’n kop. Overal tassen en stapels boeken en levensmiddelen voor de vakantie.”

Je neemt voor één week de halve inboedel mee? Een kwart van de wereldbevolking is met een lege tas op de vlucht.

„Het is een provocatie om dat vergelijk te durven maken. Is het serieus je eerste vraag? Wat ik mee zou nemen als ik moest vluchten? Shame on you. De problematiek van vluchtelingen is onoverzichtelijk en vernederend. Als er een oorlog uitbreekt raken volkeren op drift. Identiteit verengt tot die van vluchteling. Als random vakantieganger hunker je luxueus naar je jaarlijkse week zonder identiteit. Deze zomer staat de wereld op zijn kop. Gestoorde binnenstebuitenglobe. Maar ik help niemand als ik mijn spullen thuislaat.”

Naar aanleiding van je gedicht over de MH17 schreef iemand dat je te veel thuis voor de tv zit.

„Toen ik over de MH17 dichtte, zei iemand op Facebook dat die Vegter niet wist waar ze het over had. Dat ze het nieuws oppikte uit de media. Haha. Tja. Moet de Dichteres des Vaderlands embedded mee naar een rampsite? Het is een kwestie van elegantie om je ook op afstand in te willen leven in de situatie van anderen. Mijn gedicht ging over de nationale schok en naschok. De obsessie en de betrokkenheid moesten ruimte krijgen. Als de oorzaak van de schrik tot een schuldvraag leidt, hoeft de dichter geen pasklaar antwoord te geven. Een dichter mag tegelijk zichtbaar en onzichtbaar zijn.”

Je collega in België haalde zich de woede op de hals toen hij een gedicht publiceerde over de bruutheden in Gaza.

„Elke Dichter des Vaderlands is alleen verantwoording aan zichzelf verschuldigd. Het gedicht wekte bij sommigen de indruk dat niet de regering van Israël, maar een hele geloofsgemeenschap verantwoordelijk werd gesteld voor de verwoestingen. Argwanende collega’s lazen zijn gedicht zo. Deze Belgische Dichter des Vaderlands is het lot van de bewoners van Gaza toegedaan. Als je boos bent, hebben je woorden een ander soortelijk gewicht. Overigens heeft hij de verdachtmaking van antisemitisme krachtig van de hand gewezen. Er is een verschil tussen antisemitisme en antizionisme, schreef hij. Ik ben overtuigd van zijn onderscheidingsvermogen. De Volkskrant weigerde zijn antwoord op de kritiek. Een Dichter des Vaderlands mag actuele issues op de poëtische agenda zetten namens zichzelf. De dichter kan daarbij op zijn plaat gaan. Als je dat aandurft kan je je als Vaderlandse dichter razendsnel ontwikkelen.”

Pardon?

„Er bestaat een taal die wel verstaan wordt. Alleen moest ik die leren spreken. Ik heb altijd een innerlijke taal gehad. Eigen woorden, maffe gedachtesprongen. Mijn tijdelijke motto is dat van Tante Patent van Annie MG Schmidt: ‘Wat is het leven makkelijk als je niet moeilijk doet’. Dat geldt nu ook voor mijn poëzie. Ik spreek uit mijn hart.”

Aan de muur van deze Stationswachtkamer hangt een levensgrote foto van je. Was dat de echte reden hier af te spreken?

„Je hebt vanaf deze plek zicht op de rennende reizigers beneden. Het is huiselijk en hectisch in deze Stationshuiskamer. Een goed klimaat voor het schrijven van poëzie.”

En die portretfoto?

„Het stelt de Dichteres des Vaderlands voor, vermomd als Anne Vegter. Iedereen klaagde over mijn zichtbaarheid. Ik ging voor leesbaarheid. Bij een foto in een publieke ruimte kon ik me wél iets voorstellen. Go!, dacht ik. Nu hangt ik wel een beetje eenzaam aan de muur. Als ik wel eens diep in de nacht over het station ren roep ik ‘Jij daar, wakker blijven!’. Ik zegt nooit iets terug. Schriftje en bril in de hand. Altijd op het punt van schrijven.”

Haar telefoon gaat af. Ze zegt ‘Shit, ik regel het’, ik kom eraan.

„Ik moet nu naar de Ardennen. Hoe kan het ineens zo laat zijn?”

Ze verontschuldigt zich. Ze nodigt me uit in haar vakantiehuis voor een vervolggesprek. Een paar dagen later mailt ze me vanaf haar vakantieadres: „Van vakantie schijnen je hersens in de ruststand te gaan. Het IQ daalt dramatisch. Verwacht dus geen hogere wiskunde van ons gesprek.”

Ik neem opgelucht de trein naar België. We delen de liefde voor oude huizen in afgelegen gebieden. In Vielsalm wacht ze me bij het station op. Terwijl ze me door de Ardeense heuvels rijdt spreekt ze de stem uit haar TomTom vrolijk tegen.

„Als ik die stem volg sta ik straks op een modderpad voor een vage boerenschuur. Dat is niet de bedoeling. Het is als het schrijven van een gedicht. Je programmeert een route van woorden. Einde gedicht, bestemming bereikt? De lezer die de route kwijtraakt in het gedicht komt op een andere innerlijke locatie uit. Als Dichteres des Vaderlands probeer ik nu gedichten te maken met een heldere navigatie. Zodat dichter en lezer eens op hetzelfde moment op hun bestemming aankomen.”

Wat betekent dat concreet?

„Dat ik gedichten wil schrijven die in een behoefte voorzien. Behoefte aan humor, rebellie, dromen en rechtvaardigheid. Een vaderlands gedicht is een eiland tussen heftige nieuwsissues.”

We zijn er. Het paradijs ligt maar drie uur reizen van Rotterdam, grijnst ze. Hoewel het motregent zitten we buiten in haar tuin bij een vuur. We pakken de draad weer op. Ze publiceerde deze zomer al twee gedichten naar aanleiding van de vliegtuigramp.

Kort daarvoor maakte je een gedicht naar aanleiding van het WK. Sinds wanneer schrijf jij over voetbal?

„Alles waarin je je verdiept wordt op den duur interessant. Ik ging bij de Turkse vereniging op de hoek naar de tv kijken. Ik liet me voetbalregels uitleggen. Toen sloeg mijn intuïtie toe. Ik schreef: ‘Verliezen is eigenlijk meer iets voor verliezers.’”

Kunnen gedichten troosten?

„Een dichter kan niemand troosten, maar poëzie kan een dijk slopen vanbinnen.”

We rennen naar binnen. De regen gutst inmiddels van het dak.

    • Anne Vegter