Hoe herken je een Syriëganger?

Denk je bij Syriëgangers aan een baard? Dan zit je ernaast, zo blijkt uit onderzoek.

Probeer je een jihadstrijder voor te stellen in je hoofd. Hoe ziet hij eruit? Met een baard zeker? Ja, natuurlijk met een baard. Maar dat is wel onterecht. Een baard is helemaal geen signaal van radicalisering bij moslims, zeggen Leidse onderzoekers die een studie hebben gedaan naar de motieven van Nederlandse jongeren om in Syrië te gaan vechten. Zij interviewden achttien mensen uit de directe omgeving van vijf jihadstrijders. Het is voor het eerst dat een dergelijke wetenschappelijke studie is verricht naar Nederlandse Syriëgangers.

Volgens onderzoekers Peter Grol, Daan Weggemans en hoogleraar terrorisme Edwin Bakker is hun studie te klein van opzet om er definitieve conclusies aan te verbinden. De resultaten kunnen wel gebruikt worden voor het onderwijzen van jongerenwerkers, ouders en docenten over radicalisering.

Jihadreizigers vertonen een aantal basale overeenkomsten, zo blijkt uit het onderzoek. Zij komen vaak uit achterstandswijken, zijn laag- tot middelmatig opgeleid en sluiten zich tijdens hun radicalisering af van hun omgeving.

In het onderzoek staan geen signalementen waar potentiële Syriëstrijders aan te herkennen zijn. Volgens de onderzoekers zijn de jihadisten niet in een hokje te stoppen. Ten onrechte zouden sommige hulpverleners het idee hebben dat Syriëstrijders te herkennen zijn aan hun uiterlijk, bijvoorbeeld het laten groeien van een baard. „Een baard duidt er slechts op dat een moslim gelovig is, niet dat hij op weg is zich aan te sluiten bij een terreurgroep”, zegt Peter Grol. Volgens Grol gaat een stigmatiserende werking uit van het bestempelen van de baard als radicaal. Zo heeft de politie van Antwerpen, waar tientallen jihadreizigers vandaan komen, opdracht gekregen van de korpschef uit te kijken naar jongens die hun baard laten groeien. Grol: „Daarmee zorg je ervoor dat duizenden gelovige moslims zich hier niet meer welkom voelen, en dat werkt polarisatie in de hand.”

Ouders waren volkomen verrast

Uit het Leidse onderzoek blijkt dat Syriëgangers zich in de periode voor hun vertrek afsluiten van hun omgeving. Ouders waren volkomen verrast toen bleek dat zij op jihad waren. Zo had een jihadist zijn moeder wekenlang buiten de deur gehouden; pas toen hij in Syrië zat, kwam ze erachter dat zijn volledige huisraad was verkocht.

Naast sterke gevoelens van onrecht bleken de onderzochte jihadisten ook traumatische gebeurtenissen te hebben meegemaakt, zoals het verlies van een ouder of vriend. Ook heeft het sociaal netwerk veel invloed op het radicaliseringsproces, blijkt uit de studie. „Internet wordt vaak genoemd als een oorzaak van radicalisering, maar dat bleek bij de door ons onderzochte jongeren niet het geval”, zegt onderzoeker Daan Weggemans. „Facebook is voor hen voornamelijk een middel om met elkaar in contact te blijven.” Internet kan het proces van radicalisering wel versnellen, zegt Weggemans. Twee internetfilmpjes in het bijzonder zouden veel indruk hebben gemaakt op de jihadreizigers, bleek uit de gesprekken. Het gaat om een video waarin verkrachte Syrische moslima’s het Westen om hulp roepen, en een video waarin mensen stikken na een Syrische gifgasaanval.

    • Andreas Kouwenhoven