Hockey op Zuid? Dat is als schaatsen in de Sahel. Dat bestond gewoon niet

NRC volgt Rotterdam-Zuid op de voet. Vandaag: hoe hockey ook op Zuid mogelijk bleek. Met een kunstgrashockeyveld en hockeyende kinderen in alle nationaliteiten.

Met haar hockeystick rent ze over het veld. Haar blonde paardenstaart springt op en neer. Een sliert kinderen rent achter Romy van der Heide (22) aan.

Het hockeyveld van hockeyclub Feyenoord ligt in Rotterdam-Zuid.

Bijzonder? Ja. Hockey op Zuid is als schaatsen in de Sahel. Het bestaat gewoon niet.

Het bestond gewoon niet.

Sinds 2012 ligt er een hoogwaardig kunstgrashockeyveld schuin tegenover de Essalammoskee.

Het idee kwam van Paul Veldhuijzen. Hij heeft lopen lullen als Brugman om gemeente en sponsors achter zich te krijgen. En te houden. Veldhuijzen gelooft er heilig in: sport geeft structuur. Kinderen maken kennis met andere culturen. Wie sport wordt minder snel dik. Van een teamsport leer je een hoop. En voor potentiële lastpakken: wie sport hangt niet op straat.

Hockey was altijd een sport van de elite, inmiddels weet ook de middenklasse de hockeyvelden te vinden.

Veldhuijzen wil de sport bereikbaar maken voor kinderen met ouders die weinig geld hebben. „Het is gewoon een leuk spelletje.”

En dat lukt aardig. Er hockeyen nu 160 kinderen bij Feyenoord. Volgend jaar zal dat aantal groeien naar tweehonderd tot tweehonderdvijftig kinderen, denkt Veldhuijzen.

Het is een aardige mix; ook witte kinderen uit de koophuizen op de Kop van Zuid zitten op de club in Zuid.

De kinderen die achter Romy van der Heide aanrennen zijn van Surinaamse, Antilliaanse, Marokkaanse, Turkse en autochtoon Nederlandse afkomst.

Romy, die opgegroeide in Berkel en Rodenrijs en vanaf haar vijfde hockeyt, moest even wennen. „Deze kinderen hebben voor het eerst een stick in hun handen. Ze groeien er niet mee op, zoals de kinderen in Berkel waar hele families voor het hockey leven. De kinderen komen meer voor het plezier dan voor de prestatie.”

Ouders moeten halen en brengen als de kinderen uit spelen. Dat is voor veel ouders nog wel een probleem. Ze komen niet opdagen, moeten een auto van een oom of neef lenen, beloven te komen en zeggen af met een smoes. Of ze lezen de mail of de website niet. Veldhuijzen heeft een prikbord aangeschaft zodat niemand een uitwedstrijd hoeft te missen. Hij hoopt dat het werkt.

Een vader kijkt naar zijn hockeyende zevenjarige dochter op het veld. Hij is blij met de hockeyclub. Op Zuid kunnen kinderen verder alleen voetballen of op een vechtsport, zegt hij.

Zijn twee zoons voetballen, maar dat vindt hij geen sport voor meisjes. „Ze krijgen er te gespierde bovenbenen en kuiten van. Geen gezicht.” Zijn dochter rent fanatiek achter de bal aan. Haar stick zwaait alle kanten op. Even later rent ze naar haar vader: „Ik heb vier keer gescoord!”

Haar vader heeft nu nog een wens: Een schaakclub. Voor zijn zoons.

    • Sheila Kamerman