Het taboe is taboe

Wat was het leven eenvoudig, toen we het onderscheid tussen links en rechts nog kenden. Links dacht na, had idealen en was dus goed. Links viel samen met modewoorden als progressief en vooruitstrevend. En in het feestelijk middelpunt van die beweging stonden Freek de Jonge en Bram Vermeulen, die samen het overrompelende cabaretduo Neerlands Hoop vormden.

In werkelijkheid waren Freek en Bram echter lang niet zo eenvoudig te etiketteren, toont de historicus Rob Hartmans aan in zijn essayistische boek Freek, verschenen bij diens zeventigste verjaardag. Strak- dogmatisch waren ze in elk geval niet. Eerder speels, brutaal en ook empathisch.

Hartmans’ relaas gaat over de manier waarop Freek de Jonge zich in zijn werk over de tijdgeest heeft uitgesproken. Hij concludeert dat de snoeiharde spot die in de glorietijd van Neerlands Hoop zo’n bevrijdend effect had, in de loop der decennia danig uit de hand is gelopen. Hij citeert Freek de Jonge, die in de jaren negentig al vaststelde: „Alle subtiliteit, alle suggestie, alle liefde, alle haat, alle humor bestaat bij de gratie van het taboe. Het taboe is de grondslag van de beschaving. Maar het taboe is taboe geworden.” Het rebelse adagium dat alles moest kunnen, heeft een samenleving voortgebracht waarin alles kan maar ook datgene wat een weldenkend mens niet zou moeten willen.

    • Henk van Gelder