Een brief van James Foley aan zijn geliefden, geschreven in gevangenschap

Journalist James Foley werd in 2012 in Syrië ontvoerd en vorige week publiekelijk vermoord door een strijder van IS. Toen hij vast zat werden de brieven die hij aan zijn familie en vrienden schreef in beslag genomen. De oplossing van Foley: hij liet een medegevangene, die op het punt stond bevrijd te worden, een brief volledig onthouden. Die is vandaag vrijgegeven.

Een grote afbeelding van James Foley tijdens een herdenkingsdienst in Irbil, 350 km ten noorden van Bagdad, afgelopen zondag. AP / Marko Drobnjakovic

Journalist James Foley werd in 2012 in Syrië ontvoerd en vorige week publiekelijk onthoofd door een strijder van IS. Toen hij met zeventien andere gijzelaars vast zat werden de brieven die hij aan zijn familie en vrienden schreef in beslag genomen. De oplossing van Foley: hij liet een medegevangene, die afgelopen juni op het punt stond bevrijd te worden, een brief volledig onthouden. Die is vandaag vrijgegeven.

‘Ik bid dat jullie sterk blijven’

Foley richt zich in zijn brief op zijn familie, en vertelt hen hoeveel hij ze mist en hoe dierbaar ze voor hem zijn, en dat de mooie herinneringen met hen samen hem kracht geven tijdens zijn gevangenschap. De journalist probeert ook zijn geliefden positieve energie en kracht te sturen in zijn gebeden, en in zijn boodschap.

“Dromen over familie en vrienden neemt me mee, en vult mijn hart met geluk. I weet dat jullie aan me denken en voor me bidden, en daar ben ik zo dankbaar voor. Ik voel jullie aanwezigheid, vooral als ik bid. Ik bid dat jullie sterk blijven, en blijven geloven. Ik geloof werkelijk dat ik jullie kan aanraken in deze duisternis als ik bid.”

Diane en John Foley, de ouders van James Foley. Na het overlijden van hun zoon gaven ze een interview aan AFP in hun woning. Foto AFP / Dommick Reuters

Foley vulde de gevangen dagen met gesprekken met zijn zeventien medegevangenen over films, trivia of sport. Ze spelen spellen met elkaar, houden soms zelfs toernooien:

“De spellen, en het leren van elkaar hebben geholpen om de tijd door te komen. We herhalen verhalen en lachen om de spanning weg te nemen.

Ik heb sterke en zwakke dagen gekend. We zijn zo dankbaar wanneer iemand wordt bevrijd, maar verlangen natuurlijk ook naar onze eigen vrijheid. We proberen elkaar moed in te spreken en kracht te delen.”

Vervolgens probeert Foley zijn geliefden ook moed in te spreken. Hij deelt zijn goede herinneringen aan en met zijn broers en zus, hij benadrukt hoe trots hij op ze is en hoe sterk hij hoopt en bidt dat hij snel weer bij ze kan zijn: “Katie, ik bid dat ik bij je bruiloft aanwezig kan zijn.” Tot slot richt hij zich vol hoop tot zijn grootmoeder:

“Oma, neem uw medicijnen, ga wandelen en blijf dansen. Als ik weer thuis ben neem ik u mee naar Margarita’s. Blijf sterk want ik heb uw hulp straks hard nodig om mijn eigen leven terug te krijgen.”

Lees de volledige brief hier.

Kaarsjes worden aangestoken tijdens een herdenkingsbijeenkomst voor de omgebrachte journalist James Foley in zijn woonplaats. Foto AP / Jim Cole

James Foley hielp collega’s in nood

NRC-correspondent Joeri Boom leerde Foley kennen in 2012. Samen zochten ze hun ontvoerde collega’s. Boom schreef hierover in NRC Handelsblad over naar aanleiding van zijn overlijden. Een passage uit zijn stuk:

“‘Ben je bereid samen met mij Syrië in te trekken als het nodig is om ze vrij te krijgen?’ Dat was het eerste wat fotograaf en filmer James Foley wilde weten toen ik was gearriveerd in het Turkse grensgebied met Syrië. Het was juli 2012 en hij spande zich tot het uiterste in voor zijn Britse vriend John Cantlie, die samen met mijn boezemvriend, de Nederlandse fotograaf Jeroen Oerlemans, vlak over de Syrische grens was ontvoerd.

Vanaf die dag knokten Foley en ik samen om ze vrij te krijgen. [...] Foley had zelf in 2011 zes weken gevangengezeten, in Libië. ‘Ik weet wat ze doormaken’, zei hij.[...]

Toen we onze vrienden, na tientallen telefoontjes en schimmige ontmoetingen, een week na hun ontvoering konden ophalen nabij de Turks-Syrische grens, was James de eerste die Jeroen omhelsde. Krachtig en lang, alsof hij hem al jaren kende.”