De moeders houden Spoorwijk bij elkaar

In de Haagse Spoorwijk komt het op de vrouwen aan. Het percentage alleenstaande moeders is er hoog. Vandaag op bezoek bij tante Cor, moeder van de Quote 500-bende.

Foto’s Peter de Krom

Ma Baker She taught her four sons Ma Baker To handle their guns

Nederland had eindelijk ook zijn eigen Ma Baker, het legendarische criminele gezinshoofd uit de jaren 30 in de VS. Corrie uit Den Haag, 62 jaar, moeder van de drie hoofdverdachten van de Quote-500 bende. Ze zou haar huis, ‘een rovershol’, beschikbaar hebben gesteld voor de misdadige activiteiten van haar zoons en hun vrienden.

Op 2 oktober, de nacht van de grote politieoperatie, wordt Corrie ’s nachts wakker van lawaai. Een arrestatieteam heeft de voordeur van haar huurhuisje in Spoorwijk, Den Haag, opengebroken en is de gammele trap richting slaapkamer opgestormd. „Politie! Politie!” Corrie moet mee en weet nog net haar pantoffels en suikermedicatie te pakken. Ze moet negen weken de cel in.

Later vindt de politie een Rolex in huis, gewikkeld in een wc-papiertje. Onder het tapijt liggen contanten. Dozen vol sieraden neemt de politie in beslag – maar dat blijken later waardeloze bijouterietjes. Ondanks dat Corrie zegt dat ze „écht niet heeft meegedaan”, geeft de rechter haar een jaar cel, waarvan tien maanden voorwaardelijk voor medeplichtigheid.

‘Tante Cor’ is nog steeds van slag

Voor het huisje aan de Hildebrandstraat staat een zwarte Tomos-brommer met rieten mand, standaard vervoermiddel voor elke moeder in Spoorwijk. Corrie, – tante Cor, uit de tijd dat iedereen elkaar nog kende – doet open. Haar hoofd schudt een beetje als ze praat, ze is nog steeds van slag van alles. En ze moet misschien ook van Vestia haar huis uit.

Haar woonkamer is een typische Spoorwijkse woonkamer: klein en vol. Bruine banken, type doorzak, op de muur vergeeld reliëfbehang. Boven de eettafel hangt een oude lamp met matglazen kelken, figuratief porselein siert de vensterbank.

Tante Cor serveert koffie in plastic bekertjes, naar goed lokaal gebruik. Twee kleinkinderen zitten op de bank, ze kijken Nickelodeon. Ze zijn van haar jongste zoon, die ook de bak indraaide. De muren hangen vol met familiefoto’s. Zes lichtgekleurde jongens en hun blanke vrouwen, kleinkinderen in alle tinten bruin en wit. In deze huiskamer is de multiculturele droom springlevend.

De Zeeuwse Corrie, danseres met een veelbelovende toekomst in de revue – ze had er een beurs voor gekregen –, werd zwanger van een Surinamer, de eerste die in de wijk kwam. Daar keek de buurt wel van op, maar de baby, „aardig bruin”, werd alom bewonderd. De Surinamers die daarna kwamen, waren erg in trek bij de Nederlandse vrouwen. Inmiddels zijn gemengde stellen en kinderen in Spoorwijk heel gewoon.

„Suiker in de koffie?” Het klontje komt uit een grote doos AH Basic.

Corrie was enig kind, vertelt ze, ze hield van reuring. Na de eerste baby kwamen er nog vijf. Dat ging goed, tot haar man vertrok. Corrie, met zes jongens in de groei, kwam in de bijstand en verloor de grip op haar gezin.

De vaders zijn weg of zitten vast

Het zijn de moeders die Spoorwijk bij elkaar houden. De Surinaamse moeder die voor het inkomen, de kinderen en de kleinkinderen zorgt. De Poolse moeder die in de nachtploeg zit. De Antilliaanse moeder die haar prinsesjes te veel verwent. De Nederlandse moeder in de bijstand met kinderen die niet van de bank zijn af te slaan. De moeder uit de woonwagen die de hoge levensstandaard op het kamp – kinderen uit laten gaan met 300 euro op zak – niet kon opbrengen en naar Spoorwijk vluchtte. De moeder die haar kinderen wekelijks naar haar ex op het familie-uurtje op zaterdag rijdt.

Ze doen het noodgedwongen, want de vaders doen het niet. Het percentage alleenstaanden met kinderen in de wijk ligt procentpunten boven het gemiddelde, en dat zijn geen mannen. Die zijn vertrokken of zitten vast.

Dus moeten de moeders hun zoons voor een criminele carrière behoeden en hun dochters voor een dikke buik. Wie in de wijk vraagt waar het misgaat – waarom ga je het verkeerde pad op? – krijgt stelselmatig te horen dat vader er niet was. Jerry, veroordeeld in de Quotezaak, zag de zijne ook vertrekken in z’n tienertijd. „Dan ga je de straat op. En dan is er niemand die je klappen geeft.”

Moeders zijn soms nog de enigen van wie de jongens zich nog wat aantrekken. Boa (32), getuige in één van de Quotezaken: „Je wil je moeder geen verdriet doen.” Maar het is niet genoeg, het lukt veel vrouwen niet om hun jongens in het gareel houden, zeker niet als ze ouder worden. Corrie: „Zonen van 29 luisteren niet meer naar hun moeder.”

Ze zag ook wel dat het niet lekker liep

Corries zoons bleken „geen stuudjes”. Geen van hen haalde meer dan een diploma van de middelbare school. En wat zijn dan je kansen op een goede baan? Om zich heen zagen ze anderen met mooie spulletjes.

Ze had moeten ingrijpen. Drie van haar zoons werkten hard, vonden een prima baan. Maar bij de andere drie zag ze ook wel dat het niet lekker liep. Geen werk, gokken. Maar wat had ze moeten doen?

Dat ze hun vrienden – van Nederlandse, Marokkaanse, Turkse en Surinaamse afkomst – bij haar thuis uitnodigden, ze vond het prettig. Ze houdt van een open huis. „Met de rolluiken dicht, dat is toch niks?” Het touwtje door de brievenbus heette verdacht, „maar dat doet iedereen hier.”

Ze zucht. Ja, ze vindt ’t echt vreselijk wat ze hebben gedaan.

De rechter was van mening dat Corrie van de misdrijven afwist en dat ze de jongens uit huis had moeten gooien. Maar pas van de weerbaarheidstraining achteraf leerde ze dat dat ook kan: nee zeggen tegen je eigen kinderen. Nu zijn ze wel welkom – ze houdt van alle zes even veel – maar niet allemaal tegelijk.

Voor Vestia is het niet genoeg, die wil haar uit huis. De buurtbewoners begonnen prompt een handtekeningactie. Op de lijst staan namen van alle nationaliteiten. Er is niemand die haar iets verwijt. „Het is een heel lieve vrouw.”

Corrie wacht al maanden op de uitspraak, met trillende handen en temazepam. Haar kinderen vonden haar laatst tussen de dozen, ze had de hele inboedel al ingepakt. Om zich te wapenen tegen het ergste. En toen toch maar weer uitgepakt. En weer in. Ze wil niet weg, ze wil echt niet weg, dan heeft ze niks meer. „Als ik me ’s nachts niet goed voel, klop ik op de muur naar de buren. Ik voel me veilig in Spoorwijk.”

    • Freek Schravesande
    • Carola Houtekamer