De krachten om je heen, terwijl jij spaghetti kookt

Hij was journalist bij het gerenommeerde Associated Press. Daar gingen ze ook gewoon hamburgers eten na werk. In zijn nieuwe boek schrijft hij over grootmachten: de mensen die ons dagelijks beïnvloeden.

Illustratie Emmelien Stavast

Gekke titel heeft het nieuwe boek van Tom Rachman: De opkomst en ondergang van grootmachten. Zeker voor een roman. Dat klinkt eerder als een doorwrochte studie over geopolitieke krachten, als een boek voor geschiedenisstudenten en -hoogleraren, over scharnierpunten in de geschiedenis en het verval van de beschaving.

Niet als een boek dat begint in een stoffig, volgestouwd boekwinkeltje in Wales, dat gerund wordt door iemand die Tooly Zylberberg heet en dat de naam World’s End draagt. De komst van een klant is een gebeurtenis en de dagomzet bestaat er uit de verkoop van ‘een tweedehands exemplaar van Landslakken van Groot-Brittannië door A.G. Brunt-Coppell (prijs £ 3,50)’.

Maar zo’n boek is De opkomst en ondergang van grootmachten dus wel. Zou de Britse Canadees Tom Rachman (40) een scherpe afrekening in romanvorm met de boekenbranche hebben geschreven? Waarbij die branche met een ironische knipoog de zogenaamde grootmacht is?

Uitstervende branche

De voortekenen zijn er: Rachmans populaire en uitmuntend ontvangen debuutroman De onvolmaakten (2006) ging over een krantenredactie die aan de rand van de afgrond kwam te staan, in een steeds verder digitaliserende wereld. Voor hij zich aan fictie wijdde, verrichtte Rachman jarenlang ‘veldwerk’, zou je kunnen zeggen: als journalist leerde hij de krantenwereld waarover hij later zou schrijven van binnenuit kennen.

„Op tournee voor De onvolmaakten kreeg ik wel de vraag: zo, stap je nu van de ene uitstervende branche over naar de andere?” vertelt Rachman, tijdens een bezoek aan Amsterdam. „Ik kan me niet herinneren of die vraag me ertoe aanzette om dit boek te schrijven, maar de gedachte zat in mijn hoofd, ja. Maar literatuur heeft een andere plek in de cultuur dan zoiets vluchtigs als een krant, waar niet voor niets elke dag een nieuwe van uitkomt. Boeken zijn voor de lange termijn, daar bewaar je herinneringen in. Boeken hebben een speciale plek in de harten van mensen.”

Rachmans zinnen buitelen tijdens het gesprek over elkaar heen, maar nu onderbreekt hij zichzelf – voor hij al te dromerig wordt en afdwaalt: „Maar dit is dus een ander boek dan mijn debuut.”

Haar vader? Over wie had hij het?

Het boek gaat niet over het boekwinkeltje – nauwelijks. Het gaat over Tooly, de eigenares, die in 2011 veel te jong lijkt om op zo’n dood spoor te zitten. Het gaat ook over Tooly twaalf jaar eerder, als ze een zwervend bestaan leidt in Brooklyn. En over Tooly in 1988, als ze een jong meisje is dat door allerlei volwassenen de wereld over wordt getroond, van Sydney naar Bangkok en veel verder. Het verhaal begint als ze in 2011 een bericht ontvangt uit een vorig leven, van een ex-vriend, over haar vader. Haar reactie: ‘Haar vader? Over wie had hij het?’ Het boek wordt vervolgens een speurtocht naar alle onopgehelderde zaken in haar leven, die haar vormden tot wie ze nu is.

Het lijkt meer over haar te gaan dan over de zogenaamde grootmachten. Waarom dan toch die titel?

„Ja, het gaat niet over de opkomst en ondergang van grootmachten in de traditionele zin. Die krachten die de wereld de laatste kwarteeuw beïnvloedden spelen wel mee, maar op de achtergrond. Ik wilde schrijven over de opkomst en ondergang van personages, en van het effect dat andere mensen in je omgeving en hun ideeën op je hebben: ouders, vrienden. Met de eigenaardige titel wilde ik uitlokken dat lezers zouden nadenken over de betekenis van die grootmachten.”

Die krachten uit je omgeving vormen je misschien wel meer dan de grotere krachten?

„In elk geval als je in onze rijke westerse wereld leeft... Nou, wacht, ik wil het antwoord niet geven, het is juist een van de grote vragen van het boek of dat zo is. Hoeveel invloed heeft de periode waarin je leeft op je, de cultuur waarin je opgroeit? Heb je een essentie die hetzelfde zou zijn geweest als je in een ander tijdperk was opgegroeid, of zijn we een product van onze tijd?”

Heeft je interesse voor die vraag te maken met je werk als journalist? Waar je telkens bezig was met de grote mondiale vraagstukken?

„Ja, dat was precies waar De onvolmaakten over ging: die journalisten waren de mensen die zich met de headlines en de wereldpolitiek bezighouden, maar ze waren meer bezig met de vraag wat ze vanavond moesten koken, of met wie hun echtgenoot vreemdging. Soms kruist het pad van de wereldgeschiedenis jouw pad, maar vaker niet. Dan is er een strijd om de beschaving gaande, en dan sta jij spaghetti te koken. Wat is dan je rol in het leven? En wat doet de buitenwereld er dan toe?”

En? Wat deed de buitenwereld ertoe?

„Tja. Die vraag drong zich op toen ik verslaggever was bij het persbureau Associated Press. Ik verwachtte daar een verhit gesprek over de no-fly zone in Irak ofzo, maar we gingen gewoon hamburgers eten. En ik werkte als algemeen verslaggever, dus de ene dag interviewde ik een staatshoofd en de volgende dag zat ik bij een voetbalwedstrijd.

„Dat overtuigde me er wel van dat ik geen boeken wilde schrijven die alleen naar binnen gericht zijn. Het mooie van fictie is dat je in iemands hoofd kunt kruipen, maar ik wilde niet schrijven over iemand die in een kamer zat na te denken. Wel over iemand die nadenkt in de context van deze stad, in de context van deze wereld, in dit tijdperk.”

Toch lijkt de wereldgeschiedenis behoorlijk langs Tooly heen te gaan. Ze laat zich niet gemakkelijk beïnvloeden.

„Op sommige punten wordt ze erdoor beïnvloed zonder het te merken. En ze voelt de digitale wereld langs zich heen gaan – maar dan komt ze via internet in contact met haar verleden. De digitale revolutie is destructief en verontrustend, maar je kunt er niet alleen maar negatief over doen. En trouwens: sip doen over de offers die de moderniteit vergt, is verspilde energie. Het heeft geen zin om je vuist te ballen naar een vloedgolf.”

Nou, daar zijn we dan mooi klaar mee.

(lacht) „Er zijn ook lichtpuntjes!”

Ja, er zit ook veel humor in je boek.

„Ja, als je zoals nu over een boek zit te praten, gaat het algauw over de ideeën, maar in het boek gaat het ook gewoon om verhalen, personages, humor én tragiek – die twee hebben niet toevallig met elkaar te maken. Een personage als Humphrey, die Tooly lang onder zijn hoede heeft, is doordrongen van de tragiek van het menselijk bestaan, maar juist daardoor is hij grappig. De briljantste grappenmakers zijn mensen die een inktzwart wereldbeeld erop nahouden. Woody Allen ziet ons universum als een koude, kille hel, maar hij heeft heel grappige dingen gedaan.”

Je bedoelt: zo’n boek over grote ideeën moet ook een aangenaam verhaal zijn?

„Dan kun je aangenaam in een boek vertoeven. Tooly is een gekke boekenwurm die de wereld is gaan begrijpen door te lezen en daarna pas door contact met andere mensen. Daarmee is mijn roman ook een soort studie over de invloed die boeken kunnen hebben op je leven.”

    • Thomas de Veen