De dokter heeft een tattoo – moet kunnen?

Mag een arts een zichtbare tatoeage dragen? Het zegt niets over iemands professionele kwaliteiten, maar kan wel aanstoot geven. „Als arts moet je een grijze muis zijn.”

Foto Thinkstock / Beeldbewerking Fotodienst NRC

Zo’n sollicitant zou ik niet aannemen, twitterde een longarts in Zwolle vorige week. Natuurlijk wel, reageerde een gynaecoloog in Amsterdam. De kwestie? Of een arts een zichtbare tatoeage mag dragen. Moet kunnen, zeiden patiënten en andere hulpverleners in dezelfde discussie, mits de aard van de tattoo niet aanstootgevend is.

De discussie was op gang gekomen bij docs2docs, een Engelstalige site die verwees naar de BBC: daar bleek dat een Engelse serveerster recent is ontslagen nadat ze de tatoeage „Everything happens for a reason”, had laten zetten. Klanten vonden dat niet kunnen.

Een jonge Duitse vrouw mocht twee jaar geleden geen politieagent worden omdat ze een zichtbare tattoo had met „apprivoise-moi” (tem me). Zo’n tekst zou het gezag van een agent op straat kunnen ondermijnen.

Een op de vijf Britten draagt tatoeages en ook in de rest van Europa groeien de aantallen gestaag. „Vroeger waren het alleen gedetineerden en zeemannen”, schreef een dokter op docs2docs, „en nu de hele maatschappij”.

De afbeeldingen variëren van de namen van geliefden tot voetbalclubs, filmsterren en hele oerwouden van slangen. De BBC wierp de vraag op of ontslag over een tatoeage in deze tijden nog wel kan.

Want wat zegt een tatoeage over je professionele kwaliteiten? Niets, zegt Wout van der Meij (33, geen tatoeage), die bijna klaar is met zijn chirurgenopleiding. „Ik vind dan ook niet dat een tatoeage voor een arts uit den boze is. Maar het is wel zo dat je als dokter een beetje een grijze muis moet zijn, je moet niet te veel van je persoonlijkheid opdringen aan de patiënt. Je moet ook elke keer binnen korte tijd vertrouwen inboezemen bij een patiënt die je niet kent, en alles wat dat in de weg kan staan, moet je vermijden.”

In de jaren negentig moest een gynaecoloog in spé zijn wenkbrauw-piercing verwijderen of de opleiding verlaten, zegt hij. De normen verschuiven ook, erkent de Zwolse longarts die eerder zijn ongenoegen uitte over tatoeages bij artsen op Twitter.

Eind jaren tachtig, schrijft deze arts, kregen zijn vrouwelijke co-assistentcollega’s een brief dat ze geen broek maar een rok moesten dragen. Dat is niet meer zo. Toch vreest hij dat zijn patiënten – gemiddeld 65-plus – aanstoot zouden nemen aan een tatoeage. Dat ze het misschien ordinair zouden vinden. Bovendien: „Een dokter moet geen prima donna zijn. Het moet gaan om de patiënt en niet om je eigen uiterlijk.”

    • Frederiek Weeda