De bodybags zijn nu doorzichtig

De verschillen tussen wat lokale mensen en hulpverleners doen om ebola te bestrijden, zijn groot. Hulpdiensten maakten lokale mensen bang. Maar nu werken ze anders, om duidelijk te maken dat slachtoffers niet zomaar verdwijnen.

Kinderen in Abidjan , Ivoorkust, spelen voor een poster die waarschuwt voor ebola. Foto AFP

Woedende bewoners bestormden onlangs een ebolakliniek in Liberia. Zo’n zeventien patiënten ontsnapten – die zich later vrijwillig weer aanmeldden. Plunderaars namen matrassen en medicijnen mee. Sommige spullen zaten onder het bloed, braaksel en ontlasting. In Guinee worden hulpverleners bedreigd met kapmessen.

Waarom vallen mensen medici aan die hen willen helpen?

Dat komt door botsingen tussen lokale culturen en hulpteams, zegt medisch antropoloog Barry Hewlett. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zette hem in tijdens ebola-epidemieën in Oeganda (2000) en Congo (2003), om onderzoek te doen naar lokale gebruiken. Hij schreef boeken over ebola, cultuur en politiek.

De verschillen tussen wat lokale mensen en hulpverleners doen tijdens de ebolabestrijding zijn groot. Neem begrafenissen. Normaal wordt de dode in veel Afrikaanse landen gewassen, mooi gekleed en opgebaard in huis. Persoonlijke spullen liggen om de overledene heen. Familieleden dansen en rouwen een paar dagen rondom het lichaam, echtgenoten slapen ernaast. Aanraken en zoenen van het gezicht of de mond zijn gewoon.

Niet als het een ebola-slachtoffer is. Hulpverleners halen de dode direct weg, in een bodybag waar je niet doorheen kunt kijken. Privé-eigendommen worden verbrand. Vaak zonder dat de familie het weet. Nooit meer zien ze hun dierbaren terug. Radeloos blijven nabestaanden vol vragen achter. Niet wetende waar de zieken zijn, wat er met hen is gebeurd en of ze nog in leven zijn. Patiënten worden door de hulpteams in afgeschermde isolatieruimtes geplaatst. Daar worden lokale bewoners bang en boos van. Ze denken dat hulpverleners orgaanhandelaren zijn.

Op de mond zoenen, naast de dode slapen, dat kan niet met een ebola-slachtoffer. Maar wat kan wel? Hewlett: „Het is belangrijk dat mensen kunnen zien wat er met de zieke en dode gebeurt. Dus niet meteen weghalen, maar een moment nemen voor afscheid. Met voorzorgsmaatregelen, zoals plastic handschoenen en vertellen dat ze de dode niet aan mogen raken, kan dat prima.” Persoonlijke spullen zouden meekunnen in de kist. In ieder geval moeten ze op de hoogte zijn van lokale gebruiken, zegt de antropoloog. „Maar dat gebeurt nu allemaal niet.”

Hewlett heeft kritiek op Artsen zonder Grenzen (AzG): zij houden volgens hem geen rekening met lokale gebruiken. Katrien Coppens, adjunct-directeur AzG in Nederland zegt dat dat vroeger zo was, maar nu niet meer. Zo lagen patiënten inderdaad in afgeschermde isolatieruimtes. Hulpteams stonden traditionele begrafenissen niet toe en begroeven de doden in zwarte bodybags. Familieleden konden hen tijdens behandelingen en na overlijden niet zien. „We weten niet meteen wat de lokale gebruiken zijn op elke plek waar we werken. Daar is tijd voor nodig en er kunnen dingen fout gaan.”

Ebola door kwade geesten

Nu doen ze het anders, zegt Coppens. „We praten meteen bij aankomst in besmette gebieden met lokale inwoners, verpleegkundigen en artsen. Daar werken we ook mee samen.” Terminale patiënten mogen een video opnemen voor dierbaren, om goed afscheid te kunnen nemen. Wat ook helpt, is dat ebola-patiënten die weer genezen vertellen dat ze goed behandeld zijn. Dan wordt duidelijk dat ze dus niet zomaar verdwijnen, aldus Coppens.

Voor begrafenissen vond AzG een middenweg. Coppens: „Begraven op de lokale manier is te risicovol, een te hoge kans op besmetting. Onze bodybags zijn nu doorzichtig, zodat de familie – die altijd wordt ingelicht bij een overlijden – hun dierbare kan zien.” Nabestaanden mogen zelf een plek bepalen en als ze dat willen een graf graven. Persoonlijke spullen worden in een afgesloten kist gelegd, maar wel met plastic handschoenen en onder begeleiding van onze mensen, vertelt Coppens. „Zo voorkomen we kans op besmetting en geven we mensen toch het gevoel dat het op hun manier gaat.”

Om de lokale bewoners beter te leren kennen, nam AzG drie antropologen in dienst in Sierra Leone, Liberia en Guinee en is er een vierde onderweg naar Liberia. Coppens: „De antropologen praten met lokale bewoners over hun angsten of redenen waarom ze niet naar het ziekenhuis komen.”

Ook Hewlett benadrukt de „onmisbare” rol die antropologen spelen in ebola-gebieden. „Zij kunnen hulpteams leren te begrijpen hoe lokale mensen tegen ebola aankijken. Ze denken bijvoorbeeld vaak dat ebola komt door kwade geesten. Artsen kunnen deze ideeën gebruiken, zoals laten zien dat je de geest kan vangen als je te dicht bij een zieke staat.”

    • Marjolein Welling