Charme-offensief voor de Stadshofcollectie

De Stichting Collectie De Stadshof mikt op een vliegende herstart voor zijn unieke verzameling outsiderkunst. „Succes in het buitenland is de snelste manier om hier iets gedaan te krijgen.”

Anna Zemánková (Tsjechië, 1908-1986): Zonder titel (1970, 31×45 cm)

Een compleet nieuwe start. Zo omschrijft de Stichting Collectie De Stadshof de initiatieven om weer een onderkomen in Nederland te vinden voor haar wereldvermaarde verzameling naïeve en outsiderkunst, kunstwerken die gemaakt zijn buiten het officiële kunstcircuit.

Wegens fraude met bezoekersaantallen – museummedewerkers haalden op grote schaal blanco museumjaarkaarten langs de scanner – moest het Museum De Stadshof in Zwolle, waar de collectie was ondergebracht, in januari 2001 de deuren sluiten. De 7.000 kunstwerken van de stichting kwamen daarna in bruikleen bij Museum Dr. Guislain, het museum van de psychiatrie in het Belgische Gent.

Vijf jaar geleden ontving de Collectie De Stadshof een erfenis ter waarde van een miljoen euro. Dat legaat heeft de stichting aangewend om de collectie ook in Nederland weer een herkenbaar gezicht te geven. In 2011 ging de website collectiedestadshof.nl online, met informatie over de 150 belangrijkste kunstenaars uit de verzameling.

Stap twee en drie in het charme-offensief volgen dezer dagen. Deze week is een kloeke, 328 pagina’s tellende Engelstalige catalogus verschenen: Solitary creations, 51 artists out of De Stadshof Collection. En in het Parijse kunstcentrum La Halle Saint Pierre opent op 17 september een grote overzichtsexpositie van de Stadshof Collectie, een tentoonstelling die waarschijnlijk doorreist naar musea in Duitsland, Engeland en Zwitserland.

De weg naar een nieuw Nederlands museum voor outsiderkunst gaat bewust via het buitenland, zegt Frans Smolders, conservator van Collectie De Stadshof. „Succes in het buitenland is de snelste manier om hier iets gedaan te krijgen. Dat advies hebben we ook van andere Nederlandse musea gekregen.”

De collectie van De Stadshof hoort tot de beste van de wereld, stelt Smolders. Een podium in Nederland zou volgens de stichting daarom zeer op zijn plaats zijn. „Outsiderkunst heeft in Nederland vooral de reputatie van gehandicapten- en zorgatelierkunst. Onze definitie is veel breder.”

De stichting kan haar collectie desgewenst binnen een jaar terughalen uit Gent. Maar dat is niet de bedoeling, zegt Smolders. „Onze verzameling is zo groot dat we probleemloos twee locaties tegelijk kunnen bedienen.” Met haar offensief hoopt de stichting een gemeente of mecenas te vinden die de stichting een gebouw met een tentoonstellingsruimte van minimaal 600 vierkante meter ter beschikking wil stellen. Met een jaarlijkse subsidie van een half miljoen euro kan dan volgens Smolders „een klein maar actief podium voor outsiderkunst” worden opgericht.

    • Arjen Ribbens