Wederzijdse concessies nodig in conflict Rusland-Oekraïne

Oekraïne herdenkt zondag dat het zich 24 augustus 1991 losmaakte van de Sovjet-Unie. 23 jaar later is de vraag: welk Oekraïne viert zijn onafhankelijkheid. Waar houdt het land op en waar begint het? Het lijkt het Oekraïne te zijn zonder de Krim, hoewel dit schiereiland aan de Zwarte Zee er sinds 1954, als autonome republiek, deel van uitmaakte. Maar volgens de autoriteiten van de Krim en president Poetin is het gebied sinds 18 maart van dit jaar van Rusland.

Behoren Donetsk en Loegansk in de Donbas, in het oosten dus, dan nog tot Oekraïne? Volgens pro-Russische separatisten zijn dit sinds 11 mei onafhankelijke volksrepublieken, losgekoppeld van Oekraïne. Sedertdien zijn de separatisten, met zeer waarschijnlijke steun van Rusland, en de krijgsmacht van Oekraïne met elkaar in oorlog.

Een vrolijke herdenkingsdag kan het dus onmogelijk worden; de escalatie die zich de afgelopen vier maanden heeft voorgedaan, kostte bijvoorbeeld deze week tientallen burgers het leven. Het aantal ontheemden is opgelopen tot 400.000. Hooguit kunnen de Oekraïners er hoop uit putten dat komende dinsdag tijdens een Russisch-Oekraïense ontmoeting bij hun noorderburen niet geschoten maar gepraat zal worden. Omdat er in de Wit-Russische hoofdstad Minsk toch al een top wordt gehouden van de Euro-Aziatische Douane Unie (Rusland, Kazachstan en Wit-Rusland), vond Poetin de gelegenheid ook te spreken met zijn ambtgenoot Porosjenko van Oekraïne. Ook de Europese Unie, die via Polen, Slowakije, Hongarije en Roemenië aan Oekraïne grenst, is present.

Zo’n gesprek kan pas een succes worden als er wederzijds bereidheid bestaat tot het doen van concessies – hoezeer de balans ook meer in de richting van de Russen doorslaat als het gaat om de beantwoording van de schuldvraag. Om te beginnen zou er een einde moeten komen aan het gesteggel rond de hulpkonvooien, die inzet zijn van een prestigestrijd en van cynische politisering. Wie het belang van de bevolking vooropzet in de steden die te lijden hebben onder het oorlogsgeweld, zorgt er, aan beide zijden, voor dat de noodzakelijke hulp haar bereikt. Vrijdag overschreden Russische trucks de grens met Oekraïne. Een invasie en een provocatie, zo werd dat aan Oekraïense zijde betiteld. Het Rode Kruis durfde de vrachtwagens niet te begeleiden. Het is het soort Russisch machtsvertoon dat een oplossing in het conflict alleen maar verder bemoeilijkt.

Een wapenstilstand zou evenzeer een essentiële uitkomst zijn van het overleg in Minsk. Een periode die vervolgens benut zou kunnen worden om onderhandelingen op gang te brengen, waarbij ook de aanwezigheid van de separatisten niet gemist kan worden. Het zou het begin moeten zijn van een beraad dat bepalend kan worden voor de toekomst van Oekraïne – en van welk Oekraïne.

Van Rusland mag dan worden verwacht dat het ophoudt met het gestook en met het geknaag aan de grenzen; dat het zijn heimwee naar wat eens de Sovjet-Unie was in toom houdt. Oekraïne moet beseffen dat de tijd van voor 2014 – maar evenmin die van voor 1991 – niet terugkomt; een periode trouwens waarin het land allerminst de trekken van een voorbeeldige democratie vertoonde. Dat betekent bijvoorbeeld dat het niet om een grotere autonomie van gebieden als de Donbas heen kan. Op cultureel gebied en bij het onderwijsbeleid ligt meer zelfstandigheid voor de Russisch-talige gebieden voor de hand. Dat is uiteraard niet het geval als het gaat om de buitenlandse politiek die de Oekraïense regering en het dit jaar nieuw te kiezen parlement wensen te voeren. Bij die verkiezingen is het trouwens essentieel dat daarin alle stromingen aan bod komen, ook als ze separatistische neigingen hebben.

Opvallend is dat Kazachstan en Wit-Rusland niet meedoen aan de Russische sancties tegen de EU. Dat is een signaal. Een toenadering tot de Euro-Aziatische Douane Unie kan zowel voor Oekraïne als voor de EU een economisch belang dienen. En dat kan dan bijdragen aan een zo spoedig mogelijk einde van deze oorlog.

Maar de Oekraïense regering zal zich er altijd rekenschap van moeten geven dat ze nu eenmaal met een machtig buurland te maken heeft, dat hypergevoelig is als zij te veel naar het Westen lonkt. Dus vergeet voorlopig, en waarschijnlijk voor lange tijd, het lidmaatschap van de NAVO en van de Europese Unie.