Verzetsstrijdster Atie Visser overleden

Verzetsstrijdster Atie Visser is woensdag op 100-jarige leeftijd overleden. Dat meldt haar familie vandaag in een overlijdensadvertentie, meldt persbureau Novum.

In de Tweede Wereldoorlog maakte Visser deel uit van de knokploeg Evert. Ze deed mee aan overvallen op distributiekantoren. Met de geroofde goederen werden ondergedoken joden en andere Nederlanders in leven gehouden.

In 2011 kwam Visser in opspraak, omdat ze toen de moord op Felix Guljé in 1946 bekende. Dat deed ze in een brief aan burgemeester van Leiden Henri Lenferink, die de bekentenis openbaar maakte. Na de oorlog maakte het verzet buiten justitie om actief jacht op mensen die zouden hebben samengewerkt met de bezetter.

Op 1 maart 1946 belde Visser aan bij Guljé in Leiden. Toen zijn vrouw opendeed, vertelde Visser dat ze een brief had voor Guljé. Toen hij in de deuropening verscheen, schoot ze hem in zijn borst. Hij overleed in een ambulance op weg naar een ziekenhuis.

Over Guljé gingen destijds geruchten dat hij had samengewerkt met de nazi’s. Zijn bedrijf deed regelmatig zaken met Duitsers. Na zijn dood bleek echter dat hij onderdak had gegeven aan meerdere joden en dat hij geld had gegeven om andere joden te helpen met onderduiken. Een door de bezetter verboden katholieke vereniging mocht zijn huis gebruiken om te vergaderen. Omdat de moord in 2011 al verjaard was, werd Visser niet vervolgd.

Reportage over de moord op Felix Guljé:

Na de oorlog verhuisde Visser naar Indonesië, waar ze haar man Herman Ridder ontmoette. Enkele jaren later keerden ze terug naar Nederland.

Ridder-Visser ontving in 1982 in Leiden uit handen van burgemeester Goekoop het Verzetsherdenkingskruis. Na haar bekentenis over de moord op Guljé was er even discussie over de vraag of ze de onderscheiding mocht houden, maar het ministerie van Binnenlandse Zaken liet destijds weten dat er geen regeling bestaat om het kruis terug te vorderen. Visser wordt woensdag gecremeerd in Rotterdam.