‘Skiffeur voor het leven’ blijft in evenwicht door zijn boot

Als enige Nederlandse skiffeur won hij olympische goud, in Mexico 1968. Nog altijd traint Wienese (72) op de Bosbaan, waar vanaf zondag het WK roeien plaatsvindt. „Het is een geciviliseerde oorlog.”

Jan Wienese: „Skiffeurs zijn de meest assertieve roeiers die er zijn, hebben het vermogen mensen te boeien.” Foto Jasper Juinen

Bij de start heerst er de Koude Oorlog van het zwijgen. Dan is een skiffeur onbenaderbaar, in detentie van zijn concentratie. Voor de eerste haal het water in gaat, telt de buitenwereld even niet. Ook de tegenstander niet. Die wordt bij voorkeur genegeerd. Soms hautain, soms ijzig.

Sommige skiffeurs hebben in hun eenmansboot de psychologische oorlogsvoering tot kunst verheven. „Het is een geciviliseerde oorlog Je kijkt elkaar recht aan, zonder boe of bah te zeggen. Sommigen fluiten om de tegenstander uit z’n concentratie te halen. Een subtiele manier om een beetje vals te doen”, schetst Jan Wienese.

Laat het water van de Bosbaan vanaf morgen vooral rimpelloos eerlijk zijn, als het in de hoofden van de roeiers tijdens het WK maar oorlog is. Want sport, zegt Wienese, kan niet zonder strijd, zonder vijandbeelden. Ooit op het CIOS had hij geleerd tot het uiterste te gaan. Het was voor hem een ommekeer geweest. „In de roeisport was men niet gewend om de tegenstander te haten. Het was een vriendensport van studenten.”

Hij mist die strijdbare instelling in Nederland, ook in de politiek. De reactie van de Nederlandse regering op het neerhalen van vlucht MH17 in de Oekraïne vond hij aan diplomatieke kant. „Het mocht best wat oorlogszuchtiger. We hebben geen leiders als Fidel Castro die Amerika verrot scheldt, maar die ook de mensen inspireert.” De oude Cubaanse leider als voorbeeld voor de Nederlandse democratie? „Het is gewoon een goede vent, heeft gezegd dat als iemand hem ooit kon betrappen op een peso op de bank dat hij zou aftreden. Dat zijn uitspraken waar ik wel van hou.”

De ramp met de MH17 had hem erg uit balans gebracht. Hij zegde kort erna twee afspraken op het laatste moment af. „Ik kon het niet plaatsen. Had geen namen, worstelde met verwerking. Had helemaal geen zin om een lulverhaal over roeien af te steken. Er zaten ook twee roeiers in het vliegtuig.”

Sympathie voor het autoritaire leiderschap op Cuba, het land waar hij vaak is omdat zijn 35 jaar jongere vrouw Mabel er vandaan komt en emotionele problemen na de ramp in de Oekraïne , het kan allemaal bij Wienese, de meest succesvolle skiffeur uit de Nederlandse roeihistorie. 72 is hij alweer, maar nog altijd volop aan het roeien en actief als fysiotherapeut. Als de jaarlijkse Keizersgrachtrace nadert, traint hij wel drie keer per week. Hij is vaak op de Bosbaan te vinden, kijkt bij de duizend meterlijn naar de trainingen van de nationale elite. „Skiffeur Roel Braas kan een hele grote worden, we mogen onze handen dichtknijpen met zo’n talent. Maar hij mag als mens best wat feller worden.”

Een goede vriend van hem noemde hem „een geniale roeier, maar ook een gepatenteerde gek”. Olympisch kampioen Nico Rienks kenschetste hem als een echte skiffeur, met al het egocentrisme dat bij deze individuele roeidiscipline hoort. Het zal Wienese een zorg zijn. Liever een leven met verrassende bochten, dan een met het lineaire verloop van een roeiwedstrijd. Hij heeft lak aan conventies, cultiveert zijn eigengereidheid.

Ook als hij op de Bosbaan in de buurt van roeibestuurders verkeert, de categorie waarmee hij zijn sportieve leven lang een problematische verhouding heeft. Mabel, de zangeres die in Cuba op het strand ontmoette en met wie hij in 2006 trouwde, loopt er graag zwierig bij. „Ze vinden haar met haar decolleté te lichamelijk. De roeiwereld is soms bekrompen, wat achterbaks. Er wordt gekoketteerd met het intellectuele niveau van de sport, maar het zijn allemaal rakkers.”

Hij mag dan excentriek worden gevonden, niemand betwist zijn status als een van de grootste sporthelden van Nederland. Als eerste Nederlandse skiffeur won hij olympisch goud, in 1968 in Mexico, een prestatie die nog niemand heeft geëvenaard. Wienese mag in elke sportcanon plaatsnemen in het rijtje met helden als Anton Geesink en Fanny Blankers- Koen.

Wienese is skiffeur voor het leven. Exponent van een apart slag roeiers. Individualisten die in volstrekte eenzaamheid de strijd aangaan met de weerstand van het water en die andere eenlingen links en rechts. Excentrieke snuiters vaak, met een eigen wil die zich niet laat insnoeren door groepsdiscipline.

Wat maakt iemand tot een goede skiffeur? Natuurlijk, hij moet atletisch zijn, minimaal 1.80 meter voor de lange haal, armkracht voor tussensprint en eindspurt. Hij moet wendbaar zijn en explosief, een te hoge spiertonus remt de reactiesnelheid. Maar is dat de essentie van de skiffeur? Wienese piekert even. „Je moet muzikaal zijn. In de Acht speel je samen in een orkest, maar een skiffeur is een kunstenaar, een concertmeester. Het is een muzikaal spel van ritmische bewegingen en een eindeloze hoeveelheid toonsoorten. Kijk, je hebt voor die twee kilometer 250 halen nodig, maar daar heb je vreselijk veel variatie in. Het is voor mij een spel op het water. Skiffeurs zijn de meest assertieve roeiers die er zijn, hebben het vermogen mensen te boeien. Zeker geen autisten.”

Op het terras bij de Bosbaan zet hij op deze zomeravond plotseling een kopje op zijn hoofd. „Ik speel graag met de natuurwetten. Mijn boot ligt in de loods op de hoogste stelling. Als ik hem daar afhaal, zet ik hem boven op mijn hoofd en loop zo de loods uit. De boot houdt me in evenwicht.”

Hij maakt kennis met het roeien tijdens lome zomeravonden op de Amstel waar hij vaak met zijn Friese moeder gaat zwemmen. Een Amsterdamse jongen, die niet op zijn mondje is gevallen. Op de sportopleiding CIOS in Overveen leert hij „tegen muren oplopen en elkaar uit het wandrek vechten zonder dat je je poten breekt”. Als een komeet schiet hij omhoog: derde bij de Europese kampioenschappen in 1965, tweede bij de wereldkampioenschappen in 1966.

En dan 1968, het jaar van de Spelen in Mexico waarin hij aanvankelijk beroerd roeit. Hij loopt zelfs de nationale titel mis. Wienese doorbreekt de malaise op zijn geheel eigen manier. Hij gaat zomaar op vakantie, naar het Spaanse Taragona waar hij nauwelijks aan trainen toekomt en roeiles geeft.

Na Spanje beleeft hij op zaterdag 19 oktober 1968 het moment van zijn leven. Daar, op de olympische roeibaan van het Mexicaanse Xochimilco op tweeduizend meter hoogte met ijle luchten en klamme hitte, piekt hij zoals hij dat heeft gepland, op een valse start na. Zijn tactiek: rustig beginnen en geen vroege zuurstofschuld opbouwen, want die los je nooit meer af. Meissner komt geen moment in de juiste flow en moet telkens met sprints corrigeren. „Toen ik begon te sprinten op de 1.500 meter was hij geen partij meer. Ik roeide me helemaal kapot en dacht maar een ding: Jan, je vingers ontspannen! Want je roeit met je drie buitenste vingers, je duim en je wijsvinger draaien mee. Als je knijpt, gaat het mis. Ik was total loss, had stekende koppijn.”

Rivaal Meissner, die later een goede vriend van hem is geworden, heeft de zegetocht wel in verband gebracht met doping. Wienese ontkent. „Ik kon goed tegen droogte en warmte, had met mijn beperkte spiermassa niet teveel zuurstof nodig.” Hij is wel even bang geweest voor de dopingcontrole in Mexico, want er kon altijd iets zijn met adrenaline of testosteron. Met een ondeugende glimlach: „Voor de dames was ik altijd fit.”

De roes van Xochimilco duurt lang. Elke dag feest, vrouwen in overvloed. Van toproeien komt weinig terecht. Wienese wordt een jaar na zijn olympische titel zesde op het open EK in Klagenfurt, de roeibond spreekt er schande van. Het deert hem niet, want hij koesterde inmiddels andere ambities. „Ik wilde als fysiotherapeut miljonair worden. Je verdiende toen tonnen per jaar. Ik schafte direct een Porsche aan.”

Zijn skiff, de Solitair II, is Wienese in zijn turbulente en roerige bestaan gevolgd. Na er dertig jaar in gevaren te hebben is hij de boot eind jaren negentig ‘zat’. Hij vaart met opzet de neus eraf tegen een boot van Nereus. Daarna ligt de skiff te verpieteren op een veldje naast zijn roeivereniging De Amstel en wordt vervolgens door Wienese opgehangen in de botenloods. Een onteerde boot van een onthechte man. De Solitair II heeft inmiddels eerherstel gekregen en wordt als sportief erfgoed tentoongesteld in het Olympisch Stadion.

Hij is „gematigd optimistisch” over de toekomst van het Nederlandse roeien. De sport moet populair worden onder middelbare scholieren. En er moet vooral meer geroeid worden, zegt hij. „Grote delen van de dag zie je niemand op de Bosbaan. Als je alles zo laat, krijg je een wijncultuur. Het ene jaar goed, het andere jaar niet. Want laat niemand denken dat roeiers maakbaar zijn. Je hebt tien jaar voorbereiding nodig, je zit tien jaar in de top en je bouwt tien jaar af. Dat is een half leven.”

    • Harry Meijer