Nieuwe zwemkoningin, met hulp van een bruut

Sharon van Rouwendaal (20) is de nieuwe ster van het Nederlandse zwemmen. Haar geheim? Een Franse coach met een hard trainingsregime. Dit weekend zwemt ze op de EK in Berlijn.

Sharon van Rouwendaal na haar overwinning op de tien kilometer open water, op de EK in Berlijn vorige week. „Ze werkt hard, zwemt intelligent en is mentaal sterk”, zegt haar trainer. Foto AFP

De lange blonde manen, het imposante hang- en sluitwerk rond zijn nek, die woeste blik. Philippe Lucas (51) doet geen enkele moeite zich te verzetten tegen het imago dat hij in eigen land heeft, de bruut van de Franse zwemtrainers, hoofd van een spijkerharde zwemopleiding. „Op de training kan hij inderdaad keihard zijn”, verzekert Sharon van Rouwendaal (20). „Maar hij heeft ook een klein hartje.”

Een jaar geleden verliet ze de sprintersfabriek Eindhoven om zich te vestigen in Narbonne in Zuid-Frankrijk, zodat ze eindeloos kilometers kon maken volgens de filosofie van de man die onder andere de Franse ster Laure Manaudou aan medailles hielp.

Computer en e-mail heeft hij niet

Ze traint hard in Zuid-Frankrijk. Tien keer duizend meter zwemmen. „Weet je hoe lang dat is? Alleen al om te lopen!”, zegt Van Rouwendaal. Of zes keer 1.500 meter. Voluit. Meer dan 85 kilometer per week. „In het begin dacht ik: man, je bent helemaal gek. Nu sta ik op het startblok voor een 1.500 meter en denk ik: ach, ik hoef maar één keer.”

De eerste resultaten van het spartaanse trainingsregime van Lucas zijn verbluffend. Uit het niets werd Van Rouwendaal vorige week bij de EK in Berlijn de koningin van het open water, met twee keer goud en één keer zilver. In één klap is ze favoriet voor een olympische medaille bij de Zomerspelen in Rio (2016). Dit weekend kan ze in Berlijn meer EK-medailles veroveren, maar dan op de langebaan.

„Sharon is een bijzondere zwemster”, bromt Lucas bij het zwembad in Berlijn. „Ze werkt hard, zwemt intelligent, is mentaal sterk. En ze heeft een heel goede zwemtrainer.” Als hij haar naam uitspreekt rijmt het op Narbonne. „Charonne noemt hij mij altijd”, lacht Van Rouwendaal. „En zo schrijft hij het ook op.”

Als hij dat al doet. Want Lucas is anders. „Hij noteert bijna niks. Alles zit in zijn hoofd. Hij kijkt hoe ik inzwem, en beslist dan wat we gaan doen. Mijn hele trainingsprogramma zit in zijn hoofd. Hij kan zo oplepelen wat ik vorige week dinsdag heb gedaan op de training.” E-mail heeft hij niet, of een computer.

Ze heeft een bijzondere band met de man die haar terugbracht naar de wereldtop. Ja, ze herkent het beeld van de nietsontziende bullebak.

Sommige leden van de zwemgroep gingen eraan onderdoor, zegt ze. „Die vonden het te zwaar. Die zeiden de hele tijd tegen zichzelf: o, ik ben zo moe! Je moet mentaal heel erg sterk zijn bij hem.”

Zelf is ze ook vaak moe, maar ze weet waarvoor ze het doet. Geen prijzen zonder discipline. Wie zich bij het ochtendgloren in Narbonne te laat meldt voor de training kan een ouderwetse draai om zijn oren verwachten.

Wie zijn best niet doet, krijgt een tirade over zich heen. Met knuffels word je geen wereldkampioen, zegt Lucas. „Als het niet goed gaat, zeg ik het. Zo ben ik. Maar ik moedig mijn zwemmers ook aan op de training.”

Agressieve trainingsmethode

Van Rouwendaal ziet ook die andere kant: de man die haar zo veel vertrouwen geeft dat ze het gevoel heeft dat ze met haar bagage, met al die kilometers in de armen, de hele wereld aankan. „Jij bent wél Sharon van Rouwendaal”, zei hij vorige week, toen ze opzag tegen de landenrace in open water tegen wereldkampioen Duitsland. Het hielp, ze werd Europees kampioen, met Nederland. „Ik kreeg gewoon een arm om me heen van de coach!”, twitterde ze naderhand. „Het moet niet gekker worden...”

Lucas is niet onomstreden in Frankrijk, om zijn agressieve trainingsmethode en zijn soms onbehouwen uitlatingen. Tegelijkertijd is Lucas – fanatiek voetballiefhebber – een graag geziene gast in televisieshows. Hij kreeg nationale bekendheid dankzij zijn ontdekking van het grootste zwemtalent dat het land voortbracht, Laure Manaudou.

Lucas, al sinds zijn twintigste trainer, zag haar voor het eerst in 2000, tijdens wedstrijden in Rennes. Dertien was ze, en Lucas herkende het talent van een kampioen. Vier jaar later won ze goud (400 vrij) op de Spelen in Athene, de eerste olympische zwemtitel ooit voor een Française. Lucas en Manaudou bleken een gouden koppel – totdat ze in 2007 naar Turijn vertrok met haar vriend, de Italiaanse zwemmer Luca Marin.

Financiële malversaties

De breuk leidde haar sportieve ondergang in. In Beijing (2008) was Manaudou nog slechts een schim van de vroegere wereldtopper van Lucas. „Ze heeft later toegegeven dat ze spijt had”, zegt Van Rouwendaal, die als jonge zwemster werd vergeleken met Manaudou. „Ze vond al dat harde trainen bij hem niet meer leuk. Ze dacht dat het bij iemand anders wel lukte.”

Ondertussen kreeg Lucas meer tegenslag. Hij werd jaren beticht van financiële malversaties bij de club waar hij destijds met Manaudou werkte, in Melun. Hij zou in 2006 onrechtmatig 25.000 euro aan bonussen hebben geïnd in de tijd dat zijn vader voorzitter was. Afgelopen voorjaar werd hij vrijgesproken door de rechtbank in Melun.

Van Rouwendaal kreeg weinig mee van de zaak. Zij weet alleen dat ze het plezier terugkreeg onder Lucas, en dat ze sterker en succesvoller is dan ooit. De Nederlandse zwembond geeft de Fransman alle credits. Na haar WK-brons in 2011 was ze steeds minder gaan presteren – ze miste zelfs de Spelen van Londen (2012).

De zwembond is blij met Lucas

Technisch directeur Joop Alberda spreekt vandaag uitvoerig met Lucas om te zien of de bond iets voor de zwemster of voor hem kan betekenen. „Philippe heeft aangetoond dat hij haar perfect kan voorbereiden. Het belangrijkste is dat dat doorgaat en dat we een goede relatie hebben met de coach. Wij gaan zijn succes ook niet claimen. Dit is zijn verdienste, met Sharon.”

Hij vindt dat de bond meer gebruik moet maken van de diensten van Lucas, als dat in de toekomst uitkomt. „Als in het buitenland wel mogelijkheden bestaan voor zwemmers die tachtig kilometer per week vreten wil ik dat Nederlandse toppers daar een plek kunnen krijgen.”

    • Rob Schoof