Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Trage apotheekmedewerkers

Je mag natuurlijk niet de hele groep aankijken op het gedrag van de uitzondering – niet alle moslims zijn radicaal, zoals niet alle voetbalsupporter hooligan zijn en niet alle BN’ers aandachtsgeil – maar voor apotheekmedewerkers maak ik graag een uitzondering: die zijn allemaal traag.

Hoe kan dat?

Zit het in de genen, is het het gebrek aan marktwerking of hebben ze, wat ik altijd denk, allemaal iets vreselijks meegemaakt? Waarom maakte ik het nog nooit mee, zelfs niet toen ik ergens ooit de enige klant was, dat een apotheekmedewerker binnen drie minuten zei ‘Hier is uw medicijn!’?

Omdat ze zorgvuldig werken, zo verklaarden ze tenminste zelf hun traagheid toen ik er ooit naar vroeg.

Het toppunt van zorgvuldigheid, zorgvuldiger kon echt niet, werd gisteren bereikt in een apotheek in de Haarlemmerdijk in Amsterdam, waar we ons met zes wachtenden zaten af te vragen wat de drie medewerksters daar in godsnaam zaten te controleren.

Alsof we naar marathonschaatsen keken en ze elke keer dat we dachten dat ze er waren nog een rondje bleken te moeten. ‘Even aanzetten zus, je kunt het’, dacht ik toen de oudste van het stel naar oordruppels werd gevraagd. Ze keek drie keer op een briefje, zette de bril op en af en slofte vervolgens naar achteren, waar we haar naar een computerscherm zagen staren om uiteindelijk heel nadrukkelijk te gaan staan rommelen in een kast met lange lades.

Ja, daar kwam ze weer, zuchtend en steunend, iemand had ooit aan haar ventiel staan rommelen, waarna het leven er langzaam was uitgelopen.

Oordruppels, was mevrouw bekend met het product? Wist ze dat je die in de oren moest druppelen? Hee, wat een rare piep gaf de pinautomaat, even opnieuw opstarten, waarna ze weer naar achteren verdween om daar samen met een collega papier in een printer te stoppen.

En zo ging dat maar door en door, net zo lang totdat ik eindelijk aan de beurt was. Ik gaf het recept, waarna ze op pad ging om tien minuten later terug te komen met gewoon een doosje uit een la, maar wel een doosje waar ze ondertussen alles van wist. Zalf, was ik bekend met dat product?

Ja, ik wist: twee maal daags licht aanbrengen en dus niet gaan doorslikken of twintig maal daags mee gaan smeren.

Ik wist dat ik de vraag niet moest stellen, maar deed het toch. Waarom duurde het allemaal zo lang?

Ze keek me aan, zuchtte en zei: „Meneer, het kan niet nog sneller.”

Ik geloofde het meteen.

    • Marcel van Roosmalen