Inpakken en opnieuw beginnen

Door bezuinigingen verdwijnen de komende jaren een paar honderd verzorgingshuizen. Alle 260 bewoners van het al half ontruimde tehuis Sint Jacob moeten binnen een jaar verhuisd zijn. „Op je negentigste hoef je niet meer zo nodig.”

Tekst Frederiek Weeda Foto’s Olivier Middendorp

Mevrouw Dhaeze (89) praat op haar kamer met verhuiscoördinator Rita van Royen.

Het is stil in de gang. De meeste deuren zijn op slot, de naambordjes leeg. Jarenlang woonden op deze afdeling 22 bejaarden. Nu zijn het er 2. Eén man die met de deur open televisie kijkt. En een man die over de gang schuifelt. „Zij worden nu ook met spoed verhuisd”, vertelt verhuiscoördinator Rita van Royen. „Een afdeling met zo weinig bewoners is onveilig. Want er komt nog maar weinig personeel.”

Verzorginghuis Sint Jacob, in Amsterdam, sluit. In totaal 260 ouderen moeten verhuizen. Ze mogen naar één van de overgebleven zeventien verpleeghuizen van de Stichting Amstelring. Of de stad uit, naar een verpleeghuis bij de kinderen in de buurt. Ze krijgen sowieso ergens een plek. Maar weg moeten ze. Net als de bewoners van zo’n 350 (van de 2.000) verzorgings- en verpleeghuizen in het hele land voor 2017. Een gevolg van de bezuinigingen op de AWBZ waartoe het kabinet besloot.

Twee jaar was er uitgetrokken voor de sluiting van Sint Jacob. Maar de praktijk blijkt ingewikkelder dan in de Haagse bezuinigingsplannen beschreven. De sluiting wordt vanaf nu versneld. Rita van Royen: „Binnen een jaar moeten we het leeg hebben. Het personeel raakt gedemotiveerd door de leegstand. De goede medewerkers gaan als eerste weg. De kwaliteit verdwijnt.” Teamleider Pim Plomp van een verpleegafdeling met veel dementerende bewoners, toont zijn personeelslijst. „Kijk. Van de tien gediplomeerde verzorgenden vertrekken er zeven per 1 januari. Ze gaan naar andere locaties. Die niet dichtgaan.”

Plomp zelf is vier weken geleden overgeplaatst naar deze afdeling. Zijn voorganger werd „afgespiegeld” – jargon voor: ontslagen volgens het last in first out-systeem. En ook hij zal over een jaar elders moeten gaan werken, want dan zijn naar verwachting de allerlaatste bewoners verhuisd. „Ik vind het jammer. Ik hou van Sint Jacob.”

Sint Jacob is oud. Het hart van het pand was vroeger een klooster, eromheen zijn in de jaren tachtig vleugels gebouwd. De kamers zijn klein, het tochtte onder de deuren tot er strips werden ingelegd, er loopt weleens een muis. Maar dat oude is ook charmant. Sint Jacob is niet klinisch: de gangen zijn rommelig. Midden in het huis is een kerk met glas-in-loodramen. De binnentuin is mooi en er is een bruin café met hoge plafonds, biljarttafels en een bar.

Natuurlijk, zegt Plomp, hij begrijpt dat Stichting Amstelring het hoofd boven water moet houden. Maar hij heeft steeds minder vast personeel, eigenlijk te weinig om nog goede zorg te leveren. Nu al moet zijn personeel telkens kiezen: „Als iemand onder de poep zit, maak je die meteen schoon. Maar dan schiet de douchebeurt van iemand anders die al een paar dagen niet heeft gedoucht er misschien bij in.” Als de helft van de bewoners vertrekt, kun je niet toe met de helft van het personeel, zegt hij. „Dat is een misverstand. De ene bewoner, die veel hulp en aandacht krijgt van familie, is weg. En de andere, die niemand heeft en voor wie wij alles doen, is er nog wel: die kost dus meer uren.”

Bovendien hebben dementerende bewoners veel baat bij rust en aandacht, zegt Plomp. Je moet hen kennen om goed met ze om te gaan. Neem mevrouw G. die voor zich uit zit te staren in een stoel. „Op een goed moment ging ze elke avond naar boven met een kop koffie. Elke avond. Na een paar dagen zei een verzorger: waarom gaat u toch steeds naar boven? Om mijn man zijn koffie te brengen, antwoordde ze. Maar die is toch al jaren overleden, vroeg de verzorger. O ja, zei ze dan. Toch bleef ze het doen. En dan pas je je aan. Je zegt: Hij heeft al koffie hoor, u hoeft vanavond niet te gaan. We hoorden van haar kinderen dat ze vroeger elke avond naar zolder ging om haar man een kop koffie te brengen.”

Het ging eigenlijk net beter met Sint Jacob. In 2010 en 2011 was de inspectie nog kritisch. Opeenvolgende fusies werden „door menig gesprekspartner als negatief ervaren”, schreef ze. En: „Er is onvoldoende rekening gehouden met de behoefte van psychogeriatrische patiënten [met dementie], aan vaste gezichten en de problemen die de voortdurende inzet van flexpool-medewerkers met zich meebrengt als het gaat over inwerken, instructie en overdracht.”

Een nieuw bestuur slaagde er in 2012 in om het niveau van het personeel te verhogen en de zorg te verbeteren, constateerde de inspectie. Maar het tekort aan geschikt personeel is gebleven. Van de tweehonderd fulltime banen waren er anderhalf jaar geleden vijftig verzorgers te weinig met het hogere opleidingsniveau ‘III’. En nu gaat Sint Jacob dicht. Het tekort groeit daardoor nog harder. Locatiemanager Ingrid Schoemaker: „Alle III-plus medewerkers hebben van Amstelring een baangarantie bij de andere locaties. Er zijn overal vacatures.”

Voor het laagopgeleide personeel is de toekomst onzeker. Mari maakt sinds zeven jaar schoon op revalidatieafdeling W2. Heerlijk, vindt ze dat: dit zijn háár vijftien kamers, badkamers, wc’s, woonruimte en gang. Zij is verantwoordelijk en ze kent iedereen.

Over een week is dat voorbij. Voor Mari (50) is ontslag aangevraagd; van de 32 uur die ze werkt per week, heeft ze tien uur over, op een andere locatie van Amstelring. „Het werken is al een tijdje niet leuk meer – er worden nu allemaal flexwerkers ingehuurd. Als ik aankom, weet ik niet wat de flexwerkers gedaan hebben. Vroeger waren we met twee vaste mensen, dat was perfect. Ik ben nu al lange tijd alleen.” Ze zorgt dat het noodzakelijke gebeurt. Urine of ontlasting mag niet op de vloer blijven liggen. Gemorste sondevoeding ook niet. De wc’s doet ze elke dag, de vier badkamers en de wastafels. En verder alles waar ze tijd voor heeft.

Voor de 22 uur die ze verliest, zoekt ze nieuw werk, want van een uitkering wil ze niet leven. Ze kwam op haar 23ste uit Spanje naar Nederland en heeft altijd gewerkt. Vijftien jaar maakte ze al schoon in verpleeghuizen. „Het zal moeilijk zijn iets nieuws te vinden. Er zijn veel van ons voor steeds minder banen. In de thuiszorg lukt het misschien wel, zij zoeken mensen. Maar ik werk liever op één plek anders voel ik me een jojo.”

Ook voor de bewoners gaat er veel verloren door de sluiting, vindt teamleider Plomp. „Natuurlijk gaan ze naar ruimere, modernere huizen maar daar gaat het niet om. Het gaat om de sfeer hier, die is goed. Sommige mensen lopen elke dag dezelfde route – dat vinden ze prettig. Dat verdwijnt. Verandering is lastig voor oude mensen.” Hij heeft begrip voor de beslissing van het kabinet om drastisch te bezuinigen op bejaardentehuizen. „De kosten liepen blijkbaar uit de hand. Maar ik denk weleens: hadden ze niet kunnen wachten met sluiten tot alle zittende bewoners zijn gestorven?”