In Ravensburg is werk voor iedereen

Nergens in Europa is de werkloosheid lager dan in Zuid-Duitsland. Bedrijven in de Beierse stad Ravensburg komen personeel te kort, maar migranten aantrekken lukt nauwelijks.

Illustratie Pepijn Barnard

Bernard Bentele begrijpt het eigenlijk nog steeds niet. De personeelsmanager van sensorbouwer IFM was bereid alles voor ze te regelen. Een huis, opvang voor de kinderen, een baan voor de meereizende partner. Het concern met wereldwijd meer dan 5.000 werknemers en al enkele jaren op rij een omzetgroei tot ver in de dubbele cijfers, voerde 150 gesprekken met potentiële kandidaten uit Spanje. Daar bleef het bij. „Uiteindelijk was niemand bereid te verhuizen naar dit deel van Duitsland.”

En dat is vreemd voor een land dat in korte tijd is uitgegroeid tot migratieland. Duitsland telt na de Verenigde Staten op dit moment de grootste stroom inkomende migranten ter wereld.

Naar verwachting zijn het er dit jaar 500.000, van wie circa driekwart afkomstig uit andere EU-lidstaten met hoge werkloosheid.

Veel van deze gelukszoekers trekken naar de Duitse hoofdstad. Dat lijkt misschien logisch – Berlijn heeft veel te bieden – maar er is weinig werk. Niet voor niets wordt Berlijn ook wel ‘Arm aber sexy’ genoemd.

In Ravensburg en omstreken, onder meer bekend van de Ravensburger spelletjesfabriek en het gelijknamige pretpark, geldt het tegenovergestelde. Hier in de deelstaat Beieren is werk te over, maar de regio staat bekend als afgelegen en conservatief. Bepaald niet sexy dus.

Tussen de glooiende uitlopers van de Alpen is het weliswaar goed toeven voor – meestal wat oudere – toeristen, maar veel te beleven is er niet. De infrastructuur helpt ook niet mee. Dit is toch vooral landelijk gebied.

Bij sensorfabrikant IFM zouden ze maar wat graag willen dat de regio beter bekend stond, met name bij jongeren. Dat zou het makkelijker maken om personeel van buiten te halen. Ook in eigen land. Want zelfs binnen Duitsland is dat geen sinecure.

Om personeeltekorten op te vullen, trok het concern naar het oosten van het land, waar de werkloosheid voor Duitse begrippen nog relatief hoog is. „Wie bereid was te komen kreeg een half jaar gratis onderdak. Maar ook dat project is mislukt”, verzucht de Schwabische personeelschef in zijn oranje gekleurde werkkamer.

Snoepreisjes

Het concern heeft zijn personeelstrategie het afgelopen jaar daarom noodgedwongen gewijzigd en zet nu vol in op het opleiden en bijscholen van bestaand personeel. Ook doet het er alles aan om studenten en scholieren zo vroeg mogelijk te binden aan IFM, met snoepreisjes naar een dochteronderneming in Singapore en meerdaagse trektochten in de Alpen. Een yogajuf en dagelijks gratis sportlessen moeten ervoor zorgen dat het ziekteverzuim onder de productiemedewerkers laag blijft.

Op het nabijgelegen arbeidsbureau jubelt Jetta Driesch over dit soort maatregelen. „Het is de kracht van de regio”, zegt de directeur van de regionale overheidsinstelling. „Hier ontfermen de mensen zich daadwerkelijk over elkaar. Ik heb overal in Duitsland gewerkt, maar nooit eerder meegemaakt dat bedrijven echt werk maken van permanente educatie. Ook lukt het ons om voor iedere vroegtijdige schoolverlater een betaalde opleidingsplek in een bedrijf te vinden. Dat is toch ongekend?”

Het enthousiasme van Driesch is begrijpelijk. Nergens zijn de arbeidsmarktcijfers zo rooskleurig als hier. Nog geen 3 procent van de beroepsbevolking is werkloos, wat onder economen zo goed als volledige werkgelegenheid betekent. Jongeren zijn helemaal spekkoper. De jeugdwerkloosheid is praktisch nul in de omgeving van het Bodenmeer, niet ver van de Zwitserse grens.

Ondoordringbaar

Maar die onderlinge betrokkenheid heeft ook een schaduwkant, meent Werner Herkert. Hij is vakbondsleider bij dienstenbond Verdi en constateert dat de Schwaben iets ondoordringbaars hebben voor buitenstaanders. „Zo’n 80 procent van de huizen en infrastructuur is hier geërfd bezit”, stelt hij. „Wie hier geboren is, blijft. Schwaben zijn zeer sterk met hun land verbonden.”

En dat betekent dat een buitenstaander het per definitie zwaarder heeft. Er is een tekort aan betaalbare huurwoningen en het prijsniveau ligt hoog. Ondanks de lage werkloosheid kan een verpleegster of verkoopster hier niet altijd rond komen van haar ene baantje in het ziekenhuis of de lunchroom.

Herkert rekent voor dat een eenvoudige eengezinswoning aan huur en vaste lasten al snel 1.000 euro per maand kost. En dat terwijl een beginnende verpleegkundige maar 1.500 euro netto verdient.

„We zien steeds vaker dat mensen noodgedwongen een tweede of derde baantje erbij hebben om de eindjes aan elkaar te knopen”, zegt hij. „Ondanks de welvaart in de regio neemt de armoede onder werkenden toe.”

Maar waar komt die befaamde Schwabische welstand eigenlijk vandaan?

De arbeidsethos hier is legendarisch. „Schaffe, schaffe, Häusle bauen”, wil het gezegde over de Schwabische discipline, wat zoveel betekent als doorzetten, iets klaarspelen en daarna huizen bouwen.

Het is de mix van bedrijvigheid die ervoor zorgt dat het de Schwaben zo goed gaat en vrijwel niemand zonder werk zit, stellen ze bij het arbeidsbureau. De regio kent veel kleine familiebedrijven in verschillende branches die niet van elkaar afhankelijk zijn. Zodoende kunnen klappen op de arbeidsmarkt in de ene sector makkelijk worden opgevangen door een andere sector. „Het zal hier niet snel gebeuren dat een grote werkgever in één keer duizenden mensen op straat zet, zoals ik in Noord-Duitsland wel heb meegemaakt”, zegt Jetta Driesch.

Veel van de relatief onbekende Schwabische bedrijven zijn in hun eigen segment wereldspeler. De regio herbergt innovatieve, technologische firma’s, maar heeft ook een bloeiende toerisme-industrie, fruitteelt en wijnproductie. De ligging rond het Bodenmeer is gunstig, al eeuwen wordt hier handel gedreven op de kruising van verschillende landen.

Maar de Schwabische voorspoed kent ook een duistere kant. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten hier rond het Bodenmeer de belangrijkste wapenproducenten van het naziregime, die veel dwangarbeiders inzetten van het concentratiekamp Dachau nabij München. Veel van die infrastructuur werd compleet platgebombardeerd door de Engelsen, samen met de nabij gelegen stad Friedrichshafen.

Wapenindustrie

Op de smeulende resten en in de lege fabriekshallen aan het Bodenmeer ontstond in de naoorlogse jaren nieuwe bedrijvigheid. Nog steeds produceert een tiental bedrijven in de regio voor de wapenindustrie, zoals Diehl Defence, dat artillerieraketten bouwt. Maar daarover praat men liever niet. Bij de Industrie- en Handelskammer Bodensee-Oberschwaben, het regionale bedrijvenverbond, houden ze het bij „veiligheids- en verdedigingsindustrie”.

Praten over geld is sowieso niet Schwabisch. „Je hebt het of je hebt het niet, maar dat houd je verder voor jezelf”, zegt de werkloze Markus, die liever niet met zijn achternaam in de krant wil. Markus – kalend, fors postuur en armen vol tatoeages – is ongeschoold, heeft gezondheidsproblemen en is op zoek naar werk als magazijnmedewerker. Of hij dat snel zal vinden is „nicht im Frage”. Hij is op het arbeidsbureau voor een afspraak over de mogelijkheden om zijn eerder opgedane werkervaring na enkele maanden begeleiding en behoud van zijn uitkering om te zetten in een diploma. „Dan verdien ik meer”, zegt hij. Zo’n traject wordt financieel ondersteund door het arbeidsbureau en georganiseerd door het regionale bedrijvenverband.

Voor zolang als dat gaat lossen de Schwaben hun arbeidstekorten onderling op. Zogenaamde stille reserves worden aangesproken. Met name onder vrouwen die zich van de arbeidsmarkt hebben teruggetrokken om hun kinderen op te voeden valt nog een wereld te winnen, zegt Peter Jany.

Hij is directeur van de Industrie- en Handelskamer en gelooft sowieso niet dat migratie de beste oplossing is voor de personeelstekorten. „Het is niet duurzaam en niet goed voor de sociale cohesie.”

Kinder, Küche, Kirche

En dus moeten vrouwen meehelpen om de regionale economie nog harder te laten groeien. Dat verandert de traditionele rolverdeling die in conservatief Duitsland nog redelijk wijdverbreid is. Schwabische vrouwen leggen zich van oudsher toe op de drie K’s: Kinder, Küche, Kirche.

Voldoende kinderopvang is nog steeds een probleem in de regio. Maar steeds meer bedrijven organiseren het inmiddels zelf. De inspanningen leveren groei op van de werkzame beroepsbevolking met zo’n 4.000 mensen per jaar. Maar bij het arbeidsbureau weten ze nu al dat dat niet genoeg is. De verwachte tekorten in de verpleging zijn op termijn fors. De bevolking vergrijst en de instroom van jongeren is gering.

Daarom is er deze zomer een welkomstcentrum geopend in Ravensburg om arbeidsmigranten te helpen met integreren. Ze krijgen een mentor aangewezen die bijvoorbeeld helpt met het openen van een bankrekening. „We weten inmiddels dat werk aanbieden niet genoeg is. Voordat migranten zich goed voelen moet er nog heel wat gebeuren”, meent Jany.

Madalena Talana, afkomstig van het eiland Sardinië in Zuid-Italië, beaamt dat. Ze dekt de tafels in een hotel aan het Bodenmeer. „Alle Italianen dromen van een leven in Duitsland. Maar ze kunnen hier niet het leven leiden dat ze gewend zijn”, zegt ze. Talana woont hier al vijfentwintig jaar en spreekt inmiddels vloeiend Duits, maar ze haalt het niet in haar hoofd om naar de buren te gaan voor een ei of een kopje suiker. „Dat begrijpen ze hier niet. Daar willen ze dan nog maanden over praten: waarom ik een taart ging bakken zonder eieren te kopen?”

Ze lacht. „Dat is die Schwabische discipline, hè. Maar ik begrijp het wel: ze hebben het zwaar gehad na de oorlog. Ze moesten wel.”

    • Ariane Kleijwegt