Ik ben eigenlijk te lief voor deze sport

Adelinde Cornelissen (35) werd lerares Engels omdat ze dacht dat topsport niet voor haar was weggelegd. Inmiddels staat ze derde op de wereldranglijst voor dressuurruiters en gaat ze komende week voor goud op het WK in Normandië.

Tekst Esther Wittenberg Foto Andreas Terlaak

Ouders

„ Ik groeide op in een woonboerderijtje in Beilen, Drenthe. Vlakbij was een huifkarbedrijf. Zij zochten in de winter adresjes waar hun pony’s verzorgd konden worden. Leuk, dachten mijn ouders toen mijn broer en ik drie en vier waren. Ik was ontroostbaar toen de beesten in het voorjaar teruggingen. Ik wilde een eigen pony. Mijn ouders zeiden dat ik eerst maar eens een jaar op de manege moest rijden. Zomer en winter, ik bleef het prachtig vinden. Dus op mijn zesde is de garage omgebouwd tot paardenstal en kwam er een wit schimmeltje. En toen ik later wedstrijden wilde rijden, kochten mijn ouders een trailer en een andere auto. Ze hebben nog nooit een wedstrijd gemist.”

Engels

„Na mijn vwo heb ik een jaar paardrijlessen gegeven en paarden van anderen getraind. Ik reed in mijn autootje van boerderij naar boerderij. Tot ik mij realiseerde dat ik zo mijn leven niet wilde slijten. Ik ging Engels studeren in Groningen. Maar drie uur durende colleges over de letter a verveelden me. Dus toen ik na mijn propedeuse de kans kreeg een jaar te helpen bij een stal in Canada – waar ik vanzelf wel Engels zou leren – pakte ik mijn spullen en vertrok. Terug in Nederland, zei een bekende: ‘Ik heb een goed paard, maar hij is ontzettend angstig. Het lukt niemand hem te trainen. Wil jij het eens proberen?’ Dat was Parzival.”

Parzival

„De allereerste keer dat ik Parzival wilde berijden, bleef hij maar rondjes draaien. Het duurde twintig minuten voor ik op zijn rug kon klimmen. Maar toen ik eenmaal zat, voelde ik een kracht en een pit. Toen wist ik: dit is interessant. Ik houd van paarden die me een beetje uitdagen. In het begin was hij voor alles bang. Hij dacht dat achter elke bloem een spook zat en schrok van paraplu’s en flitsende camera’s. Steeds won ik een beetje vertrouwen, maar dan nieste er iemand onverwachts en dan sprong hij weer weg.”

Gebroken arm

„Parzival sprong een keer van schrik zo wild in het rond dat ik mijn arm op drie plaatsen brak. Mijn ouders zeiden: ‘Kijk, als je professioneel in de paardensport zou werken, was je nu werkloos. Je moet een degelijke baan zoeken.’ Ik dacht: ‘Ze hebben gelijk.’ Ik zag een advertentie van een school die een docent Engels zocht. Ik solliciteerde, kreeg een gesprek en kon de maandag daarop beginnen. Stond ik ineens voor de klas. De kinderen zaten helemaal niet te wachten op mijn Engelse lessen. Dat prikkelde mij om uit te dokteren hoe ik ze toch kon motiveren – met toneelstukjes, wandelingen. Ook bij paarden geniet ik ervan uit te zoeken hoe ik kan zorgen dat zij doen wat ik wil. Dat puzzelen. Daar houd ik van.”

Poseren

„Ik bleef ondertussen doortrainen met Parzival. Er waren mensen die zeiden: ‘Nou meiske, houd er maar mee op. Dat wordt niks.’ Dat daagde mij juist uit om door te gaan. Ik reed met hem in de trailer naar andere maneges en buitenbakken. Zo leerde hij ook in een andere omgeving naar me te luisteren. Of ik zorgde dat er tijdens een training tientallen paraplu’s uit werden geklapt. Ik heb mijn hart en ziel gestoken in het werken aan een band met hem. En dat is goed uitgepakt. Daar ben ik trots op. Ik geniet steeds opnieuw van zijn vertrouwen als hij nu verwaand staat te poseren voor fotografen.”

Ondernemerschap

„Wij hadden thuis geen ruimte en geld voor een grote stal, goeie paarden, een binnenbak. Daarom heb ik nooit gedroomd van een topsportcarrière. Dat was nou eenmaal niet weggelegd voor mij. En toen vroeg bondscoach Sjef Janssen mij na goede wedstrijdresultaten in 2008 ineens of ik met Parzival mee wilde doen in het Olympisch Kader. Pas op dat moment realiseerde ik me dat ik niets liever wilde. Ik nam na zes jaar lesgeven ontslag op school. Om rond te komen ging ik paardrijlessen geven en paarden trainen. Noodgedwongen werd ik zzp-er. Over dat ondernemerschap heb ik veel van Sjef Janssen en Anky van Grunsven geleerd. Bijvoorbeeld dat je pas top kunt presteren als je hele team top is. Ook de hoefsmid, de paardenfysiotherapeut, de paardentandarts. Inmiddels ben ik mede-eigenaar van Parzival. En is mijn bedrijf zo gegroeid dat ik ben verhuisd naar landgoed Balkenschoten in Nijkerk, waar ik stallen, trainingsruimte en woonruimte huur. Mijn broer regelt alles, mijn partner Sjaak van der Lei is mijn manager. Hij is springruiter, maar heeft zijn eigen carrière op een laag pitje gezet om mij te ondersteunen.”

Hartritmestoornissen

„In 2013 ging ik voor het eerst in negen jaar een weekje op vakantie. Het was druk geweest in 2012 met de Olympische Spelen in Londen waar we zilver haalden. Toen ik thuis kwam, begon ik weer met trainen. Ik deed Parzival zoals altijd zijn hartslagmeter om en zag: 180. Ik zette de hartslagmeter uit en probeerde het nog eens. De hartslag bij een paard in rust is normaal 35. Het bleef zo hoog, dus de dierenarts kwam. Ik zie nog voor me hoe hij naar Parzivals hart luisterde en zijn hoofd schudde. Hij zei: ‘Hartritmestoornissen. Einde topsport.’ Het was alsof de grond onder me werd weggeslagen.”

Nagelbijten

„De dierarts ging rondbellen. Er bleek een gespecialiseerde kliniek in Gent. Die roosterde meteen de maandag vrij. De arts daar zei dat een operatie 90 procent kans gaf op genezing. Aan een operatie bij paarden zitten altijd risico’s. Toch stemde ik in omdat ik besefte dat hij anders aan zijn aandoening zou sterven. Ik heb mijn nagels er tijdens de operatie afgebeten. En ook de weken erna was ik als de dood. Parzival is mijn beste vriend. Ik doe alles voor hem, hij doet alles voor mij. Zes weken na de operatie haalden we brons op het EK. Nu is hij zeventien en topfit. Als ruiter ben je zo afhankelijk van je paard. Dat blijkt nu maar weer. Vlak voor dit WK raakten de paarden van teamgenoten Edward Gal en Daniëlle Heijkoop geblesseerd. Edward rijdt nu tijdens het WK op een ander paard, Daniëlle wordt nu vervangen door onze reserveruiter Diederik Silfhout.”

Te lief

„Mijn partner Sjaak heeft al mijn medailles opgehangen in de kantine bij ons trainingscomplex. Zelf had ik ze onder in een kast liggen. Ik vind de weg naar de gezamenlijke prestatie mooi, maar met die prijs heb ik niet zo veel. Ik ben totaal geen egoïstische topsporter, eerder wat te lief. Als Sjaak het woord ‘concours’ hoort, zie ik bij hem direct de gebrandheid om te winnen. Terwijl ik bij dat woord denk: ‘Lekker, een rondje lopen’. Daardoor ben ik op de wedstrijd niet altijd scherp genoeg. Dan baal ik achteraf. Mijn team geeft alles en ik zou de zwakste schakel zijn?”

Trampoline

„Nu rijd ik elke woensdag naar Heerenveen. Daar word ik zowel fysiek als mentaal gecoacht door voormalig turncoach Tjalling van den Berg. Hij heeft me geleerd om eerder nee te zeggen. Ik gaf soms tot tien uur ’s avonds paardrijles. Nu heb ik een maximum aan het aantal lesuren gesteld. Tjalling traint ook mijn balans en coördinatie. Hoe sterker ik fysiek ben, hoe zuiverder en eenduidiger de signalen die ik mijn paard geef. Ook laat hij me rare oefeningen doen om me uit mijn comfortzone te halen. Gekke sprongen maken op een trampoline, bijvoorbeeld. Zo leert hij me ook onder spanning en bij onverwachte situaties gefocust te blijven. Hij heeft me geadviseerd voortaan voor een wedstrijd te boksen. Sjaak houdt een kussen vast en ik sla daar zo hard mogelijk tegenaan. Zo kan ik wat meer felheid in mezelf opwekken.”

    • Esther Wittenberg