Homo sapiens evolueert door: we worden steeds minder Bokito en meer bonobo

Deze zomer behandelt de redactie Grote Vragen die lezers bezighouden. De Grote Zomervraag deze week is: wat komt er na Homo sapiens?

illustratie martijn boudestein

Er zijn al veel edities mens verschenen in de aflopen 5 miljoen jaar: van lang geleden de aapachtige Australopithecus en Ardipithecus tot recenter het kleine Flores-mensje en die bonkige Neanderthalers. En wijzelf natuurlijk, sinds 200.000 jaar.

Soorten veranderen, weten we sinds Darwin en we zien het ook bij mensen. De spannende vraag is: wie zijn dan de mensen die ná ons komen? Wie neemt het sapiens-stokje over?

Helemaal niemand. De mens is uitgeëvolueerd. Althans, dat denkt een handjevol biologen, waaronder David Attenborough, de grand old man van de Britse natuurdocumentaire. „Ik denk dat wij zijn gestopt met evolueren”, zei hij vorig jaar tegen de Radio Times. „We hebben natuurlijke selectie tot stilstand gebracht, vanaf het moment dat we 95 tot 99 van alle zuigelingen konden laten opgroeien.” Bijna iedereen die vandaag geboren wordt, overleeft. Vaccinaties en antibiotica rekenden af met kinderziekten en infecties, niemand sterft meer van de honger. Ook de zogenaamd ‘zwakkeren’ overleven dus, geheel tegen Darwins principe van survival of the fittest. Wie die zwakkeren zijn wordt nooit gezegd, maar denk voor het gemak aan brildragers, hooikoortslijders en mensen met een slecht gebit. In de ruwe Steentijd hadden ze het vast nooit gered.

Allemaal onzin natuurlijk.

Of zoals antropoloog John Hawks op zijn weblog schreef: wrong, wrong, wrong.

Evolutie stop je niet. Het omgekeerde is zelfs het geval: de mens evolueert nu sneller dan ooit. In de afgelopen 40.000 jaar ontstonden er meer mutaties met positieve gevolgen dan in de millennia daarvoor, rekenden Hawks en zijn collega’s uit (PNAS, december 2007).

Hoe kan dat? Bevolkingsgroei. Het principe is simpel: hoe meer mensen er zijn, hoe meer kinderen er met nieuwe mutaties geboren worden. De meeste van die mutaties hebben geen of negatieve gevolgen, maar een enkele zal de overlevingskansen van de drager vergroten. In een groeiende bevolking kunnen die mutaties zich sneller verspreiden. Het aantal mensen op aarde nam zo’n 10.000 jaar geleden explosief toe, na de uitvinding van de landbouw.

De mens evolueert dus nog. Sneller dan ooit, misschien wel. Maar waar brengt dat ons over 10.000 of 100.000 jaar?

De mens krijgt grotere hersenen, zou je zeggen als je de belangrijkste Steentijdtrend door zou trekken. Sinds onze voorouders zich afsplitsten van chimpansees, zwellen onze hersenen op. Australopithecus (400-550 ml) werd ingehaald door Homo erectus (600 ml), die op zijn beurt zijn meerdere moest erkennen in Homo sapiens (1.200-1.500 ml) en Homo Neanderthalensis (1.200-1.600 ml). Maar de hersenen van sapiens lijken uitgegroeid. Ze krimpen zelfs. De afgelopen 10.000 jaar raakten mannen 150 milliliter en vrouwen 250 milliliter hersenen kwijt. En het gebeurde overal: van Azië tot Europa, Afrika en Australië (Human Biology, juni 1988).

Antropologen weten eigenlijk niet zo goed waarom. Zijn onze lichamen meegekrompen, ligt het aan ons dieet? Of zijn we echt dommer geworden?

Onwaarschijnlijk. Opvallend genoeg gebeurde hetzelfde met de dieren die onze voorouders domesticeerden. Toen wolf hond werd, kromp zijn brein. En ook de oerossen die koeien werden, gedomesticeerde schapen en zelfs huiscavia’s verloren hersenmassa. Tegelijkertijd werden de dieren speelser en socialer.

Het ‘domesticatiesyndroom’ noemen gedragsbioloog Brian Hare en antropoloog Richard Wrangham dit (Current Biology, 2011). Mensen fokten vooral met dieren die het minst agressief waren tegen mensen en soortgenoten. Dit waren dieren met een jonger brein: tolerant, sociaal en speels. Een jonger brein, maar ook een kleiner brein.

Domesticatie hoeft niet opgelegd te worden. Volgens Hare en Wrangham domesticeerde de vredelievende bonobo (de naaste verwant van de chimpansee) zichzelf. Agressie werd door sterke coalities van vrouwtjes afgestraft. De meest sociale, tolerante apen kregen het meeste nageslacht.

Hare en Wrangham zeggen het niet, maar het kan best zijn dat ook de mens zichzelf domesticeert. In steeds groter wordende groepen en samenlevingen is ook steeds minder plek voor agressie en territoriumdrift. De mens van nu is een extreem tolerante en sociale aap. Zet 2.000 vreemdelingen bij elkaar op Utrecht Centraal en de meute zal in relatieve harmonie langs elkaar heen bewegen. Een perron vol chimpansees zou in gillende chaos ontaarden.

Stel dat de zelfdomesticatie van de mens doorzet. Niet ondenkbaar, gezien de verstedelijking en verlegalisering van de menselijke wereld. Waar komen we dan uit? Verschillen tussen man en vrouw zullen kleiner worden. Onze skeletten sierlijker, onze hersenen kleiner. Minder Bokito, meer bonobo. Homo sapiens wordt Homo gregoricus. De vreedzame, maar dociele Eloi die de tijdreizende wetenschapper uit The Time Machine van H.G .Wells in het jaar 800.000 tegenkomt, waren nog niet zo gek bedacht.

Uitsterven zal de mens voorlopig niet. Hij heeft elk bewoonbaar hoekje van de aarde gekoloniseerd, van de Himalaya tot aan de eilandjes van de Grote Oceaan. Zelfs als de beschaving verdwijnt, zal een groepje overlevers het allicht wel ergens kunnen uithouden. Na de mens komt de mens.

    • Lucas Brouwers