‘Het nieuwe werken is pragmatisch feminisme’

Roos Wouters

(39) is politicoloog, publicist en voorzitter van de stichting Het Nieuwe Werken Werkt.

Foto Maurice Boyer

Drang

„Eén ding wist ik zeker in het leven: ik wil kinderen. Tijdens mijn studie politicologie dacht ik: waarom eigenlijk niet nu? Ik had veel opgepast en zag dat jonge ouders losser waren. Van oude moeders kreeg ik soms een boek vol instructies, dit huiltje betekent dat. Ik wilde een relaxte ouder zijn. Bij de eerste ontmoeting met Joost ging het al over kinderen. ‘Als ik een baarmoeder had, had ik allang een kind gehad’, zei hij. Mijn ouders ruziën er nog over of ik wel of niet gewenst was. Ik dacht: dit is mijn kans op een zeer gewenst kind met een betrokken vader. Ik was 25 toen ik moeder werd.”

Worsteling

„Ik kreeg vreemde reacties op mijn zwangerschap. ‘Vergissing zeker’ en ‘dus je bent niet ambitieus’. Toen ik later ging solliciteren bleken parttimebanen op universitair niveau nauwelijks te bestaan. Ik deed wat veel vrouwen doen: fulltime werken tegen een parttime salaris, om maar het recht te hebben naar mijn kind te kunnen als het nodig was. Toen ik overspannen raakte, werd gezegd dat ik de balans tussen werk en privé aan de keukentafel moest oplossen. Maar ik had een geëmancipeerde man, we deden het samen. Wat mij betreft was het probleem dat ik moest werken als een fabrieksarbeider. Tussen negen en vijf, op kantoor.”

Inkeer

Femanisme noem ik het in mijn boek. Feminisme, maar dan met mannen die ook last hebben van knellende rolpatronen. Ik heb twee jaar gedebatteerd over emancipatie op de werkvloer, toen ben ik afgehaakt. De discussie bleef: zijn vrouwen wel ambitieus? Daar ging het mij niet om. Ik wilde dat iedereen de ruimte zou krijgen werk en privé zelf in te delen en het maximale uit beide te halen. Het kwartje viel bij een forum over het nieuwe werken. Een zaal vol mannen in pak zei dat het zo niet langer kon met de files. Werk moest flexibeler. Dus als ik het file mijden noem, dacht ik, zit ik opeens met jullie aan tafel!”

Essentie

„Het nieuwe werken is uitgaan van vakmanschap. Geef mensen de flexibiliteit, het vertrouwen en de zeggenschap om hun werk goed te doen. Waar en wanneer ze willen. Vaak ontbreekt het vertrouwen, dan krijg je het oude werken in een nieuwe omgeving. Zitten mensen van negen tot vijf in een kantoortuin waar ze zich niet kunnen concentreren. Uit angst dat de baas ze toch afrekent op hun afwezigheid. Dat is achteruitgang. Ik vertel organisaties wat wantrouwen ze kost. Werknemers gaan zich ernaar gedragen. Een enkeling zal het vertrouwen beschamen, maar de meesten zijn goedwillend.”

Streven

„Voor mij is het nieuwe werken pragmatisch feminisme. Mensen willen niet in die achterlijke spagaat staan van werk en privé. Ik begrijp werkelijk niet hoe je die twee moet loskoppelen. Je komt toch als privépersoon naar je werk, anders kom je zonder bezieling. Wij doen dit interview op zondagochtend, mijn kinderen zijn sporten. Dat vind ik rijkdom. Werk voelt niet als werk, want ik voel me niet meer geknecht. Ook het nieuwe werken moet geen keurslijf worden. De een wil zijn e-mail lezen op vakantie om bij te blijven, de ander juist niet. Mensen weten vaak prima wat ze nodig hebben. Die vrijheid gun ik iedereen.”

Confrontatie

„In december, op vrijdag de dertiende, viel Joost met zijn fiets en brak zijn schedel. Het was aanvankelijk onduidelijk of het goed zou komen. Hij verhaspelde woorden, doodeng. Ik heb gezorgd dat ik er was voor de kinderen. Ik werkte door, maar op mijn voorwaarden. Voor mij heeft dit bevestigd waar ik voor vecht. In een situatie waarin ik machteloos was, had ik in elk geval de controle over hoe ik ons leven plooide. Dat was cruciaal. Mijn zoon was van slag. Zijn school stelde zich hard op, zag hem alleen als leerling, niet als kind van een zieke vader. Toen dacht ik weer: oh ja, zo’n werkgever kun je ook treffen.”

Vernieuwing

„Ik maak me kwaad dat het kabinet en vakbonden nog steeds doen alsof een vast contract het beste is wat een mens kan overkomen. Werkgevers die willen flexibiliseren zijn vuile uitbuiters. Natuurlijk zeggen mensen dat ze de voorkeur geven aan een vast contract, ze willen recht hebben op een uitkering bij ontslag of ziekte. Er is geen goed alternatief! Dat zijn gouden ketenen. Sinds vorig jaar werk ik aan een promotieonderzoek naar hervorming van de sociale zekerheid. Waarom koppelen we al die rechten niet aan het aantal uren dat iemand werkt – in welke vorm dan ook? Ik weet niet waarom dat niet zou kunnen.”

    • Brenda van Osch