‘Het lijkt wel een paleis, zoals wij wonen’

Frederik Bunt (42) en zijn vrouw Marian (40) runnen samen een fruitteeltbedrijf in Slijk-Ewijk in Gelderland. Frederik: „Vorig jaar was de oogst zo groot, dat we ’s nachts doorgingen met sorteren van fruit.”

De familie Bunt – met Frederik, Marian, hun vier kinderen en een nichtje – bij hun huis in Slijk-Ewijk. Foto David Galjaard

Vier à vijf uur slaap per nacht

Marian: „In de zomer, als het fruit rijp is, moeten we geld verdienen voor een heel jaar, dus dan gaan we niet met vakantie. Dat doen we in het najaar of de winter.”

Frederik: „Dan gaan we naar België of Duitsland, of we blijven in Nederland.”

Marian: „Dan is het wel koud, maar je bent toch even weg.”

Frederik: „Vorige week zijn we een halve dag met de kinderen naar een speeltuin geweest, maar dan gaat voortdurend de telefoon, dus dan heb je niet echt vrij.”

Marian: „Dit jaar is het redelijk rustig in vergelijking met vorig jaar.”

Frederik: „Ja, vorig jaar was de oogst zo groot, dat we ’s nachts doorgingen met sorteren van fruit. Dit jaar is op één perceel hagel gevallen en is een deel van de oogst verloren gegaan. Dan hoef je ’s nachts niet te werken. Vorig jaar had ik maar een uur of vier à vijf slaap per nacht. Ik denk dat ik in de zomer zeventig tot tachtig uur per week werk.”

Marian: „Hij komt even thuis om te eten, daarna is-ie weer weg.”

Frederik: „Op zondag werken we niet, uit principe. Maar ook als we niet kerkelijk zouden zijn, zouden we op zondag niet werken. Er moet ergens een rustmoment zijn.”

Hard werken, weinig beloning

Marian: „Ik doe thuis alles, daar heeft Frederik geen tijd voor. Ik vind het vanzelfsprekend. Frederik is kostwinner, hij moet het geld binnenbrengen. Ik hoor wel eens van anderen: ‘Je bent gek dat jij zoveel in huis doet.’ Maar dat is zo gegroeid. En de kinderen moeten thuis wel meehelpen, dat moesten wij vroeger ook. De één dekt de tafel, de ander ruimt af, de oudsten passen op de kleintjes en helpen ’s zomers mee in het bedrijf.”

Frederik: „In de winter, als jij een avond naar naailes bent, zorg ik voor de kinderen.”

Marian: „Het is ook beter dat hij geen huishoudelijk werk doet, hij doet het toch niet zoals ik het wil. Maar ik zie het als een luxe, hoor, dat ik niet buiten de deur hoef te werken. Al verlang ik wel eens terug naar de bejaardenzorg, dat is het mooiste werk dat er is. Fruitteelt is ondankbaar: hard werken en weinig beloning.”

Frederik: „Maar we hebben wel een vrij leven. We kunnen zelf bepalen of we een dag vrij nemen. Al is het ook wel zorgelijk, een eigen bedrijf, maar daar leer je mee omgaan.”

Marian: „Je moet er rekening mee houden dat je financieel niet alles kunt doen. Wij leiden geen luxe leven. De kinderen kunnen bijvoorbeeld niet op sport. Maar we wonen buiten, dus ze fietsen genoeg. We hebben allebei van huis geleerd dat je moet kijken naar wat je hebt, niet naar wat je niet hebt. Het scheelt dat we allebei zijn opgegroeid bij ouders die het niet zo breed hadden.”

Frederik: „Je moet heel flexibel zijn in deze branche. In een goed jaar kun je een verbouwing plannen die je het volgende jaar, als de opbrengst minder goed is, weer moet afblazen, omdat er geen geld voor is.”

Marian: „Twee jaar geleden ging de wasmachine kapot, toen was er niet genoeg geld voor een nieuwe. We mochten toen bij de plaatselijke winkelier een nieuwe kopen op afbetaling, maar ik heb gezegd: ‘O nee, dat doet vrouw Bunt niet’. Toen heeft Frederik twee avonden aan de wasmachine gesleuteld en toen deed ie het weer.”

Eten dumpen, dat doe je niet

Frederik: „Sinds vijf jaar leveren we fruit aan Willem & Drees, een bedrijf dat groente en fruit zo dicht mogelijk bij de teler verkoopt. Zodat de consument weet waar zijn eten vandaan komt. Je kunt onze producten in een straal van pakweg tien kilometer om ons bedrijf in winkels kopen. Het is goed dat er meer belangstelling komt voor de teler. We telen niet biologisch, maar wel zoveel mogelijk met natuurlijke bestrijdingsmiddelen als roofmijt en torenvalk. Die eten insecten uit de boomgaard. Laat de natuur haar werk doen, heb ik meegekregen.”

Marian: „Overrijp fruit gooien we niet weg, daar maken we bijvoorbeeld jam, smoothies en sauzen van, die we afzetten in winkels en op de markt. Ook als we er niks aan verdienen, verwerken we het, want eten dumpen, dan doe je niet. We hebben contact gelegd met ziekenhuizen om onze smoothies af te zetten, want ze hebben een hoge voedingswaarde.”

Iets meer stabiliteit

Frederik: „Ik zou best iets meer financiële vastigheid, iets meer stabiliteit willen hebben. Anderzijds: wat is vastigheid? Vaste banen, vaste pensioenen, het leek zo stabiel, maar dat bleek toch niet zo te zijn.”

Marian: „We hoeven niet in het geld te zwemmen, maar pootje baden zou wel lekker zijn.”

Frederik: „Maar we hebben een prachtig leven.”

Marian: „En een grote tuin. We hoeven niet om de buren te denken.”

Frederik: „Het lijkt wel een paleis, zoals wij wonen.”

Een keuze voor je leven

Frederik: „We gaan de kinderen niet pushen om het bedrijf over te nemen. Laat ze eerst maar om zich heen kijken.”

Marian: „Maar als ze rijk willen worden, moeten ze niet aan de fruitteelt beginnen.”

    • Friederike de Raat