Heren in de branding

Surfen wordt stijlvol. De gentleman surfer leeft tussen stad en strand en is niet bang voor koud water.

Frank Reef (39) woont in Amsterdam en werkt bij een bedrijf dat duurzame start-ups opricht. Hij draagt slippers van Sanuk en zijn board is een M-Ford van Jeff McCallum. „Handgemaakt, je moet er een jaar op wachten.” Hij surft meestal in Scheveningen en Wijk aan Zee.

Er is een nieuwe surfer opgestaan. Hij werkt in de stad en verlangt het hele jaar door naar zee. In plaats van de wereld af te reizen op zoek naar de perfecte golf trekt hij in het weekend naar de eigen kust, hoe koud en miezerig ook. Hij investeert graag in een op maat gemaakte surfplank die hij tentoonstelt in zijn huis of kantoor. In plaats van sportief en schreeuwerig kleedt hij zich stijlvol en strak. De stijl van de stad neemt hij mee naar het strand. Ook daar draagt hij een overhemd. Zijn surfersmentaliteit neemt hij mee naar zijn werk. Onder zijn pak draagt hij felgekleurde armbandjes en soms vergeet hij expres z’n sokken.

„Die jongens met kralenkettingen en Hawaii-hemden heb je natuurlijk nog wel”, zegt Rotterdammer Twan Lugten (23), co-assistent chirurgie en eigenaar van twaalf surfboards. „Maar er is een nieuwe scene aan het ontstaan in de surfwereld. De stijl die hierbij hoort is preppy, retro-chic. Hij ziet surfen niet als extreme sport en het gaat hem niet om de competitie, maar om het gevoel dat surfen geeft en de levenstijl die erbij hoort. Dat probeert hij uit de drukken door kunst te maken of eigen boards te ontwerpen.” In steden ontstaan nieuwe winkels, merken en magazines die deze cultuur verspreiden. Een van de voorlopers is Saturdays Surf NYC uit New York. Dit merk verkoopt surfboards, wetsuits en casual kleding die toch netjes oogt voor Wallstreet-jongens in hun vrije tijd. Het merk publiceert ook Saturdays Magazine, een dik en glanzend tijdschrift gewijd aan surfen en de stad. Ook het tijdschrift Wax, eveneens uit New York, richt zich expliciet op de ‘urban surfer’. Het Franse merk Cuisse de Grenouille (kikkerbil) met de slogan ‘For the Gentleman Surfer’ heeft een kledingcollectie waarin zowel dassen als zwembroeken zijn opgenomen.

De nieuwe surfcultuur vestigt zich in steeds meer steden. In Barcelona, dat weliswaar een eigen strand heeft maar geen golven, opende surfshop Firmamento. Hier vind je surfboards van paulowniahout en kleding en accessoires met een klassiek en vrolijk logo: een sterrenhemel boven zee. In Kopenhagen ontstond uit een lokaal surfcollectief het merk Oh Dawn, dat kleding maakt met een ingetogen Scandinavische esthetiek, van boardshorts tot button-down overhemden. Ook maken de Denen cederhouten handplanes, boards zo klein als een broodplank. Met dit plankje aan één hand kun je bodysurfen.

„Je hoeft je als surfer niet te schamen als je niet in Hawaii of Californië woont maar in Kopenhagen, Amsterdam of Stavanger”, zegt grafisch ontwerper Albert-Jan Massenberg (40). Samen met communicatieadviseur Leslie Maylath (42) begon hij Sea Sick, een boetiek voor bijzondere surfboards in het centrum van Amsterdam.

„In de jaren tachtig had surfen nog een underground gevoel. Maar in de jaren negentig werd surfen een commerciële monocultuur”, vertelt Maylath. „Alles draaide om een handvol gesponsorde surfpro’s en de meest exotische spots.” De surfindustrie verkocht deze droom aan gewone surfers in de vorm van massageproduceerde kleding en boards vol logo’s. „De laatste tien jaar is er meer aandacht voor de stedelijke surfer die ook surft in minder dan ideale omstandigheden.” Mannen met een veeleisende baan die toch zoveel mogelijk willen surfen zijn aangewezen op lokale, koude wateren. Ze hebben hier de juiste spullen voor nodig die bovendien passen bij hun volwassen smaak. Het tijdschrift Acid, uitgegeven in Parijs, staat vol verhalen over surfen op koude locaties zoals de Noorse Lofoten. Het jonge Britse bedrijf Finisterre uit Cornwall probeert een nieuwe industrie te creëren rond surfen in koud water. Denk aan lange merino onderbroeken, winterse wetsuits en Fair Isle-truien van lokale schapenwol.

Shapers en glassers

De klanten van Sea Sick, vaak wat oudere surfers en mensen met creatieve beroepen, komen voor surfplanken die passen bij Noord-Europese omstandigheden. „We importeren handgemaakte surfboards en helpen klanten met het kiezen van een op maat gemaakte plank. Daarbij werken we samen met shapers en glassers, vakmensen die surfboards met de hand maken en lamineren.” Hij strijkt over een grasgroen board met cederhouten vinnen gemaakt door de Amerikaan Tyler Warren. De plank kost 975 euro, ongeveer het dubbele van een massageproduceerd exemplaar. Op tafel ligt een stukgelezen exemplaar van Saturdays Magazine. De mannen van Sea Sick kijken met bewondering naar het Amerikaanse merk dat erachter zit maar zijn bezorgd dat het toch weer doorslaat naar een formule. De stijl van het merk spreekt ook niet-surfers aan. Massenberg bezocht de winkel in New York. „Je hebt daar snobistische verkopers die geen klote van surfen weten.” Dat is de valkuil voor de gentleman surfer: zo opgaan in de lifestyle dat hij geen golf meer ziet.

    • Ebele Wybenga
    • Tekst