En alsnog te weinig vrouwen op de lijst

Volgend weekend begint het eindspel om de Brusselse topbanen. Nederland heeft zijn kandidaat nog niet bekendgemaakt.

Jeroen Dijsselbloem heeft al een baan, dat scheelt. Dat was het afgelopen half jaar steeds maar weer zijn reactie – geen antwoord – op de vraag of híj de volgende eurocommissaris wordt voor Nederland: „Sterker nog, ik heb er twee: ik ben ook voorzitter van de Eurogroep.” Zoals het er nu naar uitziet, houdt Dijsselbloem zijn baan als minister van Financiën. En de tweede ook, zeggen bronnen in Brussel en Den Haag: de verwachting is dat Dijsselbloem Eurogroepvoorzitter blijft. En dus geen eurocommissaris wordt.

Toch is Dijsselbloem (PvdA) volgens dezelfde bronnen wél de belangrijkste kandidaat van Nederland voor de Europese Commissie, voor de zware portefeuille Economische en Monetaire zaken. En premier Mark Rutte (VVD) heeft het nog niet helemaal opgegeven. Dijsselbloems naam staat op de eerste kaart van het stapeltje dat de premier tegen de borst houdt: Nederland is een van de weinige landen die hun kandidaten nog niet bekendgemaakt hebben – naast België, Denemarken, Cyprus en Slovenië.

Er moeten negen vrouwen komen

Maar de weerstand bij de nieuwe Commissievoorzitter, de Luxemburger Jean-Claude Juncker, is te groot, zeggen betrokkenen. Juncker kan ondanks verontschuldigingen van Dijsselbloem niet vergeten dat de Nederlandse minister hem begin dit jaar op televisie neerzette als een kettingrokende alcoholist. „Juncker zou over zijn schaduw moeten heen stappen”, zegt een Haagse bron geïrriteerd. „Hij wil toch de beste Commissie?”

Volgend weekend begint het eindspel om de Brusselse banen met een speciale top van Europese regeringsleiders. In de weken daarna zal Juncker de portefeuilles verdelen. Zijn team moet voor ten minste een derde deel uit vrouwen bestaan, net zoveel als nu: negen. Dat heeft Juncker toegezegd, het Europees Parlement (dat de eurocommissarissen moet goedkeuren) rekent erop. Maar onder de kandidaten van de EU-landen bevinden zich nu maar vier vrouwen. Dat betekent dat de tweede kaart van Rutte het meest kansrijk lijkt te zijn: Lilianne Ploumen (PvdA), minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Rutte II heeft afgesproken dat de commissaris een PvdA’er zal zijn. En in Europa geldt Ploumen als minister en oud-partijvoorzitter als een serieuze kandidaat. Zij kan in aanmerking komen voor de belangrijke portefeuille Handel.

Drie voorwaarden aan kandidaten

Volgende week zaterdag beslissen de Europese regeringsleiders in Brussel over twee belangrijke banen: de vaste voorzitter van de Europese Raad (nu de Belg Herman Van Rompuy) en de Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid (nu de Britse Catherine Ashton). Kandidaten moeten voldoen aan drie voorwaarden: er moet een vrouw bij zitten, een Oost-Europeaan en een sociaal-democraat.

Veel genoemd als buitenlandchef is de Bulgaarse Kristalina Georgieva, nu nog eurocommissaris voor Humanitaire Hulp. Ook Polen maakt aanspraak: dat land wil op die plek minister van Buitenlandse Zaken Radek Sikorski. Beide kandidaten zijn – net als Juncker – christen-democraat, wat zou betekenen dat de Europese ‘president’ uit de socialistische familie moet komen. Voor die functie wordt de Deense premier Helle Thorning-Schmidt het meest genoemd.

Als beide hoge posten straks door een vrouw worden bekleed, zou dat een oplossing zijn voor Junckers ‘vrouwenprobleem’, zeggen bronnen: met twee topvrouwen valt een grotendeels mannelijke Commissie minder op. Onzin, vindt Neelie Kroes, nu nog eurocommissaris. „We laten ons niet ringeloren. Juncker heeft gezegd: minstens negen vrouwen. Worden het er minder, dan wens ik hem sterkte in het Europees Parlement.”

Benoemingen zijn onvoorspelbaar

Het Europees Parlement lijkt Juncker aan zijn belofte te gaan houden. Voor de liberalen en socialisten is éénderde vrouw cruciaal. „Met vier vrouwen is het alsof we terug zijn in het stenen tijdperk”, zegt D66-Europarlementariër Sophie in ’t Veld. En ook Junckers eigen christen-democraten, met de grootste fractie in het parlement, „gaan ervan uit dat er negen vrouwelijke commissarissen komen”, zegt CDA’er Esther de Lange.

Kroes denkt dat het nu precies zo kan gaan als tien jaar geleden bij haar eerste benoeming: „Voorzitter Barroso zei tegen Nederland: kom met een vrouw en je krijgt een zware portefeuille. Ik werd ‘excuustruus’ genoemd. Dat interesseerde me niets.”

Er is wel een andere functie waarvoor Dijsselbloem in aanmerking kan komen: vaste voorzitter van de eurogroep in plaats van tijdelijk, zoals nu.

Europese benoemingen zijn vaak onvoorspelbaar. In de hete fase kunnen politieke blokkades en persoonlijke antipathieën leiden tot ‘compromiskandidaten’. Ook daarvoor worden in Brussel Nederlandse namen genoemd. Frans Timmermans is een serieuze gegadigde voor de buitenlandbaan en die zou hij graag willen. Zelfs Rutte is voorzichtig in beeld als ‘EU-president’. Hij schijnt er weinig voor te voelen en als liberaal is hij geen logische optie. Maar als na een lange Brusselse nacht alle topkandidaten zijn gesneuveld, is het volgens ingewijden niet helemaal ondenkbaar dat ze bij hem uitkomen. Dan kan Nederland over een week zomaar zonder premier zitten.

    • Petra de Koning
    • Thijs Niemantsverdriet