Ebola overleven dankzij Defensie

Alle experimentele ebolamedicijnen zijn ontwikkeld met subsidies van ministeries van defensie. De zoektocht paste in de bestrijding van bioterrorisme.

Bijna 2.500 mensen in Afrika liepen de afgelopen maanden ebola op. Zes patiënten – voor zover bekend – kregen een experimenteel medicijn dat tegen het dodelijke virus werkt. Een Britse epidemioloog becijferde uit de losse pols dat, als er erkende medicijnen tegen ebola beschikbaar waren geweest, nu al 30.000 mensen die geneesmiddelen hadden moeten krijgen, om te genezen of om te voorkomen dat ze ziek worden (Nature, 21 augustus).

Medicijnen spelen dus een verwaarloosbare rol in de bestrijding van de ebola-epidemie die sinds februari toesloeg in Guinee, Sierra Leone, Liberia en even ook in Nigeria. Er zijn er wel in ontwikkeling, maar er is geen voorraad. Dierproeven zijn afgerond. Vrijwel altijd met kleine groepen resusapen en andere makakensoorten. De eerste toepassingen bij mensen (veiligheidsproeven) zijn in voorbereiding, of waren net begonnen. En weer stopgezet, omdat er vragen rezen over de veiligheid van de gezonde proefpersonen.

Die medicijnen, op deze pagina’s besproken, laten zien hoe in het moderne onderzoek wordt geprobeerd om medicijnen tegen virusinfecties te maken. De laatste tien jaar zit daar schot in. Decennia daarvoor lukte dat nauwelijks.

Alle experimentele ebolamedicijnen zijn met subsidies van ministeries van defensie ontwikkeld. Het Amerikaanse Department of Defense is de grootste geldschieter, naast Amerikaanse staatssubsidiefondsen, zoals de National Institutes of Health. Het onderzoek is kort na de eeuwwisseling in een stroomversnelling terechtgekomen. De Amerikaanse overheid reserveerde toen 2,4 miljard dollar voor onderzoek tegen bioterrorisme.

Dat gebeurde na aanslagen met antrax in 2001 (de ‘poederbrieven’, die aan twee postbeambten het leven kostten). Daarvoor al, eind jaren negentig, had de overtuiging postgevat dat nieuwe vijanden van grote staten niet direct andere grote staten zijn, maar terroristische organisaties. Of schurkenstaten. En dat die ‘onreglementaire’ wapens in zouden zetten.

In strijd met de Conventie tegen de biologische wapens had de Sovjet-Unie tot 1992 een programma voor de ontwikkeling van die wapens gehad. Niemand wist waar de gegevens daarover na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie waren gebleven. Irak had tot 1990 zo’n programma. En de Japanse sekte Aum Shinrikyo verspreidde in maart 1995 het zenuwgas sarin in de metro van Tokio, maar werkte ook aan biologische strijdmiddelen.

Ook van het ebolavirus werd in die tijd vermoed dat het in een biologisch wapen was verwerkt. In het publieke domein bleef dat vermoeden onbevestigd. De meeste onderzoekers die nu in de wetenschappelijke literatuur over ebolamedicijnen publiceren, vermelden dat ze geld kregen van bijvoorbeeld het Amerikaanse ministerie van defensie, of het Defense Threat Reduction Agency, of ze werken zelf aan het United States Army Medical Research Institute of Infectious Diseases (USAMRIID).

Voorzover bekend zijn er zes patiënten behandeld met een medicijn dat direct het ebolavirus bestrijdt. Alle andere patiënten worden ondersteunend behandeld, voorzover ze medische hulp krijgen. Ebola veroorzaakt eerst koorts, overgeven, diarree en hoofdpijn. De ziekte begint dus als een soort zomergriep, maar met koorts. De ziekte begint 2 tot 21 dagen na de besmetting – doorgaans ongeveer na een week. Hooguit vallen in het begin de erg rode mond- en keelslijmvliezen al op. Na een paar dagen ziekte, als de patiënt bloedend tandvlees krijgt, of bloedvlekjes en pukkeltjes in de huid, of als die slijmvliezen gaan bloeden, blijkt dat het ebola is, of een andere hemorragische (bloedingen veroorzakende) virusziekte. Als een ebolatest tenminste niet eerder die ziekte heeft aangetoond.

ZMapp is het enige ebola-medicijn dat aan echte patiënten is gegeven. Eerst aan drie blanke hulpverleners, daarna aan drie zwarte. De producent meldde op 12 augustus op zijn website dat de beschikbare voorraad op is. „We hebben meegewerkt aan ieder verzoek voor ZMapp dat werd begeleid met de vereiste wettelijke autorisatie. Het is aan de aanvrager om bekend te maken of het medicijn gevraagd, gekregen en toegepast is.”

De Amerikaanse arts Kent Brantly (33) en de ziekenhuishygiëniste Nancy Writebol (59) hebben ebola en de ZMapp-behandeling overleefd. De Spaanse priester Miguel Pajares (75) niet.

Over het lot van de Liberiaanse hulpverleners Zukunis Ireland en Abraham Borbor en hun Nigeriaanse collega Aroh Cosmos Izchukwu, die vanaf 14 augustus hun eerste dosis ZMapp kregen, is weinig met zekerheid bekend. De Wereldgezondheidsorganisatie meldde donderdagavond dat twee van de drie aan de beterende hand zijn, maar dat de derde nog ernstig ziek is. Op de website van het Liberiaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verscheen dinsdag het bericht dat Ireland – nog in isolatie – lopend naar familie en collega’s had gewuifd. De medisch directeur van het John F. Kennedyziekenhuis zei daar echter dat Ireland al zo was opgeknapt toen ZMapp het land binnenkwam dat hij het medicijn niet heeft gekregen. Hoe dan ook, Writebol en Brantly zijn uit het ziekenhuis ontslagen. Zij werken voor de christelijke hulpverlenings- en missieorganisaties Samaritan’s Purse en SIM.

Brantly schreef deze week op de Samaritan-website: „Ik herstel goed. Ik dank God voor het team dat mij omringt met liefdevolle zorg van wereldklasse. Iedere dag ben ik God dankbaarder dat hij mijn leven spaarde en mijn lichaam laat herstellen.”

De rol die ZMapp speelt in dit helingsproces is volstrekt onduidelijk. De twee Amerikanen hadden al een grotere overlevingskans. Zij kregen geavanceerde zorg. Wie de eerste dagen ebolaziekte goed doorkomt heeft ook een flink hogere overlevingskans, schreef infectieziektekundige Jesse Goodmann in een commentaar dat The New England Journal of Medicine donderdag online publiceerde. En Brantly en Writebol waren al zeker negen dagen ziek.

    • Wim Köhler