Doodsbang voor schandaaltjes

José Manuel Barroso, scheidend voorzitter van de Europese Commissie, moest onlangs naar Luxemburg om de rechters van het Europees Hof uit te leggen of hij John Dalli wel of niet had ontslagen. Dalli, een Maltees, was tot 16 oktober 2012 eurocommissaris Volksgezondheid. Op die dag verspreidde de Commissie het persbericht dat Dalli ontslag nam, omdat hij zou hebben geweten van een omkoopschandaal.

Dat het Barroso is die hierover voortdurend in het defensief is, en niet Dalli, zegt veel over de reputatie en het zelfvertrouwen van Europese instellingen.

Wat er is precies gebeurd, blijft schimmig. Kennelijk wilde een Maltese zakenman, een kennis van Dalli, een Zweedse fabrikant van snus, een soort pruimtabak – nog steeds populair in Scandinavië – in ruil voor ettelijke miljoenen euro’s ‘invloed’ geven op een strenge tabakswet die Dalli destijds voorbereidde. Ook heeft Dalli tabakslobbyisten ontmoet zonder het te melden.

OLAF, de Europese antifraudedienst, werd getipt en maakte een rapport. Daarin staat niet dat Dalli is omgekocht of de wet heeft aangepast, maar wel dat hij van de plannen van de Maltese zakenman moet hebben geweten. Barroso kreeg het rapport. Barroso ontbood Dalli. Dalli beweert dat hij het rapport niet mocht lezen en geen advocaat mocht bellen – hij moest meteen aftreden. Maar volgens Barroso heeft Dalli mondeling ingestemd met onmiddellijk ontslag, omdat zijn positie onhoudbaar was.

Sindsdien is de vraag niet: wat heeft Dalli gedaan? Maar: had Barroso hem mogen ontslaan? Barroso’s fout lijkt te zijn dat hij snel heeft gehandeld. Hij had Dalli de kans moeten geven op het rapport te reageren. Maar Barroso wilde elke verdenking meteen de kop indrukken. Een van zijn voorgangers, Jacques Santer, liet dat in 1999 na. Edith Cresson, een Franse eurocommissaris, werd ervan beticht dat ze haar tandarts ten onrechte op de payroll had gezet. De klunzige, trage afhandeling van deze zaak werd de Commissie fataal: alle commissarissen traden af. Zo’n blamage wilde Barroso vermijden in een tijd waarin Europa zwaar bekritiseerd wordt. Dat is niet gelukt. Door Dalli’s rechtszaken – er lopen er twee – blijft iedereen erover praten. Sommigen beweren dat Dalli de dag voor zijn ontslag 25 telefoontjes met de Maltese zakenman pleegde. Anderen vertellen dat de fraudeonderzoekers hebben geblunderd.

De affaire-Cresson veroorzaakte een cultuuromslag bij de Commissie. Dat nooit meer, zei iedereen. Sindsdien zijn interne procedures aangescherpt. Hoge én lage functionarissen die hun handtekening zetten onder een beslissing of overboeking, zijn nu echt verantwoordelijk. Dit moet hen aansporen kritisch te blijven en niet klakkeloos te tekenen. Maar juist uit angst aan de paal te worden genageld wordt er nu meer getreuzeld dan ooit. Dit vertraagt projecten en smoort initiatieven. Ook kan OLAF sinds ’99 sneller onderzoek doen en alarm slaan, maar nu vertoont de dienst een overreactie, uit vrees voor ‘laks’ te worden uitgemaakt. Ruzie met je baas? Bel OLAF en zijn kantoor is morgen vergrendeld – tot de zaak helemaal is uitgevlooid. Carrières van onschuldige personen zijn verwoest. Iedereen weet dit. Maar in een tijd waarin burgers Brussel wantrouwen, durft niemand OLAF te beknotten; je ziet de krantenkoppen al voor je.

Maar die koppen zijn er nu ook (‘Barroso testifies in tobacco scandal’). De zaak-Dalli kleeft als pek aan de Commissie. Net als veel andere zaken en thema’s draait dit niet meer om inhoud, maar om de perceptie dat een Europese instelling er een potje van maakt. Hyperdefensief gedrag is het gevolg. Hoe dit eindigt valt moeilijk te zien.