De boeken van 1989: ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ van Milan Kundera

Boekenredacteur Arjen Fortuin met de boeken die hij in 1989, in zijn eerste zomer als volwassene, las. Foto NRC Handelsblad

Deze zomer leest Arjen Fortuin dezelfde boeken als 25 jaar geleden, in zijn eerste zomer als volwassene. Deze week: De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera.

Eigenlijk zou achterin elk boek een knipsel moeten zitten. Uit De ondraaglijke lichtheid van het bestaan viel een stukje over Monique Groenen, die een huis ontwierp voor Tomas en Tereza, de helden van Kundera’s roman. Het huis is een op het oog niet per se bewoonbaar samenspel van hellingen, van ruimtes waarin de arme Tereza vrij zicht heeft op de gang waardoor Tomas de benen neemt naar zijn minnaressen.

De ondraaglijke lichtheid van het bestaan was in 1989 nogal in de mode, wat niet alleen door het boek kwam. Er was ook de film. Die had ik al gezien toen ik op 18 augustus het boek kreeg, van de vader van een vriend ‘omdat je je school zo mooi afmaakte’. (Die vader is deze zomer alweer tien jaar dood; niet alleen lichtheid is ondraaglijk.)

Ik begon meteen te lezen, dat wil zeggen ik ging op zoek naar de scène waarin Tomas’ minnares voor hem de deur opent in alleen een slipje en een beha. ‘Op haar hoofd een zwarte bolhoed.’ (Ik was 18 en had de film al gezien.)

Kundera zette heel Tsjechoslowakije in een wuft licht : er bleek een stuk Oostblok dat niet verscholen ging achter kolendampen, maar waar een zeer draaglijke lichtheid heerste – het leek Frankrijk wel (waar Kundera inmiddels al woonde). Echt een land voor een fluwelen revolutie.

Ik las de roman in vijf dagen uit. Nog steeds is ‘De ondraaglijke lichtheid’ vooral een heel erg prettige roman. Kundera heet een essayistisch schrijver te zijn, maar hij is een uitlegschrijver: zijn werk werd de maanden erna mijn spoedcursus grotemensenlevens-met-grotemensenproblemen.

Echt alles wordt in De ondraaglijke lichtheid van het bestaan drie keer uitgelegd, maar Kundera’s toon is zo terloops is dat je hem dat vergeeft. Praat u maar gewoon door, meneer. Nu wordt je aandacht getrokken door andere dingen, zoals de haat van Tereza’s moeder voor haar ongewenste dochter: ‘De fatale seconde die Tereza heet, gaf het startsein tot de marathon van moeders verknoeide leven.’

Of de passage waarin de schrijver uitlegt wat ‘het poëtisch geheugen’ is: ‘dat registreert wat ons heeft betoverd, ontroerd, wat ons leven mooi heeft gemaakt.’ Bij Tomas zat dat voor eeuwig vol met Tereza, want De ondraaglijke lichtheid van het bestaan is een échte liefdesroman.

Als ‘de boeken van 1989’ mij één ding hebben geleerd, dan is het dat het poëtisch geheugen zich eindeloos vult en weer leegstroomt – en dat het de moeite waard is er wat oude ontroering bij te gieten. Nu lees ik weer in 2014: Kaddisj voor een kut van Dimitri Verhulst. Al is het maar om aan te geven dat de eisen die een uitgever aan een boektitel stelt de afgelopen jaren zijn aangescherpt.

    • Arjen Fortuin